Gerechtshof: ‘Gouden handdruk Wil Hectors is terecht’

Wil Hectors heeft recht op een ontslagvergoeding van 589.000 euro. Dat heeft het gerechtshof in Den Bosch bepaald. 

De voormalig directeur van Bernardus Wonen werd in 2014 ontslagen en kreeg in eerste instantie een bedrag van 75.000 euro vanwege langdurig disfunctioneren, maar ging daarmee niet akkoord. De Raad van Commissarissen ging in hoger beroep. Het gerechtshof bevestigde de eerdere uitspraak van de rechter; de geëiste ontslagvergoeding van bijna zes ton is terecht.

Begin september 2014 maakte de Raad van Commissarissen van woningstichting Bernardus Wonen bekend dat Wil Hectors, die jarenlang aan het roer stond van de organisatie, niet langer werkzaam was als directeur. “De omgeving waarin woningbouwcorporaties opereren is de laatste jaren enorm in ontwikkeling”, zo zei men. “Zo heeft de sector te maken met nieuwe wet- en regelgeving, een terugtrekkende overheid die meer zelfredzaamheid van burgers verwacht en een veranderde woningmarkt. Door deze en andere ontwikkelingen zijn de rol en positie van woningcorporaties sterk gewijzigd. Wij, als Raad van Commissarissen, en de heer Hectors hebben een uiteenlopende visie op de wijze waarop de organisatie in deze dynamische omgeving geleid moet worden. Daarom hebben wij besloten Hectors niet langer op de positie van directeur-bestuurder te handhaven.”

Contracten


Kees Karsten werd aangesteld als interimdirecteur en de ontslagprodecure werd in gang gezet. Daarin kreeg Hectors een ontslagvergoeding van 75.000 euro aangeboden. “Dit is conform de normen van de Wet Normering Topinkomens (WNT)”, zo stelde de woningcorporatie. Vanwege de Wet Normering Topinkomens gelden sinds 1 januari 2013 beperkingen aan de inkomens van topfunctionarissen in de publieke sector en de semipublieke sector. Vanzelfsprekend voldoen wij in onze huidige contracten volledig aan de normen van deze wet.”

Onaanvaardbaar


Hectors stapte echter naar de rechter en kreeg daar gelijk. De rechtbank oordeelde namelijk dat Bernardus Wonen, gezien het arbeidscontract van Hectors, een beëindigingsvergoeding moet betalen van €589.000. De Raad van Commissarissen kon zich absoluut niet vinden in de uitspraak. “Een dergelijk hoge ontslagvergoeding in de huidige tijd is maatschappelijk onaanvaardbaar”, zo stelde men. De RvC ging dan ook in hoger beroep. Ook daar haalde Hectors dinsdag zijn gelijk. Bernardus Wonen moet hem om precies te zijn 589.604 euro betalen, omdat de afspraken over Hectors’ ontslagvergoeding nog stammen uit de tijd van voor de topinkomenswet. Bernardus Wonen kon volgens het gerechtshof in Den Bosch niet aantonen waarom Hectors geen recht heeft op het bedrag conform zijn contract.

Tip de redactie