Gerestaureerde motorbrandspuit terug in brandweermuseum

Bij de overhandiging van de Van der Ploeg motorbrandspuit aan het Brandweermuseum Wouwse Plantage, hadden alle aanwezigen woensdag één ding gemeen. Ze genoten, met  twinkelende oogjes, van dit staaltje techniek, dat na restauratie terugkeerde bij de feitelijke eigenaar. 

Al bij al waren er 1650 manuren voor nodig om de motorbrandspuit te demonteren, op te knappen en in oude staat te herstellen.

Luc Kroes, directeur van de SuikerUnie, overhandigde het eindresultaat aan Jonkheer Speeckaert, eigenaar van het landgoed en initiatiefnemer van het museum.

Historie en overdracht

De heer Kroes benoemde bij de overhandiging feilloos waaruit deze motorbrandspuit was opgebouwd.

“De mannen van de stoomclub zijn allerlei materialen tegengekomen, toen ze de brandspuit hebben gedemonteerd. Rood koper, lood, brons, leer, geluidsarm materiaal, Amerikaans mahoniehout, aluminium, papier en glas. Het feit dat er al geluidsarm materiaal verwerkt was in deze brandspuit van 1920, zegt alles over de techniek en vakkennis in die tijd.”

Ook verwees hij naar de wijze waarop de samenwerking tussen SuikerUnie en het Brandweermuseum tot stand was gekomen. Piet Zagers, voorzitter van de stoomclub, lichtte die samenwerking toe: “Bij het honderdjarige bestaan van de Suiker Unie Dinteloord in 2008 was er een ‘brandweerdag’ met wedstrijden en oude brandweerauto’s die tentoongesteld werden.

Bij ons bezoek aan het Brandweermuseum kwamen we daar een stoomspuit tegen, die niet zo goed meer functioneerde. Met een groep gepensioneerde werknemers van de SuikerUnie hadden we al menige stoommachine aan de praat gekregen, dus durfden we die uitdaging ook wel aan.” In feite is daar het contact tussen de ‘stoomclub’ en het museum gelegd.

Jonkheer Speeckaert verwees in zijn dankwoord naar de historische waarde die dit soort restauraties uiteindelijk opleveren. “Op deze manier houden we de geschiedenis voor een nieuwe generatie levendig. Als je weet wat er geweest is, snap je de huidige samenleving veel beter.”

Rol SuikerUnie

Het demonteren, het restaureren en het weer ‘aan de praat’ krijgen van de machines was de klus van de mannen van de stoomclub.

Kroes had een lijstje gemaakt van alle mankementen waar ze tegenaan gelopen waren: “Er zat een scheur in de kop van de motor, zuigmanchetten waren versleten, zuiger was vastgeroest, er waren problemen met de zuigerstang en er moesten zelfs vuist- en mokerhamers aan te pas komen om de motorspuit te kunnen demonteren.”

Het uiteindelijk slagen van de klus werd door alle partijen toegedicht aan de mannen van de stoomclub. Voorzitter Zagers zei daarover: “In onze groep hebben we alle technische disciplines in huis. Omdat we daarnaast door de Suiker Unie worden gefaciliteerd en gesponsord, kunnen we dit doen.”

Hij verwees daarbij ook naar de opgeknapte stoommachines van allerlei suikerfabrieken in Nederland die nu in Stampersgat in de machinekamer zijn samengebracht.

”Toen de mannen die klus voor het museum hadden geklaard, waren ze toe aan iets nieuws. Een drang welke bij alle leden van de stoomclub aanwezig blijft.” Daarom gaat de groep gepensioneerde technici binnenkort aan de slag met een handbediende George Dorst brandspuit uit 1885. 

“Ongetwijfeld zullen daar weer andere problemen boven tafel komen, maar daar zit dan ook voor hen ook de uitdaging. Net zoals we op ingenieuze wijze het logo op deze motorspuit hebben aangebracht via een ‘plakplaatjestechniek’, bedenken we voor ieder probleem een oplossing.”

En dat de stoomclub dat met groot plezier doet, bleek wel tijdens de overhandiging van hun laatst gerestaureerde werk.

Tip de redactie