Preview: Mirror's Edge Catalyst is vooral leuk als je blijft bewegen

Met enige terughoudendheid kijken we uit naar de nieuwe Mirror's Edge. Kan EA deze cult-favoriet uit de dood laten herrijzen?

Om maar met het goede nieuws te beginnen: het rennen in Mirror’s Edge: Catalyst voelt heerlijk, nog beter dan in het origineel. En dat is toch vrij belangrijk in een game over parkour. Nog steeds is het de bedoeling om in een vloeiende combo zo lang mogelijk op volle snelheid halsbrekende toeren uit te halen op de daken van honderden meters hoge wolkenkrabbers. 

Daarbij zijn de linkerschouderknoppen je belangrijkste knoppen: met de trekker (LT) voer je neerwaartse acties uit, met de schouderknop (LB) juist vaardigheden die je omhoog stuwen. Dus als je op een wegversperring afrent, dan kun je daar onderdoor schuiven met LT of overheen springen met LB. 

Je lanceert jezelf omhoog vanaf een hekje, of glijdt naar beneden via een regenpijp. Bewegingen volgen elkaar op in een vloeiende beweging, en als je goed timet hoef je nooit af te remmen.

Niemand hoeft dood

Die snelheid heeft zo zijn voordelen, want zolang je op volle snelheid rent kun je niet geraakt worden door kogels. Daardoor is het wederom mogelijk om de missies uit te spelen zonder een vijand om te leggen. 

Je hoeft namelijk niet af te remmen als tegenstanders in de weg staan, met een lichte aanval worden ze onderdeel van je ren-combo. Het enige nadeel van deze speelstijl is dat je vijanden dan vrij snel opstaan en dus weer het vuur op je openen. Het is dus zaak om altijd te blijven rennen.

Mirror's Edge: Catalyst

Bezigheidstherapie

In Catalyst loop je rond in een open wereld, met een kaart die aangeeft waar je allemaal heen kunt. Die toevoeging werkt verrassend goed. Je markeert op de kaart je bestemming en de game berekent een handige route om daar te komen. 

Er is geen minimap die je de weg toont; de omgeving zelf leidt je naar je doel. Voorwerpen die je moet gebruiken lichten rood op. Het hekje waar je het best overheen kunt springen is daardoor goed te zien, net zoals de regenpijp of de stapel kisten die je het snelst naar de plek van bestemming brengen.

Het is alleen jammer dat er vooralsnog niet veel leuks te doen is in die wereld. De City of Glass wordt naast de verhalende missies vooral gevuld met bezigheidstherapie. Objecten om te vinden, bewaakte punten om in te nemen, korte missies om te voltooien... de aanwezige opdrachten zijn niet erg inspirerend. 

Alleen de Dash is interessant: tijdsuitdagingen die net zo uitdagend zijn als in het origineel, maar dan in een open wereld. En met de toevoeging van ranglijsten en de scores van je vrienden om te verslaan, werkt het verslavender dan ooit. 

Ook is er nu de mogelijkheid om je eigen time-trials te maken, die dan weer in de game van anderen kunnen opduiken als optionele uitdaging. Het enige irritante is dat jouw kaart wordt bevuild met een overdaad aan deze door de community gemaakte trials. Zelfs als je ze op je kaart wegfiltert, zie je ze in de spelwereld nog overal om je heen.

Mirror’s Edge Catalyst in beweging

Niet bijster slim

Een grotere zorg is de kunstmatige intelligentie van je tegenstanders. Mocht je er niet voor kiezen om alles rennend op te lossen en in een gevecht belanden, dan keldert het speelplezier. De gevechten voelen namelijk nogal knullig aan. 

Bewakers komen als een soort zombies op je afrennen met hun knuppels en met twee simpele stappen naar de zijkant sta je ineens achter ze. Ze blijven echter rechtdoor rennen alsof ze niet kunnen zien dat jij daar allang niet meer staat. 

Mirror's Edge is echt een rengame. Wie spannende gevechten wil is duidelijk aan het verkeerde adres. Het zou natuurlijk goed kunnen dat het hier alleen gaat om de eerste lading vijanden en dat de game later moeilijker wordt, maar dan nog haalt dit gestuntel je uit de ervaring.

De vraag is ook of er genoeg tijd is voor meer uitdaging, want onze grootste vraagtekens zetten we bij de hoeveelheid content. We hebben één á anderhalf uur aan de campagne gespendeerd, en volgens de teller hebben we al 28 procent van het verhaal gehad. We kunnen alleen maar hopen dat de uiteindelijke game toch meer te bieden heeft.

Dat zeggen we vooral omdat we ons ontzettend vermaakt hebben in deze bèta. Het grootste deel van het spel, namelijk het rennen, werkt erg goed, en dat is uiteindelijk het belangrijkst in Mirror’s Edge. 

Het geeft een heerlijk gevoel om vanaf een hekje omhoog te springen tegen een muur aan, daar een stukje te wallrunnen, om vervolgens van de muur te springen en met je voet in iemands nek te landen. Nu maar hopen dat de game ons genoeg de ruimte geeft om van onze renvaardigheden te genieten.

Lees meer over:

Wekelijkse podcast

Wekelijkse podcast
De redactie van NUtech maakt wekelijks een podcast naar aanleiding van het belangrijkste technieuws van die week.
Tip de redactie