Recensie: Belgische 'Black' klinkt en voelt als stoere videoclip

Vlaamse hype-film met een heel oud verhaal: een Marokkaanse Romeo en een zwarte Julia in de onderwereld van Brussel.
BEOORDELING

Het rauwe romantische drama Black van de jonge Belgische regisseurs Adil El Arbi en Bilall Fallah kreeg een duwtje in de rug dankzij een relletje in Kinepolis Brussel en fikse aandacht bij De Wereld Draait Door, waar men de film onmiddellijk koppelde aan de wijk Molenbeek en de aanslagen in Parijs.

Onzin, want hoewel de film zich inderdaad deels afspeelt in de beruchte wijk Molenbeek zal je er geen Islamitische terroristen in aantreffen. Het verhaal, gebaseerd op de boeken Black en Back van de Vlaamse schrijver Dirk Bracke, is eigenlijk een klassieke West Side Story. Zonder de muziek van Bernstein - maar vol Franstalige rap.

Adidas-pak

De film start met een tasjesroof. Marwan (Aboudakr Bensaihi) is vijftien en samen met zijn broer Nassim onderdeel van de "1080". De Marokkaanse bende is vernoemd naar de postcode van de wijk. Opzichtig rondlopen in je Adidas-pak met een gestolen iPhone en creditcard loopt echter verkeerd voor ze af. Ze belanden op het politiebureau.

Het is daar, terwijl de rebelse jongeren ondertussen de "popo's" belachelijk maken, dat Marwan zijn Mavela (Martha Canga Antonio) ontmoet. Haar eigenlijke naam is Marie-Evelyne, ze is ook vijftien en ze is in Congo geboren. Zij hoort bij een rivaliserende Afrikaanse bende, de Black Bronx, die onder leiding staat van de gevaarlijke X.

Romeo, Najib en Julia 

Het is al snel aan tussen Mavela en de charmante Marwan. Ze bouwen in een verlaten kerk een liefdesnestje voor zichzelf, met heel veel kaarsen. Dat kan uiteraard niet lang goed gaan. Een jaloerse ex, de politie die voortdurend achter de feiten aanloopt en eergevoel, territoriumdrift en het geweld van de bendes drijft ze uiteen.

Veel te verklappen valt er niet aan Black. Wie het Romeo en Julia-verhaal kent, omstreeks 1596 door William Shakespeare neergepend, weet hoe het afloopt. Er zijn ontelbare filmversies. Theo van Gogh veranderde Romeo ook al eens eerder in een Marokkaanse jongen, in Najib en Julia (2003).

De slimste putain

Regisseurs Adil El Arbi en Bilall Fallah, beiden hebben Marokkaanse wortels, deden de filmopleiding aan het Sint-Lukas. Ze maakten de korte film Broeders (2011) en Bergica, een serie korte tv-sketches. Met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds regisseerden ze vorig jaar hun debuutfilm Image, een thriller die zich ook tussen twee culturen afspeelt.

De regisseurs lopen over van het enthousiasme en pakken het slim aan. Adil El Arbi mag zich sinds 2014 zelfs "De Slimste Putain ter Wereld" noemen. Na het Belgische succes van Black hebben ze hun eerste gesprekken met geïnteresseerde Amerikaanse producenten ook al achter de rug.

Chemie

Dat succes is ook niet onverdiend. Origineel is Black allerminst, maar de film heeft het in zich om ook in Nederland aan te slaan. Black klinkt, voelt en ziet eruit als een stoere videoclip, het script biedt net genoeg ruimte voor een rauw, invoelbaar verhaal, en de acteurs zijn prima gekozen.

De twee debuterende hoofdrolspelers zijn het geheime wapen van de film. Aboudakr Bensaihi (19) zit nog op school in Molenbeek. Martha Canga Antonio (20) groeide op in Mechelen en is student communicatiemanagement. Ze kwamen via een castingoproep op Facebook bij de film. Zonder de chemie tussen die twee had Black nooit gewerkt.

Bekijk de trailer van Black

Gangsterethiek

Want, als je wat kritischer kijkt, er valt echt nog wel wat af te dingen op Black. De film komt zelfverzekerd en lekker brutaal uit de startblokken, maar mist lange tijd een duidelijke verhaallijn. De bendes plegen diefstallen of persen mensen af, terwijl de tortelduifjes zoetjes elkaars hand vasthouden; maar de film kakt ondertussen behoorlijk in.

Bovendien zijn de regisseurs wel érg fan van de bekende gangsteresthetiek: de blauw/groene belichting, de getrokken pistolen, de shots in slow-motion, het opgefokte haantjesgedrag… De film blijft veel oppervlakkiger dan La Haine, de door El Arbi en Fallah zichtbaar bewonderde Banlieue-film uit 1995 met Vincent Cassel.

Black behoudt zijn geloofwaardigheid omdat El Arbi en Fallah het aandurven de film in de tweede helft écht grimmig te laten worden. Zo nemen ze wat afstand van een al te geromantiseerde beeld van het gangsterleven. En omdat vanaf dat moment de confrontatie onvermijdelijk geworden is, gaat de spanningsboog ook weer strakker staan.

Een kans

El Arbi en Fallah waren in Amsterdam vorige week. Ze vertelden, voorafgaande aan de persvertoning van Black, over hun contacten met de Amerikaanse studio's maar bleven daar gelukkig wel realistisch over: "In Amerika krijg je maar één kans. Eén flop en het is voorbij. De droom is dichtbij, maar het einde van de droom ook."

Alles of niets. Of, zoals ze vanaf het podium riepen: "Filmen tot de dood." Ze onthulden dat ze met een idee voor een gangsterkomedie rondlopen die ze deels in Nederland willen schieten. "Van hetzelfde, maar dan om te lachen." Een titel hebben ze al: Patser. Dat vat Black en deze filmmakers meteen goed samen: enthousiaste branie.

Te zien in twintig zalen

Lees meer over:

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter
Tip de redactie