Dit betekent Prinsjesdag 2016 voor je portemonnee

Op Prinsjesdag maakt het kabinet de plannen voor het komende jaar bekend. NU.nl legt uit wat voor gevolgen die plannen voor je portemonnee hebben.

Het kindgebonden budget zal volgend jaar stijgen. Voor het eerste en tweede kind krijgen ouders een hogere tegemoetkoming. 

Het kabinet wil het voor ouders ook aantrekkelijker maken om gebruik te maken van kinderopvang. Daar wordt 200 miljoen euro voor gereserveerd.

Voor de bestrijding van armoede onder kinderen wordt 100 miljoen euro uitgetrokken. Dit geld is onder meer bedoeld om schoolreisjes, sportles en muziekles voor kinderen uit arme gezinnen mogelijk te maken. Het geld gaat in natura via gemeenten en fondsen naar de kinderen die dat nodig hebben.

Mbo-scholieren krijgen een hogere tegemoetkoming voor hun schoolkosten. Het gaat onder meer om uitgaven aan werkkleding, gereedschap en software.

Belastingen

Het belastingtarief in derde schijf gaat van 40,4 procent dit jaar naar 40,8 procent volgend jaar. Voor de tweede schijf geldt voor mensen onder de AOW-leeftijd dezelfde tarieven. Voor AOW'ers stijgt het tarief in de tweede schijf volgend jaar met 0,5 procentpunt naar 22,9 procent.

Het kabinet stelt verder voor de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting met 400 euro minder te verhogen dan eerder afgesproken. De bovengrens van de derde schijf zou volgend jaar dan 67.072 euro zijn. 

Ook de arbeidskorting wordt volgens de plannen minder verhoogd dan eerder is besloten. Volgend jaar valt de maximale korting voor werkenden 46 euro lager uit dan eerder afgesproken. Dat komt neer op 3.223 euro.

Ook stelt het kabinet een verhoging van 48 euro van de algemene heffingskorting voor. Die zou volgend jaar dan maximaal 2.254 euro zijn. Dit is een korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Mensen met schulden zullen volgens een voorstel in het Belastingplan bij de Belastingdienst niet meer te maken krijgen met verschillende soorten afbetalingsregelingen. Nu zijn er nog verschillende regelingen voor het terugbetalen van belastingen en toeslagen. Die worden allemaal hetzelfde.

Het kabinet wil de ouderenkorting verhogen. Voor pensioengerechtigden met een inkomen van niet meer dan 36.057 euro zou de ouderenkorting volgend jaar uitkomen op 1.292 euro. Dit jaar is dat nog 1.187 euro. Ouderen gaan dus minder belasting betalen.

Wonen

De huurtoeslag gaat volgend jaar omhoog. Vrijwel alle ontvangers gaan er maandelijks 10,50 euro op vooruit. 

De maximale schenkingsvrijstelling voor de aankoop van een woning gaat weer naar 100.000 euro. De ontvanger moet wel tussen de achttien en veertig jaar zijn.

De maximale hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning gaat omlaag. Dit jaar kon nog maximaal 102 procent van de waarde van de woning geleend worden. Volgend jaar gaat dit naar 101 procent. Vanaf 2018 is het niet langer mogelijk om meer te lenen dan wat het huis waard is.

De huren zullen volgend jaar gemiddeld genomen minder hard stijgen dan dit jaar. De totale huurinkomsten van woningcorporaties mogen komend jaar gemiddeld niet meer stijgen dan de inflatie plus 1 procent.

Huurders die te veel verdienen voor hun sociale huurwoning, kunnen ook in 2017 een extra huurverhoging verwachten. Dit moet hen stimuleren om te verhuizen naar een duurdere huurwoning of een koopwoning.

Zorg

Het verplichte eigen risico in de zorg blijft gelijk aan dit jaar. Dit betekent dat verzekerden de eerste 385 euro voor zorg uit het basispakket zelf moeten betalen. Het is voor het eerst sinds de invoering van het eigen risico in 2008 dat dit bedrag niet stijgt.

De maandelijkse premie voor de zorgverzekering zal volgens het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport volgend jaar ongeveer 3,50 euro hoger uitvallen dan dit jaar. Daarmee gaat het ministerie uit van een gemiddelde premie van 103 euro per maand. Dat is bijna even hoog als in 2012, toen de premie gemiddeld 102 euro was. Dit is overigens een schatting. De zorgverzekeraars bepalen zelf wat ze met hun premies gaan doen. Dit maken de verzekeraars in het najaar bekend.

De maximale zorgtoeslag gaat in 2017 iets omhoog. Het gaat om een stijging van ongeveer 2 euro per maand.

Verder wordt het basispakket uitgebreid met bepaalde plastisch chirurgische ingrepen, fysiotherapie bij etalagebenen en tandvervanging tot aan 23 jaar.

Ook gaat de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet) omlaag. Voor gepensioneerden daalt het percentage volgend jaar van 5,5 procent naar 5,4 procent. Voor zelfstandige ondernemers daalt die van 6,75 procent naar 6,65 procent.

De eigen bijdrage in de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) wordt verlaagd. Met name alleenverdieners met een chronisch zieke partner zullen dit gaan merken. Mensen in deze situatie met een meerpersoonshuishouden en een modaal inkomen kunnen volgend jaar een voordeel van 1.400 euro verwachten. De maximale eigen bijdrage voor deze groep daalt van 1.460 euro dit jaar naar 63 euro in 2017.

Koopkracht

De koopkracht voor werkenden, ouderen en mensen met uitkeringen neemt toe. Ruim 90 procent van de Nederlanders heeft volgend jaar meer koopkracht.

Grosso modo gaat iedereen er 1 procent op vooruit in 2017. Het gaat in dit geval om de mediane koopkracht. Dit betekent dat de ene helft van de Nederlanders er volgend jaar meer op vooruit zal gaan en de andere helft juist minder.

Werkenden en uitkeringsgerechtigden kunnen een plus van 1,1 procent verwachten. Gepensioneerden gaan er zo'n 0,7 procent op vooruit. Het kabinet maakt per volgend jaar structureel 1,1 miljard euro vrij om alle groepen er in koopkracht op vooruit te laten gaan.

Helaas werkt bovenstaande zoektool niet goed op mobiel. Bezoek deze pagina via je browser op desktop, laptop of tablet voor een optimale weergave.

Lees meer over:
Tip de redactie