Minister Ploumen bezoekt vluchtelingenkamp nabij Mosul

Onder de rook van een door IS in brand gestoken olieveld bij Mosul zijn ruim 14.000 vluchtelingen verzameld in kamp Qayyara. Dinsdag bracht minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) een bezoek aan het kamp. Ze maakt 5 miljoen euro vrij voor de verbetering van de opvangkampen in Irak.

Vijftien kilometer van het kamp zijn Iraakse strijdkrachten verwikkeld in een hevige strijd met IS, in de slag om Mosul.

"De situatie is niet goed", zegt Ploumen in Qayyara tegen NU.nl. "Er zijn te veel mensen in het kamp. Men werkt heel hard, maar er zijn de afgelopen dagen bijna duizend mensen bijgekomen". "De situatie is heel zorgelijk. Je gunt het niemand om hier te moeten zitten."

Overvol

Het kamp is pas vier weken oud, maar raakt overvol door de toestroom van Iraakse vluchtelingen. Door het offensief in Mosul zullen de komende tijd waarschijnlijk nog veel meer Irakezen naar het kamp trekken.

Ploumen: "Men probeert zich daarop voor te bereiden. Er zitten nog ruim een miljoen mensen in Mosul die op een gegeven moment op de vlucht zullen slaan."

Tenten

Op dit moment zijn er niet genoeg tenten in het kamp. Hulpverleners kunnen nauwelijks zorgdragen voor de primaire levensbehoeften van de vluchtelingen. Zo is er een watertekort omdat water met een watertank geleverd moet worden. Grondwater kan vervuild zijn met olie uit de omliggende olievelden. 

Naast Irakezen uit Mosul zitten in het kamp duizenden mannen, vrouwen en kinderen die gevlucht zijn uit de dorpjes en steden die reeds bevrijd zijn door het Iraakse leger. Ze mogen niet terugkeren van de Iraakse autoriteiten, zegt een vluchteling uit een nabijgelegen dorp. 

Ploumen: "Vaak kunnen deze mensen niet terug omdat de dorpjes en steden eerst veilig verklaard moeten worden." IS staat erom bekend de plaatsen waaruit zij verdreven zijn achter te laten met boobytraps en mijnen.

IS

Binnen het kamp bestaat de vrees dat onder de vluchtelingen ook IS-strijders zijn. Papieren van vluchtelingen worden daarom nauwkeurig gecheckt, blijkt tijdens het bezoek aan Qayyara. Terwijl Ploumen een tent in het kamp bezoekt, verzamelt een groep mannen zich buiten. De papieren van enkele mannen worden stuk voor stuk in de groep besproken.

100.000 Iraakse grondtroepen, Koerdische peshmerga en sjiitische milities rukken sinds oktober vorig jaar met Amerikaanse luchtsteun op richting het centrum van Mosul, het laatste IS-bastion in Irak. Het offensief startte voorspoedig, maar de opmars stokte in december. IS verzet zich met sluipschutters en zelfmoordaanslagen. De 1,5 miljoen achtergebleven burgers worden ingezet als menselijk schild.

Ook Nederland levert een bijdrage aan het offensief: ongeveer honderd Nederlandse militairen trainen de peshmerga. Zij krijgen gevechtsinstructies, maar leren ook eerste hulp te verlenen aan gewonden aan het front.

Hennis

Minister Jeanine Hennis (Defensie) bezocht tegelijkertijd Nederlandse militairen die dicht achter het front in Noord-Irak medische hulp verlenen aan gewonde Iraakse militairen.

Bij het verzamelpunt waar de militairen worden geholpen werken ook Nederlandse geneesheren en speciale eenheden van de Nederlandse strijdkrachten die de Irakezen adviseren en trainen.

"Je ziet dat de Koerdische strijdkrachten, maar ook de Iraakse strijdkrachten een enorme ontwikkeling hebben doorgemaakt", zegt Hennis. Volgens de minister wordt het accent verlegd van "puur het verlenen van basistrainingen tot het assisteren en adviseren van de Koeridische en Iraakse strijdkrachten".

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie