Minister Asscher laat payrolling intact

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is niet van plan om payrollconstructies te verbieden.

Asscher blijft bij zijn standpunt dat een volgend kabinet hier afspraken over moet maken, schrijft hij woensdag op vragen van de SP.

Payrolling is de SP, en ook de PvdA, een doorn in het oog. Voor coalitiepartner VVD gaat een verbod echter te ver.

Payrollers werken vaak langdurig bij een bedrijf maar zijn niet in dienst bij een werkgever. Ze staan op de loonlijst van een payrollbedrijf. Asscher kondigde al eerder aan dat de overheid zelf het aantal payrollers terugbrengt, maar gemeenten en bedrijven maken er nog veel gebruik van.

De PvdA riep in 2014 Asscher nog op om payrollers dezelfde arbeidsvoorwaarden te geven als hun collega's van het bedrijf waar zij werken. 

Flex

Onlangs oordeelde de Hoge Raad dat payrolling hetzelfde is als uitzenden. Dat betekent in de praktijk enerzijds dat werknemers profiteren van betere arbeidsvoorwaarden zoals bij de pensioenopbouw. Anderzijds kunnen werkgevers nu tijdelijke contracten geven voor vijfeneenhalf jaar.

Het streven van het kabinet is juist om het aantal tijdelijke contracten zoveel mogelijk in te ruilen voor vaste arbeidsovereenkomsten. In de arbeidswet van Asscher zijn daarvoor maatregelen genomen. In een periode van twee jaar mogen maximaal drie tijdelijke contracten worden gegeven. Daarna mogen werkgevers enkel een vast contract aanbieden.

Sociale partners

Niet alleen binnen de coalitie is er onenigheid over de positie van payrollers. Ook de sociale partners zijn het hier niet eens over eens. De twee grootste vakbonden FNV en CNV pleiten regelmatig voor het verbieden van deze vorm.

De branchevereniging voor uitzendbureaus (ABU) ziet payrolling juist als oplossing voor de onzekerheid die momenteel bestaat bij zelfstandigen zonder personeel vanwege de nieuwe zzp-wet.

Tijdelijk contract

CDA, GroenLinks en D66 hebben al langer de wens om het tweede, tijdelijke contract een langere looptijd te geven van bijvoorbeeld drie of vijf jaar. CDA-Kamerlid Pieter Heerma betoogt dat werknemers in ieder geval voor een aantal jaar zekerheid hebben in plaats van dat zij na twee jaar op straat staan. 

GroenLinks dient om dezelfde reden namens de drie partijen een motie in omdat "de kloof tussen kansarme en kansrijke werknemers groter wordt".

Maar Asscher ziet hier "geen noodzaak, noch wenselijkheid" in, schrijft hij woensdag. De bewindsman vreest juist voor een negatieve prikkel voor de werkgever om in de werknemer te investeren en dat het meerjarig tijdelijk contract de vervanger wordt van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 

Woensdagmiddag zet Asscher met de Kamer de begrotingsbehandeling van zijn ministerie voort.

Lees meer over:
Tip de redactie