Nederland maakt eind aan ontwikkelingsrelatie met Indonesië

Er komt een einde aan de speciale ontwikkelingsrelatie met Indonesië. Ook Kenia en Ghana verdwijnen van het lijstje van vijftien landen waarop Nederland zijn ontwikkelingshulp concentreert.

Dat heeft minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) maandag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Het is de bedoeling dat de landen in 2020 van de lijst worden geschrapt.

Het kabinet blijft vasthouden aan in totaal vijftien partnerlanden, maar wil zich daarbij gaan richten op de armste landen. Nieuwe landen voor deze lijst worden daarom in eerste instantie gezocht in de Afrikaanse Sahel-regio.

Dat past binnen het buitenlands beleid van het kabinet om zich meer te richten op de landen aan de grenzen van Europa. In Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten tekent zich een "brede ring van instabiliteit" af, aldus het kabinet.

Samenwerkingsrelatie

Partnerlanden zijn landen waar Nederland al vele jaren een ontwikkelingssamenwerkingsrelatie mee heeft. Het aantal landen op deze lijst is onder het kabinet-Rutte I teruggebracht van 33 naar 15 om de hulp effectiever te maken.

Er zijn twee categorieën partnerlanden. Bij zeven landen gaat het vooral om aanpak van armoede (Afghanistan, Burundi, Jemen, Mali, Palestina, Rwanda en Zuid-Sudan). Bij de overige acht, de 'overgangslanden', richt de hulp zich behalve op armoedebestrijding op onder meer het verbeteren van het ondernemingsklimaat en versterking van de werkgelegenheid (Bangladesh, Benin, Ethiopië, Ghana, Kenia, Indonesië, Mozambique en Uganda).

Rwanda verandert van categorie en wordt een overgangsland, meldde Ploumen verder. In de relatie zal vanaf volgend jaar "een groter accent worden gelegd op handel en investering".

Tip de redactie