Opmars Taliban in Uruzgan voor kabinet nog geen reden voor paniek

De opmars van de Taliban in de Afghaanse provincie Uruzgan is nog geen reden voor paniek. Dat heeft minister Jeanine Hennis van Defensie vrijdag gezegd.

''Wij volgen de ontwikkelingen. Je ziet dat de Afghanen zich herpakken, met Amerikaanse steun vanuit de lucht grijpen ze in'', aldus Hennis. Ze liet weten dat paniek niet nodig is. ''Dit was voorspeld en het blijft voorlopig nog moeilijk''.

Tussen 2006 en 2010 waren Nederlandse militairen gelegerd in Kamp Holland bij Tarin Kowt, de provinciehoofdstad van Uruzgan die deze week is aangevallen door de Taliban. Het offensief werd door Afghaanse troepen afgeslagen met behulp van bombardementen op stellingen van de terreurbeweging.

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken liet weten dat de Nederlandse inzet destijds ''zeker'' niet voor niets is geweest en dat er toen vooruitgang is geboekt. ''We hopen dat Uruzgan in handen van de regering blijft. Dat gaan we zien'', aldus Koenders.

Ook premier Mark Rutte benadrukte het belang van deze missie. "Het is een gebied waar de meest verschrikkelijke internationale terroristische organisaties bezig waren een blijvende basis te vestigen", aldus de premier. "van waaruit ook aanslagen konden worden gepleegd op plekken in Nederland en Europa."

Verdreven

De Taliban werden vorig jaar uit het gebied rond Tarin Kowt verdreven. In de stad wonen ongeveer zeventigduizend mensen. Tussen 2006 en 2010 waren er Nederlandse militairen gelegerd in Kamp Holland, vlak bij Tarin Kowt.

Volgens de autoriteiten in Uruzgan is de situatie in het gebied nog steeds precair. De Taliban zitten nog altijd in de buurt van de stad verschanst en de vermoeide Afghaanse strijdkrachten kampen met een munitietekort. Bij de gevechten kwamen zeven regeringssoldaten om het leven, tegenover dertig Taliban-strijders.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie