Staat betaalt 40 miljard mee aan overgang pensioenstelsel

Kosten die de afschaffing van de zogenoemde doorsneesystematiek met zich meebrengen, worden voor een deel opgehoest door de staat.

Dat schrijft staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) vrijdag aan de Tweede Kamer. 

De overgang per 2020 naar een nieuw pensioenstelsel brengt forse kosten met zich mee. Nog niet alle lijnen zijn exact uitgezet, maar de afschaffing van de zogenoemde doorsneesystematiek is voor alle partijen acceptabel.

Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde dat de afschaffing van dit systeem 100 miljard euro kost. De overheid wil daarvan 40 miljard euro voor zijn rekening nemen, de overige 60 miljard wordt door werkgevers en werknemers betaald.

De overheidsbijdrage aan een ander pensioenstelsel gaat via fiscale maatregelen. Daardoor verslechtert het EMU-saldo, de Europese berekening van het begrotingstekort, met 0,10 tot 0,15 procentpunt van het bruto binnenland product (bbp). De staatsschuld loopt op met 40 miljard euro, dat is 6 procent van het bbp. 

Dit heeft volgens het kabinet geen effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.

Niet concreet

Concrete maatregelen of onomkeerbare stappen neemt het kabinet niet. "Dit vraagstuk is zo groot, dit moet je stap voor stap doen", zei vice-premier Lodewijk Asscher vrijdag na afloop van de ministerraad. En hoewel het kabinet voor aanvang van de regeerperiode een grote opgave zag in het toekomstbestendig maken van het pensioenstelsel, schuift dit kabinet dit vraagstuk door naar het volgend kabinet.

Volgens Asscher staan de principiële verschillen tussen de PvdA en VVD concrete stappen voor een nieuw pensioenstelsel niet in de weg.

Afkopen

Het kabinet maakte ook bekend dat werknemers die meerdere keren kort een baan hadden, kunnen rekenen op een forse verbetering van hun pensioen. Pensioenfondsen mogen de pensioentjes niet meer afkopen. Ze moeten voortaan worden gebundeld zodat er een aardig pensioenbedrag kan ontstaan.

De regeling moet medio 2017 in werking treden. Pensioenuitvoerders zijn dan verplicht de waarde van kleine pensioenen over te dragen.

De fondsen mogen een pensioen afkopen als het jaarlijkse pensioen niet hoger is dan actueel 465,94 euro. Zij doen dat graag om administratiekosten te besparen.

Jong naar oud

Met de doorsneesystematiek betalen jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde premie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud. 

De inleg van jongeren, 45 jaar en jonger in dit geval, is meer waard dan die van ouderen, omdat het geld langer kan renderen.

Tegelijkertijd zijn jongeren door de vergrijzing er minder zeker van dat zij hier ook van kunnen profiteren. De verhouding tussen jongere betalers en oudere ontvangers wordt door de vergrijzing namelijk minder gunstig.

Dat tast het draagvlak van het stelsel aan, meent het kabinet. Om de pijn zoveel mogelijk te verdelen, is er een periode van 25 jaar voor uitgetrokken.

Houdbaar

Alle fondsen moeten tegelijkertijd overstappen. "Een evenwichtige transitie vergt stuurmanskunst van pensioenuitvoerders. Zij moeten maatwerk leveren, binnen het wettelijk transitiekader, om de transitie zo optimaal mogelijk vorm te geven", schrijft Klijnsma. 

De afschaffing van de doorsneesystematiek en de overgang naar een nieuw stelsel zou binnen 25 jaar geregeld kunnen zijn. Een kortere periode wordt onderzocht.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie