Oosting wil dat discussie Teeven-deal verder gaat dan vraagstuk over doofpot

Marten Oosting, de voorzitter van de gelijknamige commissie die onderzoek deed naar de Teeven-deal, hoopt niet dat de discussie in politiek Den Haag zich beperkt tot de vraag of er wel of geen doofpot binnen Veiligheid en Justitie is.

Dat zei Oosting dinsdag in de Tweede Kamer, waar de leden van de onderzoekscommissie vragen van politici beantwoordden.

"Het zou jammer zijn als het debat in de Kamer een welles-nietesdiscussie wordt. Dat leidt af van de kern van de conclusies", aldus Oosting.

SP-Kamerlid Michiel van Nispen heeft de betekenis 'doofpot' in de Van Dale erbij gehaald. 'Zorgen dat er geen ruchtbaarheid aan gegeven wordt', staat er bij de uitleg van het woord. De commissie hanteert een andere definitie, zei Van Nispen afgelopen zaterdag in de Volkskrant.

"Ik heb geen zin in een semantische discussie", aldus Oosting in de Kamer over die uitspraak.

Onderzoek

Vorige week publiceerde de commissie-Oosting zijn tweede rapport over de zogenoemde Teeven-deal. Daarin wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een doofpot op het ministerie van Veiligheid en Justitie. De onderzoekers concluderen echter wél dat het een puinhoop is binnen het departement en vragen zich af of de situatie per saldo niet erger is. 

Het onderzoek volgt op het moeizame proces naar waarheidsvinding over een in 2000 gemaakte afspraak tussen de toenmalig officier van justitie Fred Teeven en drugscrimineel Cees H.

De zaak leidde in maart 2015 tot het aftreden van toenmalig minister Ivo Opstelten en de inmiddels tot staatssecretaris benoemde Teeven van Veiligheid en Justitie.

Volgende week debatteert de Kamer met premier Mark Rutte over het onderzoek.

Lees meer over:
Tip de redactie