Commissie-Oosting vindt geen aanwijzingen voor doofpot bij Teeven-deal

De onderzoekscommissie-Oosting II heeft geen aanwijzingen gevonden dat de ambtelijke top van het ministerie van Veiligheid en Justitie doelbewust heeft geprobeerd de bonnetjesaffaire rondom de Teeven-deal in de doofpot te stoppen.

Dat concludeert de commissie-Oosting in haar tweede onderzoek naar de Teeven-deal.

Wel was er gedurende de affaire een "gebrek aan daadkracht en eenheid" op het justitiedepartement en ontbrak het bij de ambtelijke top aan "een duidelijke, eenduidige en krachtige regie, en aan goede coördinatie en communicatie" die uiteindelijk leidde tot het opstappen van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven. 

De onderzoekers, die de topambtenaren ook het ontbreken van politieke sensitiviteit verwijten, vragen zich af of deze zaken per saldo niet ernstiger zijn dan een doofpot.   

ICT

Aanleiding voor het heropenen van het onderzoek was de onthulling van het programma Nieuwsuur van januari 2016, waarin werd gesteld dat de zoektocht naar het rekeningafschrift van hogerhand was stopgezet. Uit documenten blijkt dat ICT-medewerkers is opgedragen niet langer naarhet afschrift te zoeken. Dat zou betekenen dat vanuit de ambtelijk top van het justitiedepartement geprobeerd is om de affaire in de doofpot te doen verdwijnen.

Commissievoorzitter Marten Oosting vroeg zich in januari nog af of er niet sprake was van een doofpot, maar heeft daar in zijn onderzoek geen aanwijzingen voor gevonden.

De onderzoekscommissie: "Zo’n situatie veronderstelt in elk geval het organisatorisch vermogen en de bestuurskracht om zaken effectief toe te dekken en dat zo te houden. En ook om - met het oog daarop, en anders dan in deze zaak is gebeurd - de kring van betrokkenen zo klein mogelijk te houden." Daar is in de zoektocht naar het bonnetje geen sprake van geweest.

Ambtelijke top

Op de ambtelijk top van het ministerie heeft de commissie forse kritiek. Die heeft het laten gebeuren dat de nasleep van de Teeven-deal de VVD-bewindspersonen de politieke kop heeft gekost. De hoogste ambtenaar op het ministerie, secretaris-generaal Pieter Cloo (een VVD’er die in 2012 door VVD’er Ivo Opstelten werd aangesteld), genoot binnen het departement niet het gezag om als belangrijke schakel tussen de ambtelijke top en de minister te fungeren. 

Volgens de commissie heeft Cloo het laten gebeuren dat hij "in deze politiek gevoelige zaak - van meet af aan en tot het laatst - geheel buiten alles werd gehouden".

Het wordt Cloo aangerekend dat hij zich afzijdig hield bij de behandeling van het dossier. De secretaris-generaal van een departement heeft juist de taak om voor eenheid binnen een ministerie te zorgen en daar is Cloo in tekortgeschoten, concludeert de commissie. 

De kritiek op Cloo houdt daar niet op. Een andere topambtenaar, Coen Hoogendorn, zou naar eigen zeggen Cloo op de hoogte hebben gesteld van de aanwezigheid van de afschriften. Cloo zou hier vervolgens niets mee hebben gedaan. De secretaris-generaal verklaart tegen de commissie hier "geen herinnering" van de hebben. Volgens Oosting houdt het spoor naar de doofpot daar op, maar zegt de verklaring van Hoogendoorn aannemelijker te vinden dan die van Cloo.

Na het vertrek van Opstelten en Teeven stapte Cloo in maart van dit jaar op, maar hij is nog steeds in dienst bij de rijksoverheid.

Video: Geheugenverlies nekt onderzoek Teeven-deal

'Professioneel gehandeld'

Ook topambtenaar Gerard Roes krijgt er stevig van langs. Hem wordt de slechte informatieverstrekking naar de Kamer en de onvolledige zoektocht naar het bonnetje verweten. Zo hadden de ICT-experts veel eerder moeten worden ingeschakeld.

De commissie spaart ook de huidige Justitie-minister Ard van der Steur niet. Volgens Oosting legde hij vorig jaar tijdens een Kamerdebat onterecht de schuld bij de ICT-afdeling. Deze afdeling heeft volgens de commissie juist "professioneel gehandeld" en "de taken goed uitgevoerd". De uitspraken van Van der Steur deden dan ook "geen recht aan de inspanningen van de medewerkers". In het woensdag gepubliceerde gespreksverslag zegt Van der Steur het zeer te betreuren dan met zijn opmerkingen geconcludeerd is dat hij de ICT'ers verwijten heeft gemaakt.

Oosting stelt tevens dat als de commissie eerder op de hoogte was gesteld van de inspanningen van de ICT-afdeling, dat een heropening van het onderzoek wellicht niet nodig zou zijn geweest.

De commissie is ook kritisch op zichzelf en trekt het zich aan dat zij zelf niet eerder op het spoor van de inspanningen van de ICT-afdeling is gekomen.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie