Nederlandse F-16's komen nauwelijks in actie boven Syrië

Nederlandse F-16's voeren nauwelijks missies uit boven Syrië. De gevechtsvliegtuigen missen daarvoor de juiste communicatieapparatuur.

Dat schrijft Nederlands Dagblad dinsdag.

De F-16's hebben alleen een gewone radio, terwijl ze via satellieten zouden moeten kunnen communiceren. Hierdoor zijn ze afhankelijk van militairen op de grond, maar die zouden er vrijwel niet zijn in Syrië. De Verenigde Staten zouden daarom nauwelijks toestellen inzetten van de Koninklijke luchtmacht om IS-doelen in Syrië te bombarderen.

Defensie stelt dat er inderdaad een 'tussenstation' nodig is om grondtroepen te kunnen ondersteunen in Syrië. Dat is volgens Defensie echter niet de belangrijkste reden dat de Nederlandse gevechtstoestellen weinig in actie komen: dat komt vooral omdat de strijd in Syrië zich afspeelt in gebieden waar de Nederlanders niet mogen komen. Steun aan grondtroepen in het oosten van Syrië kan wel maar is nu nauwelijks aan de orde, aldus een zegsman van het ministerie.

Het communicatieprobleem werd duidelijk nadat Kamerleden afgelopen weekend een luchtbasis in Jordanië bezochten waar de F-16's staan. VVD'er Han ten Broeke laat aan het ND weten dat hij "een zeker gevoel van gêne" niet kon onderdrukken. Ook andere Kamerleden reageren verbaasd. Buitenlandwoordvoerders zeggen dat ze minister Jeanine Hennis (Defensie) om opheldering gaan vragen.

Besluit

Het kabinet besloot in januari de strijd tegen IS uit te breiden naar het oosten van Syrië. Daarvoor bombardeerden de vier Nederlandse F-16's de terreurorganisatie al in Irak. Afgesproken is dat de vliegtuigen tot 1 juli in Syrië blijven.

De Nederlandse F-16's zijn, binnen de kaders van het humanitair oorlogsrecht, geen beperking opgelegd in de doelen die zij onder vuur nemen. Alle doelen worden getoetst aan het humanitair oorlogsrecht, wat onder andere betekent dat burgers ontzien moeten worden.

Verzoek

Het kabinetsbesluit om deel te nemen aan de missie in Syrië liet lang op zich wachten. Na verzoeken van de VS en Frankrijk om de Nederlandse strijd te intensiveren, ging het kabinet om.

De PvdA en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) stelden als voorwaarden voor de uitbreiding van de bombardementen, dat er eerst zicht moest komen op een politieke oplossing voor de toekomst van Syrië. Die kwam in zicht toen de strijdende partijen eerder dit jaar een staakt-het-vuren afspraken. 

Ook moest er een volkenrechtelijk mandaat liggen. De uitbreiding van de militaire bijdrage naar Syrië lag lange tijd ingewikkeld, omdat sinds de inval in Irak in 2003 landen terughoudend zijn met interveniëren bij binnenlandse conflicten.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie