Van der Steur wil 'proactievere' houding van veiligheidsdiensten

De Nederlandse veiligheidsdiensten hebben rond de uitzetting van de Brusselse aanslagpleger Ibrahim El Bakraoui naar Nederland "strafvorderlijk gedaan wat van ze kon worden verwacht", maar moeten in het vervolg "proactiever" te werk gaan.

Dat schrijft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) dinsdagavond in een antwoord op de 66 aanvullende vragen van de Tweede Kamer.

Het is volgens Van der Steur noodzakelijk dat de diensten in internationaal verband beter met elkaar communiceren. "Ook al komen de handelingen niet voort uit voorschriften, er wordt van de diensten verwacht dat zij zich proactief, alert en assertief opstellen", schrijft de VVD-bewindsman.

Daarbij zal de bewapening en uitrusting van de Dienst Speciale Interventies (DSI) en andere specialistische politieteams beter worden geregeld.

De politie zorgt er al voor dat er geen onnodige vertraging meer optreedt bij de bestelling van bewapening, uitrusting en middelen voor bijzondere en speciale eenheden. "Ik heb de korpschef, Erik Akerboom, verzocht waar mogelijk een verdere versnelling aan te brengen", aldus Van der Steur.

Verkeerde informatie

Van der Steur kwam vorige week opnieuw onder vuur te liggen toen hij tijdens het debat over de aanslagen in Brussel de kamer verkeerd informeerde over informatie die van de Amerikaanse FBI zou komen. Dit bleek om een afdeling van de politie van New York te gaan. 

Centraal in dat debat stond de uitzetting van Ibrahim El Bakraoui, die door Turkije was opgepakt aan de Turks-Syrische grens en vervolgens op een vliegtuig naar Schiphol werd gezet. Hij liep vervolgens ongestoord langs de Nederlandse douane.

Uitzetting

Oppositiepartijen wilden weten waarom de Nederlandse diensten geen actie hebben ondernomen. De Turkse autoriteiten hadden niet gemeld waarom El Bakraoui naar Nederland werd uitgezet. De Belg van Marokkaanse afkomst, met een flink strafblad achter zijn naam, had de Turkse autoriteiten verzocht naar Nederland te worden uitgezet. 

Van der Steur zei vorige week dat de Turken daarmee afweken van de gebruikelijke werkwijze. Volgens oppositiepartijen zou dat juist een aanleiding moeten zijn om tot op de bodem uit te zoeken waarom de Belg El Bakraoui naar Nederland werd uitgezet.

De minister schrijft donderdagavond dat hoewel Nederland op basis van alle beschikbare informatie heeft gedaan wat moest er achteraf "wel [kan] worden geconstateerd dat er kansen zijn geweest om meer proactief in internationaal verband te werken."

Schorsing

Het debat over de aanslagen werd vorige week geschorst, omdat de bewindsman de feiten niet op een rijtje had. Zo was onduidelijk wat Nederland had gedaan met de waarschuwing van de Amerikanen dat van de gebroeders El Bakraoui een terroristische dreiging uitging. De politie van New York, die de informatie deelde, waarschuwde ook voor de met de aanslagen in Parijs en de connectie met Salah Abdeslam, die verdacht wordt van betrokkenheid bij de aanslagen in Parijs.

Die informatie is echter met meerdere landen gedeeld, schrijft Van der Steur. Maar ook al wisten de Nederlandse veiligheidsdiensten niet waar Barkaoui zich na de landing op Schiphol bevond, en zich dus in Nederland kon ophouden, is er geen opsporingbevel uitgevaardigd. Dat kon volgens Van der Steur niet, omdat El Bakraoui niet internationaal "gesignaleerd" stond.

Het debat over de aanslagen wordt donderdag hervat.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie