Rechtbank vraagt zich af of deel zaak-Van Rey thuishoort bij Hoge Raad

De rechtbank in Rotterdam wil volgende week maandag standpunten horen over de vraag door wie een belangrijk deel van de zaak tegen de Roermondse politicus Jos van Rey moet worden behandeld: de rechtbank of de Hoge Raad. 

Van Rey was ten tijde van de start van de vervolging immers lid van de Eerste Kamer. Maandag wordt het vraagstuk behandeld, voorafgaand aan de behandeling van de tenlastelegging van corruptie en omkoming. 

In het onderzoek kwam onder meer een afgeluisterd telefoontje van Van Rey naar voren over de burgemeestersbenoeming in Roermond. Op dat moment was de oud-wethouder van Roermond tevens lid van de Eerste Kamer.

In artikel 119 van de Grondwet, waarin ambtsmisdrijven worden behandeld, staat: ''De leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer.''

Grote impact

Van Rey zegt in zijn openingswoord dat de doorzoeking in zijn woning in Herten en de daaropvolgende mediastorm "grote impact" hebben gehad op zijn leven en dat van zijn gezin.

"Het is onbeschrijfelijk wat wij hebben meegemaakt", aldus Van Rey. Hij noemde de doorzoeking van zijn woning en die van zijn kinderen "een inval, een van de grootste doorzoekingen sinds de Tweede Wereldoorlog".

"We zitten hier om dat te waarborgen", zei de rechtbankpresident aan het begin van een reeks zittingsdagen, die tot 7 juni duren.

Vertrouwen

De rechtbank ging aan het begin van het proces tegen de oud-wethouder en voormalig lid van de Eerste en Tweede Kamer (VVD) in op diens uitspraken dat hij het vertrouwen in de rechtstaat was verloren. Gewezen werd op de enorme aandacht voor de zaak in de media. Het dossier telt meer dan 100 dossiers en beslaat volgens de rechtbank ruim 31 gigabyte.

De aantijgingen van het Openbaar Ministerie en de slepende procedure hebben hem en zijn familie "in ellende gestort". Van Rey herhaalde zijn woorden die hij sprak bij zijn afscheid uit de Eerste Kamer: "Ik ben vermoord, maar ik leef nog."

De politicus wordt verdacht van het aannemen van smeergeld van zijn vriend en projectontwikkelaar Piet van Pol. Ook zou Van Rey stemmen hebben geronseld voor verkiezingen, vertrouwelijke informatie over een burgemeestersbenoeming hebben doorgespeeld en 175.000 euro hebben witgewassen.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie