Basisonderwijs wil meer geld voor vluchteling

Basisscholen zeggen meer geld nodig te hebben om extra lessen te organiseren voor kinderen van vluchtelingen.

Dat schrijft de PO-Raad, de koepel van het basisonderwijs, in een brief aan de Tweede Kamer, zo schrijft het Nederlands Dagblad dinsdag.

Scholen krijgen nu al een aanvullend bedrag voor de kinderen, bovenop de reguliere kosten, waarmee ze taalles kunnen inhuren en aan andere achterstand kunnen werken. De basisscholen krijgen dit bedrag alleen in het eerste jaar dat het kind in Nederland verblijft. De PO-Raad vindt dat te kort. "Deze achterstanden zijn niet in een jaar ingelopen."

De scholen maken ook extra kosten omdat de kinderen niet alleen een taal- en rekenachterstand hebben, maar vaak ook getraumatiseerd zijn, zo zegt een woordvoerder van de raad.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs krijgt de school twee jaar lang een extra bedrag en dat moet volgens de PO-Raad ook in het basisonderwijs zo zijn. Met het extra geld kunnen de kinderen aanvullend onderwijs krijgen in schoolvakanties of op de zaterdag. "De kwaliteit en kwantiteit van onderwijs en zorg aan deze kwetsbare groep kinderen kan en moet beter."

Hoeveel geld er nodig is, kan de PO-Raad niet zeggen. "Niemand weet hoeveel vluchtelingen er nog bijkomen. Dit is een financiering met een open einde." Woensdag wordt de onderwijsbegroting besproken in het parlement. Staatssecretaris Dekker zei vorige week al dat de scholen volgens hem genoeg geld krijgen voor het onderwijs aan de kinderen.

Watertrappelen

De PO-Raad wijst erop dat in het hele onderwijs geldproblemen zijn. De kosten voor het primair onderwijs stijgen al jaren veel sneller dan de inkomsten. Scholen hebben daardoor niet genoeg geld om goed onderwijs voor leerlingen te blijven garanderen. "Het primair onderwijs is aan het watertrappelen en kan amper nog het hoofd boven water houden", aldus Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad.

De PO-Raad roept de overheid daarom op om met een structurele en reële bekostiging te komen die recht doet aan het primair onderwijs en waarmee scholen toekomstbestendig onderwijs voor ieder kind mogelijk kunnen maken.

De PO-Raad becijferde dat het gat tussen kosten en bekostiging in het primair onderwijs sinds 2010 is opgelopen van 291 miljoen euro tot 754 miljoen euro dit jaar. Dat komt voor een belangrijk deel door stijgende werkloosheidskosten. Doordat het aantal leerlingen daalt, zijn er minder leraren nodig en verliezen er meer hun baan. Het primair onderwijs draait zelf op voor die kosten. In vijf jaar tijd zijn de werkloosheidskosten met 165 miljoen gestegen tot 265 miljoen euro nu.

Bekostiging

De sector heeft de afgelopen jaren via het Nationaal Onderwijsakkoord en Herfstakkoord weliswaar geld ontvangen, in 2015 gaat het om 289 miljoen euro, dat is bij lange na niet voldoende om de achterblijvende bekostiging mee te compenseren. Bovendien zijn met het geld extra taken meegekomen.

Ook stijgende pensioenpremies spelen een rol net als hogere kosten voor bijvoorbeeld lesmaterialen en schoolmeubilair. Hoeveel geld scholen hiervoor krijgen, is gebaseerd op een tijd waarin zij nog werkten met schoolborden en krijtjes. Deze materialen gaan veel langer mee dan de digiborden die veel scholen tegenwoordig gebruiken. De kosten liggen daarmee hoger dan het geld dat scholen ervoor ontvangen.

"De overheid moet nu ingrijpen om te voorkomen dat scholen kopje onder gaan", aldus Den Besten.

Lees meer over:
Tip de redactie