Geen speciale regeling werkloze kunstenaars

DEN HAAG - De mogelijk duizenden kunstenaars die door de cultuurbezuinigingen hun werk verliezen, hoeven niet te rekenen op hulp van de overheid.

Dat blijkt uit navraag bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).

Woensdag is de laatste mogelijkheid voor culturele instellingen om een subsidieverzoek bij de overheid in te dienen.

Hoewel al duidelijk is dat het aantal instellingen dat aanspraak kan maken op die subsidie wordt gehalveerd, zijn door het ministerie geen specifieke plannen gemaakt om de kunstenaars op te vangen in de vorm van omscholing of specifieke financiële buffers.

“De organisatie van om- en bijscholingsfaciliteiten is een zaak tussen werkgevers en werknemers”, aldus een woordvoerder van het ministerie van OCW.

Overgangsregeling

Wel kunnen organisaties die er flink op achteruit gaan aanspraak maken op de zogenaamde transitie- en frictiekostenregeling, een overgangsregeling waarvoor het ministerie 138 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld.

Het overgrote deel van die pot gaat echter op aan juridische verplichtingen die de overheid overneemt van orkesten voor het verstrekken van uitkeringen.

Met het overige geld kunnen culturele instellingen proberen een doorstart te maken, hun werknemers nog wat langer geld uitkeren of zelf een omscholingsprogramma opzetten.

Vakbond

Maar volgens FNV Kiem, de grootste vakbond op het gebied van de kunsten, is die pot lang niet groot genoeg om alle kunstenaars op te vangen. De vakbond mist daarmee een degelijke oplossing voor de kunstenaars die zonder werk komen te zitten.

Bestuurslid Inger Minnesma zegt dat veel instellingen eerst nog proberen aanspraak te maken op het Fonds Podiumkunsten. “Maar de meeste kunstenaars belanden in de werkloosheidsuitkering.”

Werkgevers en werknemers voeren nu gesprekken om samen tot een sociaal plan te komen. Verzoeken aan het ministerie om daaraan een bijdrage te leveren, hebben tot nog toe geen gehoor gekregen.

Lees meer over:
Tip de redactie