Bos wist niet van onzekere post van 2 miljard

DEN HAAG - Oud-minister Wouter Bos van Financiën wist tijdens de onderhandelingen over de nationalisatie van Fortis/ABN Amro in oktober 2008 niet dat er onduidelijkheid was over een post van 2,3 miljard euro.

Dat bleek vrijdag tijdens zijn verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie.

Over die post, de zogenoemde z-share, is veel onduidelijkheid. Zakenbank Lazard had de post aangemerkt als een boekverlies, maar dat was door Financiën niet als een mogelijk kapitaaltekort opgevat.

Bos zei dat hij er in die dagen niet van wist. ''Mij staat niet bij dat ik de z-share ooit als een relevant woord in de onderhandelingen heb gekend.''

Harde kritiek

Bos uitte harde kritiek aan het adres van adviseurs van zakenbank Lazard. ''Ik constateer inconsistentie en een paar onwaarschijnlijkheden", zei Bos over het verhoor eerder deze week van twee medewerkers van Lazard.

De zakenbank adviseerde de Nederlandse Staat in oktober 2008 bij de nationalisatie van Fortis/ABN Amro. Nederland betaalde 16,8 miljard euro voor de bank, die door Lazard gewaardeerd was tussen de 12 en 20 miljard.

Bos legde alle verantwoordelijkheid voor de waardebepaling van de bank bij Lazard. ''Daarvoor hadden we ze ingehuurd. De vraag of wij moesten opletten, zou beantwoord worden door Lazard.'' Ministers hebben echt geen verstand van waardebepalingen van banken, voegde hij er aan toe.

Lazard

Net als (oud)-topambtenaren van het ministerie van Financiën verwijst ook oud-president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) nadrukkelijk naar zakenbank Lazard als verantwoordelijke voor de bepaling van de waarde van Fortis/ABN in oktober 2008.

Wellink zei dat Lazard als deskundige en adviseur van de Staat de waarde bepaalde. ''Daarmee is in zekere zin voor mij het verhaal af’’, zei Wellink.

Hij liet weten dat DNB Lazard alle informatie had gegeven, ook dat er nog een post was van 2,3 miljard euro waar nog goed naar moest worden gekeken. Lazard heeft Financiën en DNB vervolgens niet gewaarschuwd dat die 2,3 miljard van de waarde van de bank af moest, aldus Wellink.

Onderhandelingen

De finale onderhandelingen werden gevoerd tussen toenmalig premier Jan Peter Balkenende en zijn Belgische collega Yves Leterme. Balkenende had 17 miljard als bovengrens gesteld. Uiteindelijk werd hij het met Leterme eens over 16,8.

Wellink gaf ook aan dat de waarde van een bank op het hoogtepunt van een economische crisis relatief is. Het ging Nederland vooral om de stabiliteit van het financieel stelsel. Die moest behouden worden.

''We zaten zo ongeveer rond het midden'', zei Wellink. ''Dan groei je naar mekaar toe. Dan voel je de politieke pijn aan de ene en aan de andere kant. Het bedrag is geen mathematische wijsheid. Het was het gevolg van: als je de hakken stevig in het zand zet is dit een reële uitkomst.''

Lees meer over:
Tip de redactie