Kunstenaars winnen kort geding tegen Staat
DEN HAAG - De Staat moet zorgen voor een goede overgangsregeling voor kunstenaars die een beroep deden op de WWik, een regeling waarmee zij hun inkomen konden aanvullen zonder een beroep te hoeven doen op de bijstand.
Foto: ANP
Dat oordeelde de rechtbank in Den Haag dinsdag in een zaak die de kunstenaars tegen de Staat hadden aangespannen.
De Eerste Kamer nam half december een wetsvoorstel aan waardoor er per 1 januari een einde kwam aan de WWik-regeling.
FNV Kiem en de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) eisten via de rechter een overgangsregeling. Ze vonden dat kunstenaars veel te kort tijd hadden om zich te kunnen voorbereiden op de nieuwe situatie.
Overgangsperiode
De rechtbank besliste dat de wet waarmee de Eerste Kamer instemde met het opheffen van de WWik, buiten werking gesteld moet worden voor kunstenaars die gebruikmaakten van de regeling.
Eerst moet de overheid zorgen voor ''een adequate overgangsperiode waarin de desbetreffende kunstenaar zijn of haar beroepspraktijk kan aanpassen aan de veranderende omstandigheden.''
Beroepspraktijk
Een evaluatie van de WWik in 2010 liet zien dat 94 procent van de kunstenaars die er een beroep op deden, erin was geslaagd een beroepspraktijk op te bouwen. In 2011 maakten ongeveer 4000 kunstenaars gebruik van de regeling.
Daarnaast zijn er ongeveer 10.000 kunstenaars die eerder een beroep deden op de WWik, maar die nog steeds aanspraak kunnen maken op de uitkering. De WWik geldt voor een periode van 48 maanden en kan tussentijds onderbroken worden.
Verheugd
Henk Rijzinga van de BBK reageerde verheugd op de uitspraak. ''Via een kort geding hebben we een wet kunnen laten blokkeren. Dit was meer dan we durfden te hopen. We hoopten op een uitstel van een half jaar, maar dit gaat nog een stap verder. De rechtbank heeft de hele Eerste en Tweede Kamer terzijde geschoven.''
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestudeert de uitspraak en reageerde dinsdag nog niet.

Startpagina