Rosenthal blijft staan op bijstand Mansouri

DEN HAAG - Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) blijft bij Iran aandringen op consulaire toegang van Nederland tot de Nederlandse Iraniër Adbullah al Mansouri, die een jarenlange straf uitzit in een Iraanse gevangenis.

Zowel via de Iraanse ambassade als via de Nederlandse ambassade in Teheran probeert het ministerie met hem in contact te komen.

Dat meldde woensdag een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Woensdag is het precies vijf jaar geleden dat Mansouri vast kwam te zitten.

Sinds september vorig jaar heeft zijn familie niets meer van hem vernomen, terwijl er tot die tijd zeker eens per twee maanden telefonisch contact was.

Bezorgd

Rosenthal heeft vorige maand gesproken met Mansouri's zoon. Ook de minister is bezorgd over het welzijn van de Nederlandse Iraniër, liet de woordvoerder weten.

De Iraanse overheid beschouwt Mansouri niet als Nederlander, waardoor Nederland niet bij de gevangene mag. Mansouri werd eind jaren tachtig in Iran schuldig bevonden aan terrorisme. Hij ontkwam en vluchtte naar Nederland.

In 2006 werd hij in Syrië opgepakt en uitgeleverd aan Iran. Hij is daar veroordeeld tot dertig jaar.

Zahra Bahrami

De bezorgdheid is toegenomen door het lot van de Nederlandse Iraanse Zahra Bahrami, die eind januari onverwacht in Iran werd geëxecuteerd.

De Tweede Kamer sprak in februari de wens uit dat het kabinet de mogelijkheid onderzoekt Iran voor het Internationaal Gerechtshof te brengen nu het regime in Teheran weigert Nederlandse consulaire bijstand toe te laten voor in Iran gedetineerde Nederlanders met een dubbel paspoort.

Een brief van de minister aan de Kamer hierover is in voorbereiding, aldus de woordvoerder van de minister.

Tip de redactie