Gemeente wordt verantwoordelijk voor jeugdzorg

DEN HAAG - Gemeenten worden verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Ouders met problematische kinderen kunnen aankloppen bij de gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) .

De lichtere gevallen en vragen om hulp bij het opvoeden handelt het centrum zelf af. Voor zwaardere gevallen schakelt het CJG de jeugdzorg of geestelijke gezondheidszorg in.

Dat staat in de visie van het kabinet op de toekomst van de jeugdzorg die vrijdag bekend werd. Nu zijn de provincies verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar op deze manier van werken bestond veel kritiek.

Jongeren kregen vaak niet de hulp die ze nodig hadden en moesten er te lang op wachten.

Pedagogische huisarts

Van het kabinet mogen de CJG's een soort pedagogische huisarts worden die zelf kan behandelen en doorverwijzen.

Jongeren kunnen dan een stuk sneller hulp krijgen. Nu lopen ze vaak vast in de bureaucratische manier van werken van de provinciale Bureaus Jeugdzorg. De jeugdzorg kampt al jaren met wachtlijsten.

Wachtlijsten

Minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin verwacht dat de wachtlijsten tot het verleden gaan behoren nu de gemeenten de zorg onder zich krijgen. Binnen de Centra voor Jeugd en Gezin kan veel meer aan preventie worden gedaan.

Daardoor neemt het beroep op zwaardere zorg af. De gemeente kan zaken niet meer doorschuiven naar de Bureaus Jeugdzorg als ze er zelf verantwoordelijk voor worden.

Pure winst

Rouvoet noemde het in een toelichting op de visie ''pure winst'' dat alleen de gemeenten en de zorgverzekereaars (voor de jeugd-ggz) nog over de zorg voor jongeren gaan.

Nu zijn er veel meer partijen bij betrokken. De provinciale Bureaus Jeugdzorg blijven wel bestaan, maar beslissen niet meer over de zorg die een jongere nodig heeft.

Ontwikkelen

De bureaus kunnen zich ontwikkelen tot aanbieders van gezinsvoogdij en jeugdreclassering. Deze vormen van zorg passen niet binnen de Centra voor Jeugd en Gezin.

Gemeenten kunnen die zorg dan bij de bureaus gaan inkopen. Het budget voor de jeugdzorg gaat ook van de provincies naar de gemeenten.

Het demissionaire kabinet houdt het bij een visie op de toekomst van de jeugdzorg. Pas het volgende kabinet hakt daar samen met de nieuwe Tweede Kamer knopen over door.

Reactie provincies

Het Interprovinciaal Overleg (IPO), de koepelorganisatie van provinciebesturen vind dat het nieuwe kabinet na de verkiezingen ht advies van het huidige kabinet over de jeugdzorg niet moet overnemen.

Volgens provinciebestuurder John Bos van Flevoland, bestuurder bij het IPO, hebben de provincies de afgelopen jaren met man en macht geprobeerd de jeugdzorg zo goed mogelijk te besturen. ''Vijf jaar geleden kregen we die taak ook maar over de schutting gegooid. Zo hebben we de wachtlijsten weggewerkt en de zorg efficiënter gemaakt. En dat alles met weinig geld en middelen.''

Bos denkt dat de sector niet gebaat is bij jarenlange discussies over het stelsel en de onzekerheid die daarbij hoort. Hij noemt het oordeel van het huidige kabinet ''teleurstellend en jammer''.

Reactie gemeenten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is juist blij met het advies van het kabinet om de jeugdzorg weg te halen bij de provincies en toe te wijzen aan de gemeenten. ''We hebben er jaren voor gepleit. Veel onderzoekscommissies ook. We zijn blij dat het kabinet die adviezen nu heeft overgenomen'', zei een woordvoerster vrijdag.

Volgens de VNG was het altijd 'een rare uitzondering' dat jeugdzorg onder de provinciebesturen viel, terwijl andere vormen van maatschappelijke zorg zoals welzijnswerk, maatschappelijke begeleiding en sociale diensten onder de gemeenten vallen.

Het is volgens de belangenorganisatie veel logischer dat de jeugdzorg nu ook onder de hoede van de gemeenten komt.

Tip de redactie