SGP mag vrouwen niet uitsluiten van passief kiesrecht

AMSTERDAM - De Nederlandse overheid moet maatregelen treffen om te bereiken dat de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) vrouwen niet anders behandelt dan mannen.

Dat heeft de Hoge Raad vrijdag bepaald in een cassatieberoep dat was aangespannen door de Staat en de SGP. De kwestie sleept al sinds 2003.

De partij mag vrouwen in elk geval niet uitsluiten van passief kiesrecht, want daarmee handelt zij in strijd met het VN-Vrouwenverdrag.

Vrouwen moeten gewoon op de kandidatenlijsten kunnen komen, aldus de Hoge Raad, en de Staat is verplicht ervoor te zorgen dat de partij hun dit recht ook echt toekent. De rechter is echter niet bevoegd specifieke maatregelen voor te schrijven, aldus 's lands hoogste rechtscollege.

Reactie SGP

De SGP vindt het besluit van de Hoge Raad onbegrijpelijk. Dat schrijft de SGP vrijdag in een eerste reactie op haar website. Later vrijdag wil de SGP een persconferentie beleggen over de kwestie.

''De SGP vindt het onbegrijpelijk dat de Hoge Raad tot een andere afweging is gekomen van de grondrechten die in het geding zijn dan de Raad van State'', valt te lezen.

''Dit rechtscollege heeft in december 2007 aangegeven dat de SGP ten volle een beroep kan doen op de godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging.'' Op de website staat verder dat de SGP ''met teleurstelling kennis heeft genomen'' van de uitspraak.

Kandidatenlijsten

De kern van de uitspraak is dat de SGP vrouwen niet mag uitsluiten van kandidatenlijsten voor de verkiezingen. De Staat moet daar effectieve maatregelen tegen nemen, aldus het hoogste rechtscollege in Nederland.

Een beroep op levensbeschouwelijke motieven gaat volgens de rechters niet op. ''In een democratische rechtsstaat mag aan politieke beginselen en programma's slechts praktische uitvoering worden gegeven binnen de grenzen die wetten en verdragen daaraan stellen'', staat in de uitspraak.

Gerechtshof

Eind 2007 bepaalde het gerechtshof in Den Haag dat de Staat in strijd handelt met het VN-Vrouwenverdrag van 1979 door de opstelling van de SGP ten aanzien van vrouwen te gedogen.

Vrouwen mogen wel lid worden van die partij, maar worden niet op kieslijsten geplaatst en mogen geen bestuursfuncties in de partij bekleden.

Keuze

Toenmalig minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) vond dat het hof een fundamentele keuze had gemaakt tussen het verbod op discriminatie en het recht op godsdienstvrijheid. Ze wilde daarover de mening van de Hoge Raad horen.

Het hof heeft ook toen niet gezegd welke maatregelen de Staat zou moeten treffen, want daar heeft het geen bevoegdheid voor. Het intrekken van de overheidssubsidie die de partij ontvangt, is geen optie.

Nadat die in 2006 om reden van de discriminatie was stopgezet, heeft de Raad van State in 2007 bepaald dat de minister toch verplicht is subsidie te geven. De Hoge Raad stelt nu dat de rechter ook geen bevel kan geven de subsidie aan de SGP stop te zetten.

Conclusies

Demissionair minister Ernst Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken, Justitie) hoopt dat de SGP zelf conclusies trekt uit de uitspraak van de Hoge Raad.

''We hopen dat ze bij zichzelf te rade gaan'', zei Hirsch Ballin vrijdag na afloop van de wekelijkse ministerraad.

Zijn ambtenaren gaan de uitspraak van de Hoge Raad van vrijdag nu grondig bestuderen.

Hirsch Ballin respecteert de uitspraak en gaf aan dat het altijd al kabinetsbeleid was om ''volledige participatie'' van mannen en vrouwen te bevorderen. De minister kon niet aangeven op welke termijn hij actie onderneemt, als de SGP zelf niets zou doen.

Balkenende

Ook demissionair premier Jan Peter Balkenende zei dat het kabinet de uitspraak eerst zorgvuldig moet bestuderen voor er stappen kunnen worden gezet. Het kabinet zal volgens hem ''op korte termijn'' met een reactie komen.

Balkenende wilde geen voorschot nemen op de mogelijke consequenties. De demissionaire status van het kabinet kan geen beletsel vormen, omdat de regering simpelweg uitvoering moet geven aan een uitspraak van het hoogste rechtscollege in Nederland.

Verwachten

Journalisten wilden van de premier weten welke wettelijke maatregelen te verwachten zijn. Balkenende en Hirsch Ballin wilden daar geen antwoord op geven en verwezen telkens naar het feit dat de uitspraak nog moet worden bestudeerd.

Ook de vraag of de SGP wel mee zou mogen doen aan de komende verkiezingen (9 juni) ontweek Balkenende met hetzelfde argument.

Wel wilde hij kwijt dat het kabinet het arrest respecteert en ook blij is met de duidelijkheid, waaraan het kabinet volgens Balkenende behoefte had. Door de uitspraak is helderheid ontstaan in de rangorde van de diverse grondrechten in Nederland.

Tip de redactie