'Kosten vroege pensionering zware beroepen grotendeels gecompenseerd'

De kosten die voortvloeien uit het feit dat deze werknemers in zware beroepen eerder met pensioen gaan kunnen deels worden opgevangen doordat zij op jongere leeftijd beginnen met werken en dus eerder AOW-premie afdragen.

Ook leven deze werknemers gemiddeld korter, waardoor ze relatief minder pensioen ontvangen, zo concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) woensdag in een onderzoek naar zware beroepen en de mogelijkheden van vervroegde pensionering.

Met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zijn er toenemende zorgen over werknemers in zware beroepen, zegt het EIB. "Die verhoging maakt het nog moeilijker om niet voortijdig uit te vallen."

Jonge leeftijd

"Kenmerkend voor deze beroepen is dat vaak op jonge leeftijd met werken wordt begonnen, het opleidingspeil en de levensverwachting relatief laag zijn en velen niet in goede gezondheid de eindstreep halen", zegt het EIB.

Werknemers in zware beroepen beginnen gemiddeld tweeëneenhalf jaar eerder met werken en leven drie jaar korter.

Dat levert volgens de onderzoekers een netto contante premiewaarde op van rond de 60.000 euro op het tijdstip van pensionering. Hieruit zou vijf jaar extra AOW uitgekeerd kunnen worden.

Vervroegde uittreding kan een middel zijn om ervoor te zorgen dat mensen in zware beroepen wel gezonder de eindstreep halen, waardoor er ook kan worden bespaard op uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid.

Deze besparingen compenseren de kosten van de maatregel grotendeels, zegt het EIB. Die bestaan voornamelijk uit extra pensioenuitkeringen, zo’n 21 miljoen euro als de werknemers vijf jaar eerder met pensioen zouden gaan.

Zwaar beroep

In het onderzoek stond de Nederlandse afbouwsector, waarin onder andere stukadoors, wand- en plafondmonteurs, vloerenleggers en natuursteenbewerkers actief zijn, centraal. Het onderzoek heeft echter ook implicaties voor andere zware beroepen.

Het EIB bakende het begrip zwaar beroep af op basis van bestaande cijfers van het UWV over het uitvallen van werknemers in bepaalde beroepsgroepen door arbeidsongeschiktheid.

Branches met overwegend veel zware beroepen laten een bovenmatig cijfer van vroegtijdige uitval door arbeidsongeschiktheid zien, namelijk twee keer hoger dan gemiddeld.

Naast de afbouw- en natuursteenbranche gaat het dan om schilders, dakdekkers, werknemers in de reiniging, visserij en taxi- en ambulancevervoer. Samen vormen deze zeven sectoren 2 procent van de werkenden in Nederland.

Buitenland

"De reikwijdte van een regeling voor vervroegd pensioen voor zware beroepen is daarmee relatief beperkt en ondergraaft niet de voordelen van de algemene oplopende pensioneringsleeftijd", zegt de instantie.

Andere Europese landen, waaronder Duitsland en België, landen laten bovendien zien dat een dergelijke regeling goed toepasbaar is in de praktijk. De regelingen gelden volgens het EIB maar voor een beperkt deel van de beroepsbevolking, een percentage van tussen de 0,5 en 4 procent.

Vakbond

FNV Bouwen en Wonen is blij met de uitkomst van het onderzoek. Bestuurder Peter Roos roept de politiek op om "nu eens werk te maken van eerder stoppen met werken voor zware beroepen". "Het kan en is gerechtvaardigd. Doe het dan ook."

Volgens Roos is het goed mogelijk om de kenmerken van een fysiek zwaar beroep te formuleren. Hij verwijst daarbij naar de ons omringende landen, die al eerder afspraken hebben gemaakt. "Eigenlijk is het vreemd dat we hierover in Nederland nog steeds discussie hebben."

Lees meer over:
Tip de redactie