'Nieuw pensioenstelsel moet gezamenlijke buffer krijgen'

Het nieuwe pensioenstelsel moet, naast het pensioenvermogen, een collectieve buffer krijgen om schokken op de financiële markten beter op te kunnen vangen.

Dat staat in een vrijdag gepubliceerd rapport van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de mogelijke pensioenvariant 'Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling'.

De SER, het adviesorgaan van de regering waarin werkgevers en werknemers zijn vertegenwoordigd, kwam begin vorig jaar met een analyse van vier verschillende varianten voor een nieuw pensioenstelsel. 

Een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling werd toen bestempeld als interessant, maar ook als onbekend. Daarom heeft de SER de afgelopen maanden de optie verder onderzocht.

Scenario 

In het nu onderzochte scenario wordt, in financieel goede tijden, een deel van de opbrengsten in een buffer gestopt. Nu gaan die opbrengsten nog naar de pensioendeelnemers.

In economisch slechte tijden kunnen eventuele tekorten van pensioenen worden aangevuld uit de buffer. Het delen van risico's via een buffer kan volgens de SER leiden tot stabielere en hogere pensioeninkomsten.

Dat geldt echter niet voor alle varianten. Fondsen die nog geen buffer hebben, moeten die eerst opbouwen. Eventuele winsten uit beleggingen vloeien dan niet terug naar de pensioenen.

In de onderzochte variant blijven de sterke punten van het huidige stelsel behouden, zoals collectiviteit en het gezamenlijk delen van risicos, zegt de SER. "Maar dat gebeurt dan wel binnen een pensioencontract op basis van persoonlijk pensioenvermogen."

Contract

Met zo'n contract moeten de deelnemers kunnen zien hoeveel pensioen zij hebben opgebouwd. Uit gesprekken met betrokken partijen en de hoofdlijnennota van het kabinet kwam naar voren dar het nieuwe stelsel vooral eenvoudiger en transparanter moet worden.

Ook moeten de pensioenen meer toegespitst worden op de huidige arbeidsmarkt. Die is sterk veranderd, onder meer door het toegenomen aantal zelfstandigen. Ook is het niet meer vanzelfsprekend dat werknemers bij één werkgever blijven. 

Dubbel

De SER stelt in zijn advies dat er met het nieuwe stelsel sprake is van een dubbele overgang. Ten eerste moet de oude regeling worden omgezet naar de nieuwe regeling. Daarnaast wordt de zogenoemde doorsneesystematiek afgeschaft.

Met dit systeem betaalt jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde pensioenpremie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud. De inleg van jongeren is namelijk meer waard dan die van ouderen, omdat het geld langer kan renderen. Het ondermijnt daarom het draagvlak van het stelsel.

De afschaffing van de systematiek kost geld, 100 miljard euro volgens het Centraal Planbureau. De SER hoopt echter dat deze nadelige effecten met de dubbele overgang kunnen worden verzacht. 

Compensatie

Voor een eerlijke verdeling van de lasten moeten benadeelde leeftijdsgroepen nog wel compensatie krijgen, vindt de Raad. "Dat kan bijvoorbeeld door een tijdelijke extra pensioenopbouw."

Als ervoor wordt gekozen om dit stelsel in te voeren, hangt de precieze invulling en de financiering af van de wensen van de werkgevers, de werknemers en de overheid.

Lees meer over:

Spaartaks

Spaartaks
Dit moet je weten over de spaartaks.

Pensioenstelsel

Pensioenstelsel
Haast is geboden voor een nieuw pensioenstelsel.
Tip de redactie