Wereld van twee snelheden

Terwijl de groei in de eurozone, in tegenstelling tot de verwachting van velen aan het begin van het jaar, steeds meer lijkt stil te vallen, raakt de economie van de Verenigde Staten steeds meer op stoom.

Door Martine Hafkamp

Volgens veel analisten begin dit jaar was de Europese aandelenmarkt de plaats waar in 2014 op de grootste koersstijgingen gerekend kon worden.

Dat werd onderbouwd met het gegeven dat de Europese aandelenbeurzen lager gewaardeerd waren dan de Amerikaanse.

De Europese groeimotor lijkt echter te haperen. Waar de ZEW-indicator in Duitsland nogal tegenviel en Italië wederom in een recessie terecht lijkt te komen en het zelfs slechter deed dan Griekenland, groeide het bruto nationaal product van de Verenigde Staten het afgelopen kwartaal met maar liefst 4 procent.

En, wat nog belangrijker is, de inkoopmanagers van zowel de Amerikaanse producerende als de dienstverlenende industrie rapporteerden beter dan verwachte cijfers.

Sterk kwartaal

De inkoopmanagersindex voor de dienstverlenende industrie kwam uit op 58,2 en dat was niet alleen beter dan de geschatte 56,5 maar eveneens het hoogste cijfers sinds november 2005.

In de combinatie bereikten de beide inkoopmanagers indices eveneens de hoogste stand sinds diezelfde novembermaand negen jaar geleden. Aangezien inkoopmanagers de beste vooruitlopende indicator zijn geeft dat goede hoop voor een goed derde kwartaal in de Verenigde Staten en een mooi vervolg op dat sterke tweede kwartaal.

Daar kwam nog een ander zeer bemoedigend cijfer bij, en wel dat van het steeds maar verder dalend aantal aanvragen van werkloosheidsuitkeringen. Het voor wekelijkse uitschieters gecorrigeerde vierweeks-gemiddelde is inmiddels gezakt naar een post-recessie dieptepunt van 293.500, het laagste punt sinds februari 2006.

Het is zo’n belangrijk cijfer, omdat de grafieken van de S&P 500 en die van de jobless claims nagenoeg naadloos op elkaar te leggen zijn. Een verdere daling van de werkloosheidsuitkeringen belooft dus veel goeds voor de beurs.

Amerikaanse economie

Het zijn cijfers die er ook op duiden dat de Amerikaanse economie in deze tweede helft van het jaar wel eens aangenaam positief zou kunnen verrassen.

Terwijl Europa, mede getuige de in juni onverwacht gedaalde industriële productie in de eurozone, in mineur verkeert, zou dat een verder aantrekken van de dollar moeten gaan betekenen.

Sinds mei, het moment waarop Draghi alarm sloeg, is deze al gestegen van 1,40 ten opzichte van de euro naar 1,3350. Draghi heeft dus niet alleen in 2012 de euro gered met zijn beroemde uitspraak 'whatever it takes', maar wederom met woorden eveneens de daling van de euro in gang gezet sinds mei dit jaar.

Renteverhoging

Betere macro-economische cijfers in de Verenigde Staten betekenen overigens wel dat het debat over een vroegere renteverhoging door de Fed heviger zal gaan worden. Mevrouw Yellen heeft op haar beurt echter al aangegeven dat zij liever inflatie bestrijdt, dan de aantrekkende economische groei te vroeg de kop in drukt.

Uit onderzoek van onder andere Merrill Lynch, waaruit blijkt dat fondsbeheerders een recordhoeveelheid cash aanhouden in afwachting van een mindere beurs, geeft nog eens een extra argument om in het najaar een forse rally te verwachten.

Al die liquide middelen moeten immers weer belegd worden en daar zouden beter dan verwachte macrocijfers in de Verenigde Staten best wel eens de katalysator voor kunnen zijn.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2012 de Gouden Stier voor de Beleggingsexpert van het jaar. Volg Martine ook opTwitter.com/Martinehafkamp.

Lees meer over:
Tip de redactie