In deze vier stappen breng je een uitvinding naar de markt

Veel mensen hebben weleens een eurekamoment. "Nederland telt ruim zeventien miljoen uitvinders", stelt Wouter Pijzel, directeur (a.i.) van de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU). Toch bereikt maar een klein deel van al die goede ideeën ook de markt.

"Het traject van idee tot markt is complex en kent nare valkuilen", zegt Pijzel. Zijn vereniging helpt uitvinders met het uitstippelen van die route. "Er vallen heel veel mensen af. Maar zo'n 15 procent van alle ingediende octrooien wordt bovendien vercommercialiseerd."

De NOVU staat zowel zelfstandige uitvinders als bedrijven bij. Vooral de particulieren kunnen die hulp goed gebruiken, weet Pijzel. "Uitvinders in loondienst beschikken over veel disciplines om snel te kunnen beslissen. De zelfstandige uitvinder staat er alleen voor."

Ondernemen is niet voor iedereen: "Veel uitvinders vinden het papierwerk lastig, je moet voldoende commercieel en creatief zijn om succesvol te zijn." Toch kun je volgens Pijzel ook veel ondernemersskills leren en moet je vooral samenwerken om een bedrijf te bouwen.

"Ga vooral niet met een idee de markt op. Het moet een vinding zijn die je in de markt gevalideerd hebt." In deze vier stappen maak je volgens Pijzel succesvol een bedrijf van een idee.

Stap 1: Heeft iemand anders mijn idee al?

De eerste stap na het hebben van een eurekamoment is onderzoeken of het idee niet al door iemand anders is beschermd. Zitten er intellectuele eigendomsrechten op een vinding? "Zoek je dat niet uit, dan kan er een hoop narigheid ontstaan", zegt Pijzel.

Dat onderzoek kun je zelf doen via een speciale octrooienwebsite, maar "behoeft wel enige technische kennis en technisch inzicht", zegt Pijzel. "Je kunt het ook met een octrooibureau of andere professional doen. Dan krijg je wel een factuur, maar de kosten vallen mee."

De echte kosten volgen pas wanneer je besluit om een idee ook verder te ontwikkelen met octrooirechten te beschermen via octrooibureaus en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). "Zeker wanneer je een idee, zeg een innovatieve grasmaaier, in meerdere landen wilt beschermen. Voor complexe hardware kan dat oplopen tot in de miljoenen. Voor software is dat substantieel lager."

Maar als een vinding goed is en een ondernemer zijn huiswerk goed heeft gedaan (het stappenplan heeft doorlopen), dan vind je altijd geld, weet de adviseur. "Er is veel geld in Nederland en we doen het goed op de innovatieranglijsten. In de beginfase moet je alleen het lef hebben om zelf te investeren in je idee en het geld op te zoeken."

Stap 2: Waar is mijn markt?

Stap twee draait om de vraag wat er speelt in de markt waarin je vinding zich bevindt. "Wat is er al in de markt dat min of meer hetzelfde doet en tegen welke prijs is dat beschikbaar? Wat zou de markt over hebben voor jouw vinding?"

Deze en andere vragen beantwoord je in een goed marktonderzoek. Dat kun je wederom zelf doen, maar ook hier kun je samenwerken. "De leden van NOVU kunnen ervoor kiezen om dat marktonderzoek uit te voeren met de hogeschool of universiteit. Voor 195 euro doen studenten uit de hogere klassen het onderzoek voor je. En dat zijn prima onderzoeken."

Stap 3: Werkt mijn vinding ook in het echt?

Een idee kan op papier nog zo geweldig klinken, het draait uiteindelijk natuurlijk om de praktijk. Om te onderzoeken of je vinding ook in het echt standhoudt, bouw je in stap drie een prototype van je product.

"Uitvinders geloven vaak heilig hun eigen creatie. Maar lang niet altijd werkt het ook zoals ze het bedacht hadden." Je moet dus aantonen dat het werkt. Dat kan vanaf je eigen 'klassieke' zolderkamer, maar je kunt ook samenwerken met een partij die de juiste faciliteiten heeft.

"Mensen met een goed idee, maar twee linkerhanden kunnen bij NOVU het maken van een prototype uitbesteden aan andere ondernemers met bijvoorbeeld labfaciliteiten of een werkplaats met een 3d-printer."

Veel onderzoekers werken het idee uit binnen de universiteit of hogeschool of zoeken een zogenoemde co-workingspace of incubator met de juiste faciliteiten. "Een tip: blijf niet te lang hangen in het bouwproces: een veelvoorkomende valkuil. Als het werkt, is het af."

Stap 4: Is mijn plan waterdicht?

Stap vier omvat het welbekende ondernemersplan. Hoe verbind je alle voorgaande stappen tot een route naar de markt? "Veel informatie kun je al halen uit de voorgaande stappen. Het hoeft echt geen boekwerk te zijn. Een goede aanzet is ook al genoeg en cruciaal voor contacten met marktpartijen of geldverstrekkers."

Het businessplan omvat verschillende facetten. Een van de belangrijkste vragen die je beantwoordt is welke route je kiest om de markt te bereiken. Ga je het zelf doen en begin je een startup of verkoop je je idee als licentie aan een derde marktpartij?

"Zo'n 30 procent van de uitvinders wil graag zelf ondernemen, de rest kiest voor samenwerking met een marktpartij", zegt Pijzel. "Ga je zelf ondernemen, schrijf dan een dikker en meer waterdicht ondernemersplan."

Dat plan vormt de basis voor het leggen van de juiste contacten. Financierders, partners, klanten. "Vooral de eerste zogenoemde launching customer is van belang. Uit onderzoek blijkt dat zo'n 70 procent van de beginnende ondernemers op zoek is naar zo'n klant en maar 10 procent deze ook vindt."

Daar is volgens Pijzel nog winst te behalen. "Nederlandse bedrijven hebben vaak nog te weinig lef om samen te werken met startups. Als we dat beter doen, kunnen we onze sterke innovatiepositie verder uitbreiden."

Lees meer over:

Tips

Tips
Hoogleraar Vareska van de Vrande over samenwerking en innovatie: 'Het wordt steeds lastiger om baanbrekende innovaties als bedrijf alleen te bereiken.'

De werkdag van

De werkdag van
Marianne van Sasse van Ysselt van Secrid: 'We zijn een beetje de vader en de moeder van het bedrijf'

In de praktijk

In de praktijk
Oprichter DE Unie over duurzaamheid: 'Er is nog een groep slapende consumenten.'
Tip de redactie