OVG: 'Energielabel C voor alle kantoren is haalbaar, maar er is meer mogelijk'

NUzakelijk vraagt wekelijks een ondernemer die onderdeel van het nieuws is, wat dat nieuws voor hem of haar in de praktijk betekent.

Deze week spreken we met Jan Hein Tiedema, directeur van vastgoedontwikkelaar OVG Real Estate, het bedrijf achter een van de meest duurzame kantoren van de wereld. 'The Edge' op de Amsterdamse Zuidas is volledig energieneutraal. "Het pand levert zelfs energie op", zegt Tiedema.

Duurzaam bouwen staat recent weer volop in de aandacht. Zo wil het Kabinet dat kantoren in Nederland in 2023 energiezuiniger zijn met minimaal een energielabel C.

Ook riepen het kabinet, de bouw, lagere overheden en kennisinstellingen een werkgroep in het leven om samen te werken om woningen en bedrijfspanden duurzamer te maken.

"Het is positief dat er nu een harde lijn wordt getrokken vanuit de overheid", zegt Tiedema. "Dit is het eerste duidelijke resultaat voor de kantorenmarkt sinds het klimaatakkoord van Parijs."

Alle kantoren moeten in 2023 minimaal een energielabel C hebben, is dat plan haalbaar en ambitieus genoeg?

"Een C-label is voor alle kantoren economisch goed haalbaar, maar er is praktisch natuurlijk veel meer mogelijk. Er moeten investeringen worden gedaan om de aanpassingen van panden mogelijk te maken. In de basis geldt dat investeringen om een energielabel C te bereiken zich in vijf jaar terugverdienen.

Daarmee is het voor de geldschieters aantrekkelijk om in duurzaamheid te investeren. We zien op dit moment dat banken steeds vaker de verduurzaming van de kantorenmarkt aanjagen door financiering beschikbaar te stellen. Ze kunnen daarmee ook een belangrijke rol vervullen bij het behalen van de doelen van het klimaatakkoord. Banken zijn namelijk in de positie om vergroening te stimuleren, door voorwaarden te stellen aan de financiering.

De eigenaar van het pand krijgt geld, mits de energiedoelen voor het pand binnen een bepaalde termijn worden gehaald. Dat kan een mooie prikkel zijn om de boel te versnellen. Het zou ook goed zijn, want op dit moment worden er zo’n vijfduizend kantoorpanden per jaar aangepast. Dat levert per pand een prestatieverbetering van zo'n 30 procent op. Willen we de doelen uit het klimaatakkoord halen, dan moeten we jaarlijks vijftienduizend panden verduurzamen en moet de prestatieverbetering 90 procent zijn. 

Er is dus nog veel te halen. De overheid kan hier ook een steentje bijdragen, bijvoorbeeld omdat het rijk op dit moment geld kan lenen tegen een historisch lage rente van 0,1 procent. Dat geld kan worden ingezet om bestaande gebouwen te verduurzamen. Je zou ook kunnen denken aan een fiscale prikkel. Op dit moment wordt er belasting geheven op de WOZ-waarde van een pand. In plaats daarvan zou dat ook kunnen op het duurzaamheidslabel. Eigenaren van duurzame panden worden dan beloond voor hun inspanningen.

Kantoren kunnen dus volledig energieneutraal worden gemaakt, wat is er praktisch mogelijk?

In principe is er heel veel mogelijk, maar de toepassingen hangen af van het soort pand, de doelen en bijvoorbeeld ook de vraag of het pand wel of niet in gebruik blijft tijdens de verbouwingen. OVG heeft kortgeleden bijvoorbeeld een kantoor aangepast naar energielabel A zonder dat het werk van het betreffende bedrijf daarvoor hoefde te worden neergelegd.

Op het moment dat het pand volledig wordt gestript of het een geheel nieuw kantoor betreft kun je het meeste doen. The Edge is daar een voorbeeld van, maar we werken op dit moment bijvoorbeeld ook aan het nieuwe hoofdkantoor van ING dat ook energeizuinig moet worden. 

The Edge heeft het duurzaamheidslabel ‘outstanding’ gekregen van de Dutch Green Building Council met een zogenoemde BREEAM-NL score van 98,36 procent. In Limburg staat inmiddels één pand dat beter scoort en dat is goed, want de techniek ontwikkelt zich. Bijzonder aan het kantoor in Amsterdam is onder meer het grote atrium van glas, centraal in het gebouw. Dat functioneert als een soort long die zorgt voor frisse luchten daglicht, waardoor we minder hoeven te koelen en ventileren.

Duurzaamheid is echter lang niet altijd rocket science en daarom mogelijk voor alle kantoren.  Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van LED-lampen, betere isolatie en het terugdringen van onnodig verbruik van inefficiënte klimaatinstallaties. De kosten hiervoor zullen afhangen van het project. Bij oudere gebouwen is het bijvoorbeeld kostbaarder, omdat de panden een bouwkundige erfenis met zich meebrengen. Hier is over het algemeen meer geld voor nodig en daarom  niet in alle gevallen rendabel.

Hoe belangrijk is het voor de bouwsector om in te zetten op duurzaamheid?

De sector is weer opgekrabbeld na een aantal moeilijke jaren, de markt trekt weer aan daarom is dit een goed moment om in te zetten op duurzaamheid. Gelukkig is energiezuinig zijn voor kantoren anno 2016 geen onderscheidende factor meer, het is de standaard geworden.

Nederlandse bedrijven beschikken over veel kennis en ervaring op dit gebied die ook in het buitenland niet onopgemerkt blijft. OVG doet bijvoorbeeld projecten in Duitsland en we werken aan het nieuwe hoofdkantoor van Unilever in New Jersey. Feit blijft dat pandeigenaren en de sector nog meer kunnen doen om te verduurzamen. De mogelijkheden hiervoor zijn er al, dus waarom zouden we wachten tot 2023? We kunnen meer tempo maken en dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

De ondergrens die minister Stef Blok heeft gesteld is goed en ook het Rijksvastgoedbedrijf is op de goede weg door meer eisen te stellen. Duurzaamheid in de bouwsector is volwassen geworden, maar op de grotere schaal van klimaatdoelen en betere samenwerking tussen partijen valt nog veel te winnen."

Lees andere interviews van de rubriek:

Tip de redactie