'Nederland moet met Duitsland samenwerken op gebied van windmolens'

Energiewinning met windmolens op zee kan in Noord-Europa alleen snel op een betaalbare manier verder groeien als Nederland en Duitsland meer samenwerken.

Dat schrijft het economisch bureau van ING woensdag in een rapport.

De Nederlandse handelsmissie naar de Duitse deelstaten Sleeswijk-Holstein en Hamburg is volgens het bureau dan ook van groot belang voor de toekomst van windmolens op zee. 

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zijn donderdag en vrijdag te gast in Duitsland. Zij worden daarbij vergezeld door minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Verweven

Nederland en Duitsland zijn al nauw verweven met elkaar op het gebied van duurzame energie, maar er is veel ruimte om de samenwerking verder uit te breiden, aldus ING. Dit kan bijvoorbeeld via gezamenlijke platforms op zee waar de energie van verschillende windparken bijeen komt.

Nu sluiten beide landen hun eigen parken nog op de eigen nationale netten aan. Maar elektriciteit die bijvoorbeeld in Duitse wateren wordt opgewekt, zou ook direct naar het Nederlandse vasteland kunnen gaan, zeggen de economen van de bank.

Investeringen

De energiesector is ook gebaat bij meer politieke samenwerking en een gezamenlijk Europees energiebeleid. Er zijn forse investeringen nodig voor de aanleg van windparken op zee en de stroomkabels over de zeebodem die de elektriciteit naar verdeelstations brengen.

De geplande parken en offshore kabels in Nederland en Duitsland tot 2020 kosten volgens ING bij elkaar tussen de 32 en 37 miljard euro.

Behalve voor de energiesector, is de handelsmissie ook bedoeld voor het bevorderen van de samenwerking tussen bedrijven op het gebied van medische technologie en farmacie.

Tip de redactie