Dit moet u weten over het aanzetten van de geldpers

Politici en economen hebben het al weken over kwantitatieve verruiming, ook wel QE genoemd. De meningen over het gebruik van dit zware financiële middel zijn verdeeld, maar wat is het precies?

Wat is kwantitatieve verruiming?

Kwantitatieve verruiming, Quantitative Easing (QE) of geldverruiming, is een relatief nieuwe methode die centrale banken gebruiken om de economie te stimuleren. De precieze definitie is daarom ook nog niet helemaal duidelijk.

Vaak wordt gerefereerd aan investeren van enorme hoeveelheden geld door centrale banken in de economie. Toezichthouders kopen bijvoorbeeld staatsobligaties van financiële instellingen die daardoor weer geld hebben om uit te lenen of om hun eigen reserves aan te vullen. Dit moet ervoor zorgen dat een economie weer begint te groeien en er geen deflatie ontstaat. 

De centrale bank van Japan was de eerste die de methode op grote schaal heeft toegepast in 2001. De bank kocht toen enkele miljarden yen aan Japanse staatsobligaties op om de inflatie in het land op peil te houden. De Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, begon er eind 2008 mee en bouwde de steun afgelopen oktober helemaal af.

Heeft het resultaat gehad?

Voorlopige onderzoeken laten zien dat het nieuwe beleid wel een effect heeft gehad op de algemene economie. Zo zouden in de Verenigde Staten inflatie, economische groei en soms zelfs huizenprijzen zijn gestimuleerd.

Wetenschappers benadrukken wel dat het gaat om ontzettend nieuw beleid dat is uitgevoerd onder unieke omstandigheden en dat de effecten voor de lange termijn erg onzeker zijn.

Waarom kwantitatieve verruiming in Europa?

De lage inflatie in Europa baart de Europese Centrale Bank (ECB) zorgen. Het handhaven van prijsstabiliteit in de eurozone is namelijk het hoofddoel van de toezichthouder.  

In december 2014 was de inflatie binnen de eurozone zelfs voor het eerst sinds oktober 2009 negatief: -0,2 procent. Dat is veel lager dan wat de ECB als gezond beschouwt, namelijk een percentage van dichtbij maar onder de 2.

Nu de inflatie sinds oktober 2013 niet meer boven de 1 procent is uitgekomen, wordt de roep om maatregelen steeds luider. Die zullen verder moeten gaan dan de al genomen stappen zoals het opkopen van door onderpand gedekte obligaties en het verstrekken van goedkope kredieten aan banken.

Eén groot instrument blijft nog over om de inflatie op te schroeven; het opkopen van staatsobligaties, een vorm van kwantitatieve verruiming. Op 22 januari kondigt de ECB aan om grootschalig staatsleningen op te kopen. 

Vanwege het verbod op monetaire financiering van overheden, koopt de ECB de staatsleningen op bij instellingen die deze in het bezit hebben zoals banken, pensioenfondsen, verzekeraars en andere beleggingsinstellingen.

Sinds 9 maart koopt de centrale bank maandelijk voor 60 miljard euro op aan leningen en blijft dit in ieder geval doen tot en met september 2016.

Lees meer over:
Tip de redactie