Wat bent u waard?

Meer dan honderd jaar geleden kenden we in Nederland de ‘Wet op het Geslacht’. Dat had niets met mannetjes of vrouwtjes te maken. Het was een belasting op het slachten van koeien en varkens.

Hoe meer het feestvarken waard was, hoe hoger de belasting. Wat een beest waard was werd geschat door een ‘Rijksschatmeester’.

Zo’n man (vrouwen zullen het wel niet geweest zijn) kon dus zeggen: ‘die koe is 25 gulden waard’. Maar nu komt het. Want de trotse eigenaar had nu het recht om te zeggen: Is dat beest 25 gulden waard? Verkocht!’. Contant afrekenen graag. Kijk, dat is nog eens rechtsbescherming.

Ingewikkeld

Tegenwoordig lijkt het een stuk ingewikkelder om te bepalen wat de fiscale waarde van iets is. Je bent waard wat je hebt, maar wat is de waarde van wat je hebt? Het fiscale belang is echter duidelijk: hoe hoger de waarde, hoe hoger de belastingaanslag die opgelegd kan worden.

Neem nu de eigen woning. Over de waarde daarvan wordt vaak verbitterd geprocedeerd. Alles wordt uit de kast gehaald. Laag overkomende vliegtuigen, hoge bomen met veel losse blaadjes, het uitlaten van honden en zelfs de nabijheid van een homo-ontmoetingsplaats: het drukt in de ogen van veel woningeigenaren de waarde van hun stulpje aanzienlijk.

Droge ogen

Met droge ogen wordt een waarde verdedigd waarvoor de betreffende eigenaar zijn woning natuurlijk nooit van de hand zou doen. Moeilijk is het wel. Het is erg lastig om te bepalen wat de waarde van iets is als het niet echt verkocht wordt. Kan dat nu niet anders? Eenvoudiger, goedkoper en zonder veel poespas? Jawel, dat is heel goed mogelijk. Want zoals met zoveel dingen is in het fiscale recht eigenlijk alles al eerder geprobeerd.

De eerder genoemde ‘Wet op het Geslacht’ zou uitkomst kunnen bieden, een effectief en goedkoop systeem. Waarschijnlijk iets te effectief, want de wet verdween al vrij snel weer uit beeld.

Gouwe ouwe

Maar deze gouwe ouwe zou het vandaag de dag nog uitstekend doen in de Wet waardering onroerende zaken. En ons verlossen van een hoop gejammer. Zowel van onredelijke belastingplichtigen als van iets te inhalige gemeenten.

Ook het omgekeerde zou trouwens mogelijk zijn. U geeft zelf in alle vrijheid de waarde aan. Prima, maar bedenk dan wel dat de gemeente het recht heeft om uw pand voor die prijs te kopen. In een iets afwijkende variant kennen we -voor kunst - dit systeem al in Frankrijk. Want zoals gezegd: in het fiscale recht is eigenlijk alles al eerder geprobeerd.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij FSV Adviseurs Eindhoven BV en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. Volg hem ook op Twitter.com/athomassen60.

Lees meer over:
Tip de redactie