Advotainment

Duurbetaalde, mediaminnende advocaten zijn eerder uitzondering dan regel. Er zijn namelijk nog zo’n 15.000 advocaten zijn die elke dag hard moeten werken voor een normale boterham.

Heel vroeger had je als advocaat een nobel beroep, je werkte vaak letterlijk pro deo (gratis). Dit kon ook omdat de advocaat vaak uit welgestelde kringen afkomstig was en daarom niet per se geld hoefde te verdienen. Maar naarmate de verdiensten in de advocatuur stegen en de belangen groter werden, brokkelden die ‘nobele’ ambities af.

Hebben we dat niet aan onszelf te danken? Er zijn teveel uitzonderingen op de voorheen nobele regel. Zoals de vreemdelingenadvocaat die voor kwantiteit in plaats van kwaliteit gaat en zo de Staat voor tonnen benadeelt.

En wat te denken van die advocaten die zo nodig in de media moeten verschijnen? In veruit de meeste gevallen is het niet in het belang van de cliënt om in de media te verschijnen.

Aanzien

Het beroep advocaat neemt niet in aanzien toe wanneer je als ‘deskundige’ bij Boulevard aanschuift. Het aanzien neemt ook niet toe wanneer je in het RTL4-programma ‘Pro Deo’ verschijnt en de (juridische) fouten niet corrigeert.

In het geval van Pro Deo vraag ik me bovendien af of deze advocaten niet beter de eer aan zichzelf hadden moeten houden. Op zijn minst moeten ze toch zaken behandelen die tot hun vakgebied behoren. Maar zoals Von Ebner al schreef: ‘Waar de ijdelheid begint, houdt het verstand op. ‘

Addergebroed

Je bewijst je collega’s en confrères evenmin een dienst wanneer je dossiers van je ex-cliënt naar de media lekt of je ex-cliënt in het openbaar bijvoorbeeld ‘addergebroed’ noemt.

Door deze en andere wantoestanden, besloot staatssecretaris Fred Teeven dat het toezicht op de advocatuur anders geregeld moest worden. De Orde heeft vervolgens, met de hete adem van Teeven in haar nek, besloten één van de bekendste advocaten van het land aan te pakken.

Deken

Als de door de deken geschetste omstandigheden allemaal waar zijn, dan dient “de heer M.” m.i. ook van het tableau geschorst te worden. Een advocaat die grote sommen contant geld aanneemt en daarmee handelt in strijd met de regels, belasting ontduikt en daarbij bovendien zaken inhoudelijk niet accuraat behandelt, zou zichzelf geen advocaat mogen noemen.

Met het recht om jezelf ‘advocaat’ te mogen noemen, verkrijg je bepaalde privileges (beroepsgeheim, procesmonopolie etc.), maar heb je je ook aan bepaalde regels te houden.

Kat in het nauw

Helaas maakt een kat in het nauw rare sprongen, met als voorlopig dieptepunt de publieke ruzie waarbij de één de tarieven van de ander bekend maakt en de ander sms-berichten van zijn ex-cliënte aan de Telegraaf doorspeelt (m.i. een flagrante schending van het beroepsgeheim).

Het beeld dat het publiek van de advocatuur heeft: graaiers, veel wol weinig inhoud etc. wordt alleen maar bevestigd. En een nieuwe vorm van entertainment is ontstaan: ‘advotainment.’

Strategie

De strategie van de Orde om een van ’s lands bekendste advocaten aan te pakken, lijkt zich tegen haar te keren. De Orde had de door de Amsterdamse deken ingeslagen weg zo goed kunnen gebruiken om het publiek duidelijk te maken dat de hiervoor genoemde voorbeelden slechts uitzonderingen zijn.

Er zijn namelijk nog zo’n 15.000 advocaten zijn die elke dag hard moeten werken om een normale boterham te verdienen (tarieven van € 500,- per uur zijn echt hoge uitzondering).

Olie op het vuur

De Orde van Advocaten, bij monde van de landelijk deken, koos er echter voor om nog meer olie op het vuur te gooien door de zzp-advocaten ‘een bedreiging voor de advocatuur’ te noemen. Ik mag de landelijke deken er wel op wijzen dat de hiervoor genoemde excessen allemaal afkomstig zijn van advocaten die geen zelfstandigen zijn.

Uit het gisteren verschenen rapport van R.J. Hoekstra blijkt dat er al belangrijke stappen zijn gezet door de Orde in de verbetering van het toezicht op de advocatuur. Laten we hopen dat deze stappen blijvend zijn.

Rapport

Het rapport van Hoekstra geeft daartoe voldoende voorzetten. Daarnaast wil ik de Orde oproepen om haar kanalen te gebruiken om Nederland voor eens en altijd duidelijk te maken dat onze beroepsgroep er één is van uitstekende kwaliteit. Wellicht dat we het toezicht dan toch in eigen hand kunnen houden.

In de tussentijd roep ik mijn gewaardeerde confrères en collega’s op om slechts in de media te verschijnen wanneer dat in het belang van de cliënt(e) is en niet ter meerdere eer en glorie van uzelf. Kunnen we tevens afspraken dat als we de media inzetten voor pr-activiteiten dat we dan niet de (juridische) inhoud uit het oog verliezen?

Het verbeteren van het imago van de advocatuur is immers iets wat we samen moeten doen, zodat ‘advotainment’ nooit tot Woord van het Jaar gekozen zal worden.

Lees meer over:
Tip de redactie