'Aanpak faillissementsfraude onder de maat'

AMSTERDAM – Faillissementen zijn aan de orde van de dag, zeker in de huidige crisis. Daarbij is fraude een serieus probleem, stelt hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda. "Fraudeurs gaan te vaak vrijuit."

Fraude met failliete bedrijven kent volgens de eerste Nederlandse hoogleraar faillissementsfraude een behoorlijke omvang. Bij ongeveer een kwart tot een derde van alle faillissementen zou het om fraude gaan, zo’n 3000 gevallen per jaar. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie lopen schuldeisers daardoor jaarlijks 1,7 miljard euro mis.

"Faillissementsfraude is diefstal. Van schuldeisers, van de fiscus, en daarmee van ons allemaal", zegt de hoogleraar van de Radboud Universiteit Nijmegen tegen NUzakelijk.nl.

Vertrouwen

Het negatieve effect is niet alleen in een schadebedrag uit te drukken, vindt ze. "Veel slachtoffers worden meegezogen in het faillissement van een ander. Het vertrouwen in onze economie wordt door faillissementsfraude ook ondermijnd. Onze economie draait namelijk op het vertrouwen dat schulden worden afbetaald. Je hoeft alleen maar naar de huidige kredietcrisis te kijken om te zien wat het voor gevolgen heeft als dat vertrouwen wordt geschonden."

Speelt het probleem sterker in sommige sectoren? "Het is niet op wetenschappelijke inzichten gestoeld, maar wat ik hoor is dat de transportsector het zwaar heeft."

Gelegenheidsfraudeur

Hilverda denkt niet dat de crisis effect heeft op de relatieve omvang van faillissementsfraude. "Die omvang blijft door de jaren heen ongeveer gelijk. En dat komt simpelweg omdat fraudeurs (te) vaak vrijuit gaan; de kans om strafrechtelijk te worden veroordeeld is ongeveer 2,5 procent."

Een betere aanpak van dit type fraude zal de maatschappij geld opleveren, stelt de hoogleraar. "Als de pakkans reëel is, gaat daar een preventieve werking van uit. Met name de gelegenheidsfraudeur zal dan wel uitkijken.” Daarnaast maakt vervolging via het strafrecht het mogelijk om het voordeel dat door de fraudeur is weggesluisd, te laten terugvloeien naar de schuldeisers die door de fraude zijn benadeeld.

De belangrijkste partijen die een taak en belang hebben in de bestrijding van faillissementsfraude, zijn in Hilverda’s ogen de curatoren, belastingdienst, politie/justitie en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Tendensen

De hoogleraar ziet wel hoopgevende tendensen. “Het instellen van een centraal meldpunt faillissementsfraude is een gunstige ontwikkeling, evenals de langzame verruiming van de capaciteit bij het FIOD voor de zwaardere fraudegevallen. Die capaciteit is echter nog steeds te klein."

De komst van de nationale politie per 1 januari 2013 zou de aanpak een impuls kunnen geven. "Het is dan wel belangrijk dat de capaciteit bij politie en justitie niet alleen verruimd wordt, maar ook gewaarborgd."

"Dat laatste houdt in dat de aanpak van faillissementsfraude – onzichtbare criminaliteit – niet moet concurreren met criminaliteit waarmee de politie vertrouwd is, zoals overvallen." Alleen dan kan de specialistische kennis bij de politie op dit terrein "ontstaan en groeien", aldus Hilverda.

Lege boedel

Dat faillissementsfraude niet goed kan worden aangepakt, begint doordat curatoren uit de bedrijfsboedel worden betaald. "Maar: in geval van faillissementsfraude zit er vaak niets meer in die boedel. Dus als een curator wil onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van fraude, moet hij dat in zijn eigen tijd doen. Daarbij hebben ze ook vaak het probleem dat een fatsoenlijke administratie ontbreekt."

De recente verruiming van de garantstelling voor curatoren verlicht dat probleem, maar lost het niet op. De hoogleraar pleit voor de invoering van een basisvergoeding voor curatoren. "Zolang die er niet komt, zullen veel faillissementsfraudes niet aan het licht komen."

Slechte administratie

Is een slechte administratie bij een bedrijf dat op de fles gaat altijd een signaal van fraude? "Nee, maar het is in ieder geval wel een teken van onverantwoord ondernemerschap. Zonder fatsoenlijke administratie weet je als ondernemer niet goed wat je doet en neem je onverantwoorde risico’s. Heel vaak is het ook een teken van fraude, ja."

Daarom is het volgens de hoogleraar zo belangrijk dat curatoren de mogelijkheid krijgen om dat te onderzoeken.  "Het minste wat je kunt doen is iemand een strafrechtelijke reactie geven voor een slechte bedrijfsadministratie. Dat is van belang voor de gezondheid van de economie. Dit soort prutsers moet je niet in je economisch systeem willen hebben."

Het is volgens de hoogleraar aan de wetgever om de door haar voorgestelde wetswijzigingen die dat mogelijk maken, door te voeren.


Faillissementsfraude: hoe werkt het?
Als een bedrijf niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen, kan het faillissement aangevraagd worden (bijvoorbeeld door een schuldeiser), zodat de boedel van het bedrijf onder de schuldeisers kan worden verdeeld. Vóór of tijdens het faillissement kunnen er verscheidene gedragingen plaatsvinden waardoor de schuldeisers op een ontoelaatbare wijze opzettelijk worden benadeeld. Dan wordt gesproken van faillissementsfraude.

Beroepsfraudeurs sturen doelbewust aan op een faillissement: ze trekken de BV leeg en zetten de activiteiten voort in een nieuwe BV. Gelegenheidsfraudeurs vergroten de schade voor schuldeisers in een uitgesproken of dreigend faillissement, door bijvoorbeeld niet alle bezittingen aan de curator op te geven of activa weg te sluizen. 

Tip de redactie