Havenbedrijf Rotterdam geeft niet toe in containerconflict

Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is niet van plan aan te sturen op een schikking van het conflict met containeroverslagbedrijf ECT over de komst van twee nieuwe concurrenten op de 2e Maasvlakte. Als het al tot een schikking komt, dan ligt "de sleutel bij ECT".

Dat zei een woordvoerder van HbR dinsdag op een persbijeenkomst. ECT wilde niet reageren.

HbR en ECT zijn verwikkeld in een rechtszaak. Het veruit grootste containeroverslagbedrijf in de Rotterdamse haven eist een schadevergoeding van 900 miljoen euro.

Nieuwkomers

ECT, eigendom van het Chinese Hutchison Port Holdings, beweert te zijn benadeeld door HbR in vergelijking met de nieuwkomers. 

Deze nieuwkomers, APM Terminals van de Deense reder Maersk en Rotterdam World Gateway (RWG) van DP World Dubai en een aantal rederijen, openen vanaf 2014 nieuwe terminales op de 2e Maasvlakte.

ECT stelt dat dat het havenbedrijf deze terminals alleen mocht toelaten wanneer dit niet tot minder aanvoer zou leiden op de eerste Maasvlakte. Uit eigen onderzoek zou blijken dat zelfs het voortbestaan van ECT in gevaar is.

ECT verwijst daarvoor ook naar uitspraken van Hbr in 2009. Het havenbedrijf zou hebben gezegd dat de Delta-terminal van ECT op de 1e Maasvlakte in 2015 een bezetting van slechts 53 procent moet verwachten.

Havenbedrijf

Het door HbR ingehuurde McKinsey betwist dat. Volgens de onderzoekers van dat bureau is er ook in het slechtste scenario geen sprake van een "levenbedreigende" situatie voor containerexploitanten. Ook voor een eventuele prijzenslag zijn volgens het bureau geen bewijzen te vinden.

ECT bracht vorige maand een dagvaarding uit, waarop HbR naar verwachting in maart zal reageren.

Lees meer over:
Tip de redactie