Dubbel genaaid houdt beter

Het verschil tussen 'goed' en 'perfect' zit hem vaak in de laatste controleslag. Is jouw werk het waard om nog één keer tien minuten te besteden aan een laatste check? Natuurlijk.

Mijn dochter van vier gaat sinds kort naar school. En daar letten ze veel meer op de juiste manier van praten dan bij ons thuis. Op zich goed, maar onze prachtige taal zit niet echt logisch in elkaar.

Zeker als het aankomt op het verbuigen van werkwoorden in de tijd. 'Ik fiets', 'ik fietste' is nog redelijk helder. Maar onregelmatige werkwoorden zijn… nou ja, onregelmatig. 'Ik ga', 'ik ging' is gewoon niet logisch. Wat geleerden er ook van zeggen.

Irrelevant

Maar dat is allemaal irrelevant voor mijn dochter. Logisch of niet, ze probeert het steeds weer met aandoenlijke enthousiasme. Wat natuurlijk leidt tot frustratie als wij niet snappen wat ze bedoelt.

Daarom heeft ze sinds kort een nieuwe manier gevonden om ons duidelijk te maken dat het gaat om iets dat in het verleden is gebeurd: ze verbuigt alle werkwoorden gewoon dubbel: 'ik val', 'ik vielde'. Volgens haar logica *moet* het zo wel duidelijk zijn. Zelfs voor die rare volwassenen.

Tien minuten

En inderdaad. Wij snappen nu onmiddellijk wat ze bedoelt, waar ze vroeger nog wel eens onduidelijk was. Toen ik haar vanmiddag weer eens een dubbele verbuiging hoorde maken, realiseerde ik me dat dit principe van een laatste extra inspanning in het zakelijke verkeer juist het verschil maakt tussen 'goed' en 'perfect'.

Ik heb in mijn verleden aan een hoop aanbestedingen meegewerkt en hoewel een intensieve inspanning met een krappe deadline een hele hoop energie losmaakt, zijn het toch die bedrijven die de tijd maken om de aanbesteding professioneel te laten reviewen die er vaak met de opdracht vandoor gaan.

Maar hetzelfde geldt voor rapporten, facturen, urenstaten en presentaties. Ik durf wel zo ver te gaan dat het voor alle zakelijke producten geldt: besteed voor oplevering nog tien minuten aan een laatste check en je haalt er nog fouten uit die anders onzorgvuldig waren overgekomen en het effect teniet hadden kunnen doen.

De laatste vijf procent

Het probleem is dat we vaak opgelucht zijn als we de laatste zin hebben opgeschreven en het rapport/de presentatie/de offerte af is. Ook al weten we dat we toch nog wel een foutje kunnen halen uit elke pagina, we doen het vaak niet.

En dus loopt de concurrent die dat wel doet met de opdracht weg. Hoe dat komt? In één woord: gemakzucht. Doordat we tijdens de inspanning vinden dat we heel goed bezig zijn, ontstaat het idee dat het resultaat automatisch de gedane moeite representeert. En dat is natuurlijk niet zo.

Het is de afwerking die de uiteindelijke inspanning de moeite waard maakt. In populaire termen: de eerste vijfennegentig procent inspanning zorgt ervoor dat je niet gediskwalificeerd wordt, maar de laatste vijf procent inspanning zorgt ervoor dat je wint.

Dubbel genaaid

Soms leidt dit principe tot geklaag van de mensen die naast de hoofdprijs grijpen. Zij hebben immers ook hun best gedaan. Ik voel me ook wel eens verongelijkt, maar dan denk ik altijd aan de volgende scene uit de film 'The Rock'.

Op minachtende toon zegt Sean Connery op enig moment tegen Nicholas Cage, nadat deze zeurt dat hij “toch zijn best doet” de volgende legendarische woorden: “your best? Losers always whine about doing their best, winners go home and f*ck the prom queen!”

Ik zal de vertaling achterwege laten, maar hij heeft wel een punt: als het resultaat telt, is de inspanning die je daarvoor moet leveren irrelevant. Iets om in gedachten te houden als je geen zin meer hebt om je werk nog één keer te controleren voor je op 'verzenden' drukt. Dubbel genaaid houdt nou eenmaal beter!

Robert Mekking is organisatieadviseur bij Desiris Advies. Reageren? www.twitter.com/robertmekking.

Tip de redactie