Ongehuwd met of zonder partner ….

Het kan voor de belastingen en voor de inkomensafhankelijke toeslagen een groot verschil maken of een huisgenoot ook als uw partner wordt gezien. Als u getrouwd bent is dan altijd het geval.

Bij uw aangiften inkomstenbelasting over 2009 en 2010 kunt u als ongehuwd samenwonenden echter nog kiezen om te worden beschouwd als partners. Dat geeft interessante mogelijkheden, bijvoorbeeld bij de verdeling van aftrekposten en het uitbetalen van de heffingskorting.

Voor de toeslagen is er minder keuzevrijheid. Maar vanaf 2011 gaat dit drastisch veranderen en worden de regelingen voor de belastingen en toeslagen ook duidelijk meer op elkaar afgestemd.

Gehuwden

Gehuwden worden voor de belastingen als partner aangemerkt. Een uitzondering geldt alleen als u ‘duurzaam gescheiden leeft’, meestal voorafgaande aan een officiële scheiding. Hetzelfde geldt voor ongehuwden die zich bij de burgerlijke stand hebben laten registreren, het zogenoemd geregistreerd partnerschap.

Moeilijker wordt het echter als zo’n geregistreerd partnerschap niet is aangegaan. En dan zijn natuurlijk vele situaties denkbaar. U woont bijvoorbeeld samen met een geliefde of met bijvoorbeeld familieleden (broer, zus of ouders). Dan is het voor de jaren 2009 en 2010 veelal nog mogelijk om voor de belastingen te kiezen voor het fiscaal partnerschap. Dit kan interessante mogelijkheden bieden.

Voor de toeslagen is er geen keuze, hoewel een keuze als fiscaal partner wel naar de toeslagen doorwerkt.

Fiscale partners

Als meerderjarige ongetrouwde huisgenoten op hetzelfde woonadres staan ingeschreven, kunnen zij bij de aangifte kiezen voor fiscaal partnerschap. De samenwoning moet wel in het kalenderjaar zes maanden hebben bestaan.

De aard van de relatie doet er helemaal niet toe, het kan zijn een vriend, vriendin of zelfs ook familielid. Zo kunnen ook samenwonende broers of zusters (of alleenstaande ouders met een inwonend meerderjarige kind) op verzoek kwalificeren als fiscale partners en dat wordt bepaald niet altijd onderkend.

Aftrekposten

Fiscale partners kunnen bepaalde aftrekposten geheel vrij verdelen. Dat geldt bijvoorbeeld niet alleen voor de hypotheekrente, de specifieke zorgkosten (ziektekosten, tandartskosten etc) en de giften, maar bijvoorbeeld ook voor alimentatiebetalingen. Dat kan een groot verschil uitmaken als de ene partner in een belangrijk hoger tarief valt dan de ander.

De aftrekpost kan bij toerekening aan de meestverdiener een hoger belastingvoordeel opleveren. Om te beoordelen wat het gunstigste is kunt u via een aangifteprogramma testen.

Heffingskorting

Maar nog belangrijker is wellicht de mogelijkheid om de heffingskorting uitbetaald te krijgen. Als u (vrijwel) geen inkomen hebt, is er ook niet of nauwelijks belasting verschuldigd. Dan hebt u eigenlijk niets aan de heffingskorting.

Die heffingskorting – toch vaak een bedrag van zo’n 2.000 euro - kan echter wel worden uitbetaald als u een fiscale partner hebt die, na aftrek van de eigen heffingskorting, nog voldoende belasting verschuldigd is.

Toeslagpartners

Heel anders is het bij de inkomensafhankelijke toeslagen, zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag. De hoogte van de toeslagen is afhankelijk van het gezamenlijke inkomen van u en uw partner, hier toeslagpartner genoemd. Maar daarbij is er geen keuzemogelijkheid.

Als u een gezamenlijke huishouding voert, wordt u – net als echtgenoten - gewoon als toeslagpartners behandeld. Dat gebeurt in ieder geval als u voor de belastingen hebt gekozen voor fiscaal partnerschap. Maar u hebt bijvoorbeeld ook een toeslagpartner als u met iemand meer dan zes maanden op hetzelfde adres staat ingeschreven en een gezamenlijke huishouding voert.

Ouder-kind

Dat laatste geldt echter niet in de ouder-kindrelatie. Zij worden dus niet zomaar als toeslagpartners beschouwd. Zij worden alleen als toeslagpartners behandeld als zij voor de belastingen hebben gekozen voor fiscaal partnerschap.

Voor de huurtoeslag wordt het inkomen van medebewoners ook meegeteld, ongeacht of zij toeslagpartner zijn of niet. Ouders met inwonende kinderen tellen dus niet alleen hun beider inkomen mee, maar ook dat van de kinderen. Als de kinderen jonger dan 23 zijn geldt er wel een vrijstelling van zo’n 4400 euro.

Proefberekeningen

Kiezen voor fiscaal partnerschap kan dus gevolgen hebben voor uw toeslagen. Bovendien leidt de berekening op individuele basis de ene keer tot hogere toeslagen en de andere keer kan een berekening op gezamenlijke basis juist gunstiger uitkomen (vooral bij echt lage inkomens).

Twijfelt u, dan is het handig om voor de toeslagen proefberekeningen te maken op de site: www.toeslagen.nl. Dan kunt u kijken wat het gunstigste is, met of zonder partner.

Vanaf 2011

Vanaf 2011 gaat het veranderen. Dan komt er een basispartnerbegrip voor alle belastingen (ook voor de nieuwe erfbelasting en schenkbelasting) en toeslagen. Hieronder vallen alleen de gehuwden, de geregistreerde partners en de samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract (voor de erf – en schenkbelasting moet in het samenlevingscontract ook een wederzijdse zorgplicht zijn opgenomen).

Andere ongehuwd samenwonenden worden voor de belastingen en toeslagen in principe niet meer als partners aangemerkt. Maar natuurlijk zijn er toch weer uitzonderingen. Zo worden voor de inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke toeslagen ongehuwd samenwonenden die op hetzelfde woonadres staan ingeschreven nog wel als partners aangemerkt als één of meer van de volgende situaties van toepassing zijn.

- Zij hebben samen een kind.
- Zij bezitten samen een woning.
- Zij zijn samen in een pensioenregeling opgenomen.

Kiezen

Vanaf 2011 dus geen mogelijkheid meer om zelf te kiezen. Sterker: de fiscus zal bij de nieuwe methode met de vooringevulde gegevens al vermelden als u op basis van de nieuwe criteria een partner hebt.

Maar bij de aangiften inkomstenbelasting 2009 en 2010 kunt u nog wel kiezen en een eventueel voordeeltje meepakken.

Zie ook: Special Belastingtips

Tip de redactie