Voorlopige voorziening

Tijdens de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift blijft de beslissing van de Belastingdienst waartegen u bezwaar heeft gemaakt, in het algemeen van kracht. Via een voorlopige voorziening kan echter schorsing van het bestreden besluit worden bewerkstelligd.

De Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) regelt de toegang tot de voorlopige voorzieningprocedure, ook wel genoemd het bestuurlijke kort geding. In de Awb is geregeld onder welke voorwaarden en door wie een voorlopige voorziening kan worden gevraagd.

Belangrijk is het connexiteitsprincipe, dat is het vereiste dat bezwaar of beroep bij de rechter (een bodemprocedure) aanhangig is. Ook geldt de voorwaarde dat sprake moet zijn van ‘vereiste spoed’ gelet op de betrokken belangen. In de praktijk wordt deze spoed niet al te snel aangenomen.

Bodemprocedure
Omdat het treffen van een voorlopige voorziening weinig zin heeft als waarschijnlijk is dat de beslissing in de bodemprocedure zeer waarschijnlijk ten nadele van u zal uitvallen, zal een verzoek alleen voor toewijzing in aanmerking komen als er een redelijke kans bestaat dat u in de bodemprocedure geheel of gedeeltelijk in het gelijk zal worden gesteld.

Voorbeeld spoedeisend belang: Door het bestaan van de aanslag en de dreiging van meer aanslagen was de bank niet langer bereid investeringen te voorfinancieren, waardoor een ondernemer ernstig werd geschaad in zijn bedrijfsbelang. Een spoedeisend belang werd aanwezig geacht.

Het verzoek om een voorlopige voorziening moet u doen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank of in hoger beroep bij de voorzieningenrechter van het gerechtshof. Hoger beroep of cassatie tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter is niet mogelijk.

Tip de redactie