‘Als er geen pingpongtafel is, dan komen we niet’
AMSTERDAM - De stijgende lijn in de carrière van Arctic Monkeys blijft gestaag omhoog kruipen. Voor de promotie van het derde album, Humbug, doet het viertal zelfs een reeks optredens in stadions.
Foto: NU.nl/Martijn Eerens
En daarover maakt de band zich best zorgen, vertellen bassist Nick O'Malley en drummer Matt Helders aan NU.nl. “Die grote arena’s, daar ben ik toch wel een beetje bang voor”, geeft Helders toe.
“Er zal maar net wat mis gaan. Dat ik mijn drumstokjes laat vallen, of Alex (Turner, zanger-gitarist, red.) de tekst vergeet ofzo. Dan staan er wel even wat meer mensen dan bij een normale clubshow. ”
“Ja, dat is best eng”, beaamt O'Malley. “Als je onderuit glijdt sta je mooi voor tienduizenden mensen voor lul.” Niet dat de bassist al eens onderuit is gegaan op het podium. “Maar dat maakt me niet minder angstig”, bezweert hij. “Er ligt altijd zoveel zooi op het podium, voor je het weet lig je op je gezicht.”
“Ik ben trouwens wel één keer bijna uitgegleden”, herinnert hij zich dan. “Dat was bij een show in Australië.” “Oh ja”, grinnikt Helders. “Maar toen was je ook zo zat als een toeter!”
Lam
O'Malley trekt een schijnheilig gezicht. “Dat was omdat jullie er met z’n drieën op uit waren geweest en helemaal lam terugkwamen van een barbecue, een uurtje voordat we het podium op moesten. Er was geen normaal woord meer met jullie te wisselen, dus toen heb ik in sneltreinvaart een partij biertjes naar binnen gegooid, om zo snel mogelijk jullie ‘niveau’ te bereiken.”
“Sindsdien drink ik niet meer voor een optreden. Is toch niet zo verstandig”, grijnst hij. Helders is het roerend met hem eens. “Ik had die betreffende show ook niet mijn beste optreden. En dat kun je ten opzichte van je fans niet maken natuurlijk.”
Pingpongtafel
Er wordt dus niet veel gedronken voor een optreden, maar hoe houden de heren zichzelf dan bezig? “Iedere zaal waar we spelen moet een pingpongtafel hebben”, aldus O’Malley. “Ja”, knikt Helders beslist, “als er geen pingpongtafel is, dan komen we niet.”
Wat het duo graag de wereld uit wil helpen, is dat Arctic Monkeys in principe alleen Alex Turner is, en de andere drie er een beetje voor spek en bonen bij zitten.
“Er zijn volgens mij veel mensen die denken dat alles uit de koker van Alex komt, alsof wij een soort marionetten van hem zijn. Belachelijk”, aldus O’Malley.
“Wij hebben net zo veel te zeggen over de muziek en dragen net zo veel bij”, legt Helders uit. “Alex schrijft alleen alle teksten en daarom wordt al snel gedacht dat de hele nummers van hem afkomstig zijn. Maar dat is onzin. Een nummer kan net zo goed ontstaan uit een gitaarriff van Jamie, een basloopje van Nick of een drumritme van mij."
Gekte
O’Malley ziet ook nog een voordeel aan die verwarring. “Wij kunnen tenminste nog fatsoenlijk over straat, zonder dat er gelijk een hele gekte uitbreekt. Maar het is wel irritant dat mensen denken dat wij helemaal niks bijdragen.”
Omdat Helders en O’Malley zo jong zo succesvol waren met hun band, hebben ze vrij weinig tijd gehad om in hun pubertijd zelf veel naar muziek te luisteren . Daarmee maken ze nu een inhaalslag.
“Voor de nieuwe plaat heb ik veel naar Cream en Joy Division geluisterd. Die bands kende ik uiteraard al, maar ik was er nog nooit écht goed ingedoken, want daar heb ik nooit eerder tijd voor gehad”, vertelt Helders.
Braaf
“Normaal gesproken zijn dat bands waar je uit jezelf tegenaan loopt, maar bij ons ging dat toch net even anders”, begint O’Malley. “Dan riep er iemand ‘jullie klinken precies als Gang Of Four’ en dan knikten we braaf en kochten vervolgens al hun platen om die thuis te beluisteren.”
“Andersom gebeurt trouwens ook vaak. Dan stuurt iemand me bijvoorbeeld een myspacelink van een band die precies zoals ons zou moeten klinken. Ik ben nog geen groep tegengekomen bij wie dat ook echt zo is.”
Helders schud meewarig zijn hoofd: “Integendeel. Vaak lijkt het voor geen meter op wat wij doen, dan vraag ik me vaak af wat die mensen in godsnaam geslikt hebben om dat te denken.”
Dan steekt gitarist Jamie Cook zijn hoofd om de deur. “Zijn jullie al klaar? Ik verveel me”, grijnst hij, enthousiast rondzwaaiend met een tafeltennisbatje. Tijd voor een nieuw potje pingpong.
Startpagina