Backstreet Boys weten eindelijk wat ze willen
ROTTERDAM – De Amerikaanse jongensband Backstreet Boys staat al zestien jaar garant voor uitverkochte zalen vol gillende tienermeisjes. NU.nl vroeg A. J. McLean en Brian Littrell naar de voors en tegens van al die jaren in de spotlight.
McLean hoeft niet lang na te denken over de vraag wat het grootste nadeel aan zoveel jaar bekendheid is. “Het totale gebrek aan privacy”, verzucht hij.
“Ik wil ook wel eens in mijn blote kont op het strand liggen, maar ja, in onze positie kan dat helaas niet. Voor je het weet sta je overal op internet.”
Blote kont
Littrell trekt een vies gezicht. “He bah, nu zie ik jou in je blote kont voor me. Bedankt. Maar jij staat natuurlijk al lang in je nakie op het internet”, zo weet hij. McLean kijkt Littrell verschrikt aan. “Ja, op van die in elkaar gephotoshopte nep-plaatjes”, legt Littrell uit. “Nooit jezelf Googelen, A. J., daar word je niet vrolijk van.”
Nu is het de beurt aan McLean om een vies gezicht te trekken. “Gatver, dat er mensen zijn die van die nep-foto's maken begrijp ik echt niet. Wat is daar nou aan?”
Familie
Littrell vind vooral het gebrek aan tijd voor vrienden en zijn gezin een minpunt van de roem. Al heeft de band daar tegenwoordig wat op gevonden: familie wordt gewoon meegenomen op tour.
Zo hobbelt het zoontje van Littrell ook backstage rond, op zijn nieuw verworven klompenpantoffels. Ze zijn een paar maten te groot, maar dat maakt het kleine ventje niet minder trots. “Mooi hè?”, roept hij tegen iedereen die het wil horen, terwijl hij een van zijn voetjes fier in de lucht steekt.
Ook het zes maanden oude zoontje van bandlid Howie Dorough komt, op de arm van papa, even voorbij, op weg naar een provisorisch ingerichte speelkamer. “Howie heeft papadag vandaag”, zo weet McLean.
Controle
“Groot voordeel van onze carrière nu ten opzichte van een paar jaar geleden is dat we zelf veel meer controle hebben over wat we doen”, vertelt Littrell. “We zijn veel vrijer. Tijdens de beginjaren werden we echt geleefd, nu bepalen we veel meer zelf wat we doen. Howie heeft een jong kindje, waar hij zoveel mogelijk tijd mee wil doorbrengen. Die tijd wordt dan ruim voor hem ingepland.”
Die nieuw verworven vrijheid hoor je volgens McLean ook terug op de nieuwe plaat van het viertal, This Is Us. “Onze twee albums hiervoor waren toch een beetje richtingloos, met een hele hoop stijlen door elkaar.”
“ We wisten niet echt wat voor muziek we wilden maken, en daarom pakten we van iedereen allerlei verschillende nummers aan. Van gitaarpop tot hip hop en R&B, onder het motto ‘oh ja, laten we dat eens proberen’. Dat doen we niet meer, we weten nu wat we willen. Dit is echt ons geluid. Vandaar ook de titel.”
Ondergoed
Niet alleen de bandleden, ook de fans zijn door de jaren heen uiteraard ouder geworden. “En daarmee gelukkig wat rustiger”, glimlacht Littrell. “Het regent geen ondergoed meer op het podium. Mijn moeder moet nu weer zelf haar onderbroeken kopen!”
“Weet je wat ik mis aan de beginjaren van Backstreet Boys? Mijn haar!”, bedenkt McLean zich opeens, en hij wijst breed grijnzend op zijn gevaarlijk teruglopende haargrens.
Mazzelaars
“Het was zestien jaar keihard werken, maar ik vind ons nog steeds vier van de grootste mazzelaars die op deze aardbol rondlopen”, besluit Littrell.
“Misschien kunnen we onszelf over een paar jaar klonen, dat er een paar nieuwe jongens zijn die het zware werk kunnen doen?”, oppert McLean.
“Ja, dat is misschien wel een goed idee, want ik hoop dit nog wel heel lang te doen”, vindt Littrell. “Al hangt het er natuurlijk maar helemaal vanaf of onze fans tegen die tijd nog wel op ons zitten te wachten.”
Ahoy
Als nog geen anderhalf uur later de zaallichten in Ahoy dimmen en het viertal het podium op stapt, blijkt dat ze zich daar voorlopig nog geen zorgen over hoeven te maken.
Het aanwezige, overwegend vrouwelijke, publiek produceert zulk oorverdovend gegil en geklap dat de eerste paar maten van de hit Everybody (Backstreet’s Back) bijna niet te horen zijn. Op naar de volgende zestien jaar.

Startpagina