Achtergrond: Heat hubs in de wijk en windmolens in de duinen

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer was hij aanwezig bij het Stadscafé over duurzaamheid.

De bijeenkomsten van het RAP hebben over het algemeen tot onderwerp thema’s die de hele stad (en regio) aangaan. Maar het Rijnlands Architectuurplatform spreekt vooral architecten aan, en hun vaktaal is voor leken lastig te volgen. Dat maakt interessante bijeenkomsten slecht toegankelijk voor de spreekwoordelijke Jan en Alleman (áls je dat al wilt).

Een duurzame stad ís zo’n onderwerp wat ons allemaal aangaat, raakt en waar we ook allemaal iets in betekenen. Het vierde en laatste Stadscafé van 2016 had Het D…woord tot onderwerp en daar waren 59 – de gespreksleider bleek ze te hebben geteld – belangstellenden op af gekomen. Het gros uit de categorie architect/stedebouwkundige, al dan niet in overheidsdienst bij de gemeente Leiden. Met de RAPbijeenkomst over de omgevingsvisie in het achterhoofd was de overlap onmiskenbaar; misschien ook omdat twee inleiders nauw betrokken zijn bij het opstellen van die visie.

Duurzaamheid lijkt een aura te hebben gekregen van grauwe saaiheid en serieus bezig zijn zonder ruimte voor speelsheid. Als het gaat om de noodzaak er mee bezig te zijn, ís die ruimte ook beperkt. Ook deze woensdagavond in het atrium van het Leidse stadhuis maakten alle sprekers wel duidelijk dát we met ons allen iets moeten doen.

Fonz Dekkers hield de aanwezigen vrij lang in het ongewisse over zijn boodschap. Totdat hij begon over "blij worden van duurzaamheid" en het kwartje viel. "Duurzaamheid", stelde hij, "hoort tot onze basic expectations", vanzelfsprekendheden waar we niet bij stil staan. Die hebben geen wow-factor. Die vallen pas op als we ze missen omdat ze niet functioneren of er niet zijn. Als duurzaamheid zo wordt ervaren, dan zullen we dus "meerwaarde moeten creëren". Iets onopvallends, niet sexy noch aantrekkelijks, zal verleidelijk moeten worden gemaakt.

Bij duurzaamheid kan dat. Dekkers wees bijvoorbeeld op het feit dat zelf verzamelde zonne-energie gelijkstroom oplevert. Het vreemde is dat regelgeving verhindert om naast de wisselstroom-stopcontacten gelijkstroom-USBpoorten aan te bieden (voor alle apparaten in huis met een adapter). Een rare, energieverspillende situatie.

Gemak is ook een belangrijke hefboom. Steeds meer wordt gedeeld op leasebasis: de auto, maar ook de wasmachine en de cv-ketel. Ook voor (bepaalde) bouwmaterialen kan een dergelijk systeem worden opgezet, zoals Thomas Rau al langer bepleit. Duurzaamheid, zou je kunnen stellen, moet misschien niet het gebruiksargument zijn, maar onopvallend en vanzelfsprekend aanwezig moeten zijn in en bij álles.

Metabolisme van de stad

Ook het verhaal van Eric Fijters komt in die richting uit. Hij visualiseerde de urgentie om nú stappen te zetten op het gebied van onze energievoorziening. Belangrijker waren zijn opmerkingen over "urban metabolism", waarin, net als in een lichaam, alles met alles is verbonden maar vooral op elkaar effect heeft. Zijn pleidooi geldt dan ook een fundamentele herbezinning.

Een herbezinning gebaseerd op een toekomst waarin centrale systemen zijn vervangen door gedistribueerde, maar gekoppelde. Een netwerk zoals het internet. Dat kunnen afzonderlijke huizen zijn waar men (zonne-)energie opwekt en aan elkaar levert. Het kan ook een netwerk van "heat hubs" zijn; boorgaten om geothermische energie te krijgen. Dergelijke heat hubs kunnen wijken en buurten zélf (laten) slaan om in hun energiebehoefte te voorzien. In zijn visie is dát de toekomst: een waarin bewoners veel meer zeggenschap over én verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving hebben. "De structuur is van ú".

Dat heeft gevolgen. Fijters ziet "ontmoetingsplekken" ontstaan op die nieuwe knooppunten. Hij ziet de nieuwe structuur effect hebben op het landschap "Warmtenet combineren met een snelle fietsroute", die daardoor altijd droog en berijdbaar is. Dit houdt wel in dat we "taboes ter discussie moeten stellen" en dat we "ontwerpers en kunstenaars moeten inschakelen in plaats van ingenieurs".

Dat heeft iets van een vlucht naar voren waarin we het vinden van de oplossing elders beleggen. In de woorden van de voorzitter "dat heb ik meer gehoord vanavond: meer creativiteit". Niet verrassend kwam uit de zaal dan ook het tegengeluid dat dit gaat over "waardeconflicten" (en niet taboedoorbreking). Waar komen de lasten te liggen?

Iets anders is de vraag of we niet afstevenen op een samenleving die centraal geleid moet worden, omdat er te veel gedaan moet worden met weinig (fysieke) ruimte en verschillende belangen. Na afloop bleek dat Fijters op dat punt veel hoop vestigt op een sterke overheid om die rol op zich te nemen.

Het is echter de open discussie over oplossingen die hij belangrijk vindt. Een discussie die nu al moet plaatsvinden. Een uitdaging daarbij zal zijn het verhaal, zoals dat ook woensdagavond klonk, zo te vormen dat het goed begrijpelijk is voor iedereen. In België, waar Fijters momenteel aan een omgevingsvisie werkt, is juist met het oog daarop aandacht voor de communicatie.

Handzaam

Duurzaamheid is niet per definitie een groot(s) verhaal. Het is ook iets wat we zélf kunnen doen. Eveline Botter vertelde over haar energiezuinige huis dat zij in 1999 liet bouwen. Of zonnepanelen aanbrengen, "want onze dakpannen kunnen ook warmte omzetten in energie". Uit de zaal kwamen ook heel eenvoudige praktische handreikingen als 'bewust omgaan met je verwarming en gordijnen gebruiken'.

Eén geluid galmde na: de status quo, hoe we nu leven, kunnen we waarschijnlijk niet handhaven. Veranderingen zijn noodzakelijk. Daarover moeten we in gesprek. Heat hubs en windmolenparken zijn nog een gedachte-experiment, géén plan. Maar wát we zullen willen opofferen aan die verandering, lijkt een pijnlijke vraag te gaan worden.

Tip de redactie