Zo schrijft Christiaan Weijts prijswinnende boeken

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer luisterde hij hoe Onno Blom het gesprek aan ging met Christiaan Weijts in de Leidse Literaire Reeks.

"Eerst heb ik een stad nodig – niet te groot, niet te klein, maar oud genoeg om naar onsterfelijkheid te streven. Twee rivieren breng ik er samen. Ik laat lantaarnlicht glimmen op de keien van de stegen die ik verduister." Zo begint Een verplaatsbaar feest van Christiaan Weijts.

Het is onweerlegbaar Leiden dat in een paar zinnen, een paar pennestreken wordt neergezet. Weijts is inmiddels een gearriveerd auteur en dus is het tijd wat details uit zijn loopbaan op te diepen. Een schrijversloopbaan die in Leiden begint en die voor Onno Blom reden is geweest Weijts als nummer drie op te nemen in zijn serie Leidse Literaire Reeks.

Pareltjes zou je ze kunnen noemen, niet omdat ze lastiger te vinden zijn dan boeken die met veel marketinggeweld 'in de markt' worden gezet, niet omdat ze zo briljant zijn geschreven, maar wél omdat ze góed zijn geschreven en vooral omdat ze allemaal je door de ogen van de schrijver laten kijken met Leiden als decor. Niet vreemd dus dat Leiden Marketing de serie steunt.

Gesprekken

Voor boekhandel Kooijker is het min of meer vanzelfsprekend gesprekken met auteurs, in de winkel, te organiseren. "Het gaat om de band met de klanten, met de boekenliefhebbers, die we een plezier willen doen", zegt eigenaar Willeke van der Meer. Auteurs blijken, soms, een artiestenstatus te hebben en een gage je krijgen "vandaar dat we soms entree móeten vragen om quitte te spelen". Meer boekwinkels doen dit: méér zijn dan boekverkoper.

Het moet gezegd, het is een aanwinst voor de stad. Dinsdagavond sprak Blom met Weijts. Zo’n gesprek waarvan vooraf hoopt dat het zo zal gaan; als een gesprek tussen vrienden, ontspannen bevragend (en uitlopend daardoor). Dat er zo’n dertig mensen zaten mee te kijken, wordt dan een bijkomstigheid. En het leuke; naderhand Een verplaatsbaar feest lezend is dat een feest der herkenning en hoor je het gesprek weer. Het maakt een boek tóch anders.

Muzikale stijl

Weijts’ talent lijkt te zijn dat hij in staat is sferen aan te brengen. Weijts schrijft muzikaal. Je moet er op worden gewezen, maar dan klopt het ook. Cadans, ritme en toon: ze maken Weijts’ werk prettig leesbaar.

Verwar dat echter niet met oppervlakkig. De romans en verhalen spelen zich af met decorelementen die verwijzen naar de huidige tijd. Verweven in de verhalen is commentaar te vinden op die ontwikkelingen, en andere zaken. Weijts, zelf ook pianist, blijkt zo’n arrangeursblik te gebruiken. Verhalen die uit verschillende lijnen, verschillende stemmen, verschillende instrumenten worden samengesteld tot één compositie.

Arrangeren

In Het valse seizoen gebeurt dat arrangeren nadrukkelijk. Hijzelf noemt het "vier stemmen" die hun eigen verhaal vertellen, maar ten slotte sámen één compositie maken, een gezamenlijk slot beleven. Geen unieke aanpak, maar wel een die discipline eist van de schrijver want de afzonderlijke én de gemeenschappelijke verhaallijnen moeten wel kloppen.

Of hij dan ook, zoals bij A.F.Th. van der Heijden en Harry Mulisch, fysiek die lijnen uit elkaar houdt? Bijvoorbeeld met aparte bureaus en computerbestanden voor het schrijven vanuit ieder personage? Zo ver dus niet, zo bleek. Weijts wekte de indruk van een intuïtief schrijver, zoals de componist die het hele muziekstuk in het hoofd heeft en dat vastlegt door de verschillende instrumenten, partijen apart te noteren.

Deconstructie eerder dan constructie en dus ook een wezenlijk andere aanpak. Tekenend was misschien ook het antwoord op Bloms vraag of muziek dan ook een rol speelt tíjdens het schrijven. Dan blijkt Bach van pas te komen bij het uitwerken, het opknippen in verhaallijnen "een precies werk waar de strakke mathematische Bach prima bij past… maar Beast of burden van The Rolling Stones is de muziek voor de column in het NRC".

Groente en fruit

Muziek, en kunst in het algemeen, wordt vaak gezien als helend, als goed voor onze geest. Weijts is daar genuanceerd over "Kunst goed? Alsof het het 'groente en fruit' is goed voor je, is". Kunst moet ráken, wil het effect hebben. "Plato stelde dat voor als een magneet. De magneet trekt aan en maakt wat is aangetrokken magnetisch. En muziek die ons geráákt heeft, zou wel eens op een uitvaart kunnen zijn geweest".

Laten we evenmin vergeten dat muziek een wat afwijkende kunstvorm is "een schilderij kopiëren of een schrijfstijl nabootsen, betekenen iets nieuws schéppen. Bij muziek is het identiek naspelen juist de bedoeling. Je hoort dan dus muziek zoals die eerder op precies dezelfde manier klonk. Sensatie, emotie en essentie uit díe tijd komen mee". Da’s een interessante gedachte, zij het ongetwijfeld betwistbaar op het punt van variatie.

Méér

Avonden als deze zijn een uitgelezen kans op een nét andere manier schrijvers te ontmoeten, mogelijk de hand te schudden en (ook) boeken te laten signeren. "Van Dis deed op een gegeven moment met 'Met dank voor de heerlijke nacht'". Dat zal blijven, maar de interviewavonden blijken vooral een stuk meer dan de talloze standaard signeer- en voorleessessies.

En als de Leidse Literaire Reeks bij vijf uitgaves aan komt, dan is een groepsgesprek over Leiden tussen die vijf auteurs het risico op een Poolse landdag waard. Gelukkig krijgt de reeks nu ook een vrouwelijke schrijver in zijn midden. Franca Treur schrijft deel vier. Bij Kooyker is de eerstvolgende gesprekspartner van Blom schrijver A.F.Th. van der Heijden.

Tip de redactie