Recensie: PS|Theater zet een gedegen 'Wij van de fabriek' neer

Als twee uur voorbij zijn voor je het doorhebt, heb je je geamuseerd. Dat geldt dan dus voor Wij van de fabriek van PS|Theater.

De bezoekers waren vooraf gewaarschuwd voor kou in de voormalige meelfabriek in Leiden. Maar die was er helemaal niet. Het was gewoon een gedegen avond vermaak. Het publiek beloonde het gezelschap voor deze première dan ook met een staande ovatie. Twee uur hadden zij zitten kijken naar het verhaal van drie generaties Dusjardin – uitgesproken als ‘in’ – die alledrie werkten in ‘de meelfabriek’.

Geloofwaardig

Regisseur Pepijn Smit heeft er verstandig aan gedaan voor deze voorstelling de vaste bezetting van PS|theater uit te breiden. PS|theater ontsteeg daardoor zichzelf, met name in het eerste en tweede deel. Wil van de Meer speelt een opa Henk op een manier die je laat geloven naar een ras-Leidenaar te kijken: vet, maar niet over de top een karikatuur.

Dat geldt zeker ook voor Rian Gerritsen die Marie, zijn schoondochter speelt. Buurmeisje Marianne is een stuk lastiger personage om te spelen omdat zij haast contextloos wel de aanjager is van verandering. Anne Katic heeft in het stuk net te weinig instrumenten in handen gekregen om dat continue vorm te geven.

Verhalend

Wij van de fabriek is, wat inmiddels een typerend PS|theater-stuk mag worden genoemd: een aantal levensverhalen samengevoegd. ‘Narratieven’ kun je die noemen, maar dan leg je de lat hoog omdat narratieven veel méér zijn dan verhalen alleen. Dat is in de voorstelling soms ook te merken.

Thijs Huys is een wat ongeloofwaardige zoon, en níet vanwege zijn Belgische tongval maar vooral in mimiek en handeling. Daardoor dreigt het geheel soms wat uit te glijden naar bewegingstheater.

Léids Leids

Ronduit knap is het script, de tekst, van met name opa Henk en Marie. Toneelschrijver Eva K. Mathijssen heeft die prima voor elkaar. Nergens wordt geprobeerd het vette Leids te imiteren, en toch ís het Leids. Dat krijg je voor elkaar door dialogen authentiek te maken qua inhoud.

Veel luisteren naar interviews en naar café-gesprekken levert gevoel voor ritmiek en zangerigheid. Mathijssen lukt het om ook de soort grappen, de humor, de ‘wijsheid’ en reacties te vatten. “Er zit geen enkel echt citaat in de voorstelling”, vertelt ze na afloop.

Dat maakt Wij van de fabriek sterk; de teksten van Henk en Marie die meteen een beeld geven van hun leefwereld en overtuigingen. Het is een duidelijk voordeel van één tekstschrijver boven een collectieve inspanning.

Muziek

De voorstelling is zeker de moeite waard. Voor je het weet, vergeet je bijna de muzikanten. Dienend aan het verhaal leiden zij de toeschouwer door de tijdvakken. Rian Evers doet dat weer met mooie vertelliedjes en een niet ter versmaden ‘duo’ met Wil van de Meer. Samen met Ralf Gerritse verzorgt zij ook het geluidsbeeld, van sinistere industriegeluiden tot en met de radio-omroepster (die jarenlang dezelfde prijzen voor melk omriep?!).

Evers presteert het ook om in één klap om te schakelen van zang- naar spreekstem. Ook de a capella groepszang van Act of Mutiny bepaalt de sfeer in hoge mate. Door hen op verschillende plaatsen in het toneelbeeld te laten opduiken, gebruikt regisseur Smit meteen ook de héle (grote) ruimte die de fabriekshal toch is. Móói zijn de (zang)scénes op afstand, met warmer licht dan op de speelvloer, en die rond de radio; zeker als abrupt de knop wordt omgezet.

Meerlagig

Waar de voorstelling exact over gaat, wordt aan de toeschouwer overgelaten. De spelers geven fragmenten, bouwstenen. De teloorgang van de industrie in Leiden is terug te vinden, maar net zo goed het generatieconflict tussen ouders en kinderen. Zelfs de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de stad komen (piepklein) terug.

Maar misschien nog wel de belangrijkste is de nieuwe tijd die zich in de persoon van Marianne aandient. Een turbulente tijd waarin vasthouden aan het bestaande onhoudbaar zou blijken te zijn. Dat is ook het soms defaitistische in het verhaal: alsof ontsnappen aan je geschiedenis niet mogelijk is.

Laatste kaarten

Wie Wij van de fabriek nog wil gaan zien: de vrijdagen en zaterdagen zijn uitverkocht, maar voor de andere dagen zijn nog kaarten beschikbaar. Nóg wel. De voorstelling is te zien tot en met 20 november.

Tip de redactie