Brave New World blijft in Leiden

Aan het eind twee dagen Brave New World maakte Alexander Mouret bekend dat de conferentie ook volgend jaar in Leiden wordt georganiseerd.

Dat betekent dat Leiden een conferentie binnen boord heeft met potentie. Na gisteren was ook de tweede dag beladen met informatie en nadenkers. “De lijn die we zullen vasthouden, is die van het aankaarten van de consequenties van technologische innovatie, en de rol van wetenschap, industrie en kunst daarin”. Ook vandaag bleek weer hoe belangrijk (film)kunstenaars en dwarsdenkers in dat debat zijn om de gedachten te scherpen.

Organisatie

De gros van de bezoekers van Brave New World zijn overweldigd, als je met ze praat. “Niet gedacht dat het zó ver is”, “inspirerende spreker (maar wel erg snel)” en “mij zet het echt wel aan tot nadenken, ook over m’n eigen werk” zijn zomaar wat opmerkingen. Mouret had het al gezegd “er zijn studenten, wetenschappers, maar ook ambtenaren en mensen uit de kunstwereld”.

Die ontmoeting wordt op prijs gesteld “je spreekt zó makkelijk met vreemden hier; ook door die zaalindeling met grote tafels”. Aan de organisatie heeft het niet gelegen. Alles verliep soepel. De mensen van de Stadsgehoorzaal zijn stuk voor stuk gastheer/-vrouw voor hún Stadsgehoorzaal.

De catering is bijzonder zonder extravagant te worden; de moderator, de spreekstalmeester tóp. “Deze eerste keer konden we niet vooraf schatten hoeveel mensen er zouden komen. We hopen voor de volgende keer op meer. Maar echt duizenden ook weer niet. Dan gaat het intieme teveel verloren. Brave New World ís ook geen massa-evenement”.

Tegenspraak

Ook deze tweede dag wordt gekenmerkt door tegenspraak in de goede zin van het woord. Jim Stolze (RTL-Z) neemt een positie in die even later feitelijk wordt bekritiseerd “explaining two exponential technologies that are changing our world”. Het absolute in die positie is dat wat Augé (EUR) zal beschrijven als “propaganda”.

“Propaganda is everywhere, and there is more then ever before”. Augé ziet het overal om ons heen: de tendens in dichotomieën te spreken, vóór of tegen. Hij haalt Jules Verne en H.G.Wells aan die met ‘science fiction’ een weg aangaven “to protect me from propaganda. Science fiction is about inventing and preventing, not predicting. (…) The future doesn’t exíst. You can’t predict it”.

Dat is nu precies wat Stolze, en later Mark Stevenson, wel lijken te doen. Een onontkoombare toekomst van steeds snellere technologische ontwikkeling. “Dangers of prediction”, volgens Augé “de voorspelling op zich zorgt er voor dat de voorspelling kan uitkomen”.

Relativering

“Future prototyping” noemt Augé dat: “how the world shóuld be. Time to invent (or prevent) the future, or get the future of someone else”. Die ander kan een software-ontwikkelaar zijn, een bedrijf, een andere staat. Stolze had dat eigenlijk al gedemonstreerd.

Zijn twee belangrijkste ontwikkelingen zijn blockchain – “distributed trust” – dat transacties van allerlei soort kan faciliteren, en kunstmatige intelligentie (AI) waardoor computers heel dicht bij menselijke kwaliteiten als (emoties) beoordelen, komen. Het zijn juist dergelijke ontwikkelingen die Augé doen wijzen op het feit dat Nederland “als enige land geen enkele science fictionfilm maakte” en in zijn optiek dus ook niet bezig is met een beïnvloedbare toekomst.

Alsof we het láten gebeuren; alsof we geen fantasie hebben “het land dat zichzelf maakte (uit zee)”, alsof de veelgehoorde verklaring protestantisme bescheidenheid predikt. “De rest van de wereld kent Nederland eigenlijk niet. Maar wifi en bluetooth komen hier vandaan. (…) Get a bit of Frenchness, a bit of arrogance”. Want ondertussen dendert de technologische wals voort, zoals Stolze liet zien.

Possibilist

Die ontwikkeling wordt ook door Mark Stevenson (Times/WSJ) beschreven. “Asking the right questions about the future” is waar het om draait. Welke dat zijn en op welke terreinen?

In elk geval vier, want Stevenson ziet de belangrijkste vragen met betrekking tot ‘energie’ – Enernet, gedistribueerde en zelf opgewekte energie “The Netherlands are in front, with Vandebron” en Newlight, dat uit broeikasgas plastics maakt – met betrekking tot ‘materie’ – Nanoscribe‘s nano-3Dprint -, met betrekking tot ‘tijd’ – “what if we don’t conveniently die?” vóór de klimaatverandering, of “would you marry if you know it’s for 100 years?” – en met betrekking tot ‘economie’ – wie vertrouwt er nog banken? Wat wordt de basis voor rijkdom?. Stevenson reikt aan en stelt vragen. Hij noemt zichzelf liefst “possibilist”.

Gezonde VR

Het visualiseren van die (mogelijke) toekomst blijkt belangrijk. Het werk van de kunstenaar en zijn rol zijn belangrijk. Robert Overweg (Triple) werkt aan mogelijkheden om met behulp van virtual reality (VR) menselijk gedrag te beïnvloeden door middel van het gebruik van “the formation of false memories“.

Zijn werk behelst onder meer VR-toepassingen waardoor mensen pijnlijke (revalidatie)trainingen ‘makkelijker’ voltooien doordat ze de pijn minder ervaren, of VR-toepassingen waarin EMDR traumatische herinneringen laat vervagen.

Levende bakstenen

Overweg maakt haast achteloos een opmerking die cruciaal lijkt te zijn “we bouwden de werkelijkheid na”. Het doorbreken van die nabootsing van wat we kennen, speelt bij meer mensen een rol. Waar Overweg mooie beelden toont van “de natuur door de ogen van een dier”, gaan mensen als Steinicke (HCI, Hamburg) en Armstrong (architect, UK) nóg een stapje verder.

“VR”, stelt Steinicke “isn’t dead. The technical milieu wasn’t ready in the nineties. Now it is”. VR komt door de grote (en goedkope) rekenkracht zó dicht bij de werkelijkheid dat de vraag zich aandient wanneer we het verschil tussen ‘echt’ en VR niet meer zullen kunnen zien. Dat impliceert dat, volgens Steinicke, een indicatie dat in VR bent aanwezig móet zijn.

Op een heel ander terrein stapt Armstrong weg van die nabootsing en zoekt wekelijk heel nieuwe wegen. Zij spreekt van “worlding (…) technologies of life (…) interface of life”. Het fascinerende is dat zij ‘leven’, dynamiek zoekt in ‘dood materiaal’. De “living brick” is een baksteen die in staat is energie te producéren. Het maakt een ademend huis “living metabolism” mogelijk in plaats van een geventileerd.

Ongemakkelijk

Uit de werkelijkheid breken, is één. Wat ook opvalt, is dat de mensen die dat doen ook meteen opmerken dat ‘het ook kan mislukken’. “We don’t know everything” valt in verschillende versies geregeld te beluisteren. Maar ook de keuze iets níet te doen.

Dat maakt ook dystopische, zwarte naargeestige toekomsten mogelijk. In de jaren negentig van de vorige eeuw beschreef Manuel Castells in een vuistdik boek zijn visie. Daarin staat één paragraaf over het ontstaan van een nutteloze klasse; mensen waar de samenleving niet naar om kijkt en ook niets voor regelt, afval.

Brave New World tóónde een mogelijke versie van die klasse in de beklemmende korte film Uncanny Valley (8 minuten), over de fase in de ontwikkeling van robots waarin zij voor mensen ongemakkelijke gevoelens oproepen.

Toonkamer

Leiden had de eer de Nano Supermarket al eerder te mogen ontvangen. Voor Leiden Centraal stond hij in 2012 in het kader van Shaking Science. Het effect was precies zoals Van Mensvoort uiteen zette: de (fictieve) producten dagen onmiddellijk uit tot discussie.

Schoenen van op bestelling gemanipuleerd rogge-leer, vlees in de vorm van ijsjes, gebreid vlees, te-dikke-buikenvet als energiebron (voor de smartphone): een deel was er toen al bij. Technologie, stelt hij, maakt ook fasen door die je kunt voorstellen als een piramide, te beginnen met verbeelding en eindigend in ‘natural'‘ (vanzelfsprekend’).

Níet vanzelfsprekend is dat we “sleepwalking go from app to app”, zonder ons af te vragen dat de opbrengst is. Dát is wat we moeten leren: ons afvragen ‘versterkt dit ons mens-zijn?’.

Sex en liefde

Filosofisch werd Brave New World met discussies over robots, menselijkheid en emoties als liefde. David Levy is daarover uitgesproken. Het is allemaal mogelijk “if a robot behaves exactly like a human”. Wat de vraag opwerpt, wat dat ‘exactly’ ís.

Levy neemt een positie in die eerder tijdens de conferentie is bekritiseerd: “waarom zou je mensen liefde en sex ontzeggen als ze dat van robots kunnen krijgen”. Waarom zou je iets níet doen, als het voorhanden is. Robots, bleek uit de vele vragen uit de zaal, maken heel veel los.

Constant Dullaart deed dat op een andere manier. Waar eerder Mediamatic al gedichten ‘liet maken door het internet’, gebruikte hij zoekmachines en social media-netwerken om duidelijk te maken dat werkelijkheid fluïde is en identiteit uit meerdere identiteiten bestaat. Frappant is hoeveel verwarring dat kan veroorzaken en tot welke reacties dat kan leiden.

Géén Dada

“Creativity could and should mean trouble, questioning capitalism”. Leon Heuts (Filosofie Magazine) gooit aan het eind een knuppel in het hoenderhok door zich af te vragen hoe innovatief en hoe disruptief de op dat punt veelbejubelde ondernemers zijn. Niet, is zijn conclusie.

Uiteindelijk verandert er niets in de machtsbalans, verandert de zucht naar winst niet en is die vorm van disruptie niets anders dan “een nieuwe vorm van kapitalisme”. Zet ze tegenover ontwrichtende kunststromen als Dada en je ziet het meteen.

Daar waar Dada haast niet herhaalbaar is, zijn de technologische innovaties dat eigenlijk vrij eenvoudig wél. Een mooie afsluiter van twee dagen denken en doen over de invloed van technologie op de samenleving.

Vier films

De huishoudelijke mededeling tot slot: de vier 48 hourfilms die worden gemaakt op basis van de scriptideeën die zijn verzameld in het laatste uur van beide dagen, zijn zondag 6 november om 11.00 uur in het Kijkhuis in Leiden te zien en vanaf maandag op de website van 48 Hour Film Project en die van Brave New World.

Tip de redactie