'De Omgevingsvisie is een krachtig luidende noodklok'

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer verdiepte hij zich in de Leidse omgevingsvisie.

De meest bepalende kaart is níet te vinden in de omgevingsvisie. Het is die waarin duidelijk wordt wat 'de energietransitie' – veranderend klimaat, veranderende energiebehoefte én -voorraad – eigenlijk voor ons inhoudt, voor zover we nu kunnen inschatten. Ironisch genoeg de vrolijkst gekleurde kaart ook (foto).

Daar ligt nogal een opgave voor de regio. De regio zijn tien gemeenten rondom Leiden langs de Rijn. Wat hen bindt is de (wettelijke opdracht en de) wens gezamenlijk een visie te hebben op (de ontwikkeling van) de regio die zij vormen. Want dat ‘natuur’ of ‘weg’ niet abrupt stopt bij een gemeentegrens is iedereen wel duidelijk. Die omgevingsvisie is in concept klaar en zal binnenkort aan tien gemeenteraden ter vaststelling worden voorgelegd.

Selectief

De namen zijn meestal niet van dien aard dat een willekeurig burger er enthousiast van wordt. Ook Omgevingsvisie 2040 doet dat niet, terwijl het wel een document is dat een beeld geeft van hoe wordt gedacht over de toekomst van fysieke omgeving op regionaal niveau.

Hoe denken we (hoe willen we) dat onze omgeving er uitziet in 2040? Dat is iets wat alle inwoners van de regio aan gaat. Gespreksleider Marije van de Berg wees er dan ook heel terecht op dat er nog een uitdaging ligt veel meer inwoners te betrekken bij dit soort van planvorming en niet “een kleine groep hoogopgeleide intelligente mensen”.

Urgent

De door het RAP belegde bijeenkomst was er blijkbaar één die de aandacht trok van zo'n beperkte groep, maar met zo'n vijftig – overwegend 'iets oudere' – bezoekers was de bovenzaal van Scheltema aangenaam vol. Het interessantst aan de avond was eigenlijk iets in het verlengde van wat Van de Berg aangaf.

Meer dan ooit zijn lagere (buur)overheden zich bewust van hun onderlinge afhankelijkheid en relatie. Meer dan ooit wordt er samengewerkt, zij het nog altijd té beperkt volgens de zaal. Ook de Leidse wethouder Laudy, die werd overvallen met de vraag te reageren, beaamde die veranderende (bestuurs)cultuur. Hij bevestigde ook dat veel in de Omgevingsvisie nog ongewis is en  werkende weg duidelijk zal worden.

Typerend daarvoor was de zaalopmerking "het perspectief in de Omgevingsvisie is zo ver weg, dat we de technologische mogelijkheden die er dan zijn, nu niet kunnen inschatten."

Burgerinvloed

Het RAP kondigde de bijeenkomst aan als één waarin kon worden nagegaan hoe de invloed van burgers op de visievorming is geweest. Juist dat element kwam absoluut niet uit de verf. ''Politieke gevoeligheden'' was een zaalconclusie.

De ambtenaren daarentegen deden hun best aan te geven dat deze invloed er wel is geweest. "Het is duidelijker geworden wat burgers belangrijk vinden (…) duidelijker welke thema's leven (eenzaamheid, red.) (…) maar ook zie je de omgeving na die gesprekken anders dan voorheen", waren volgens hen positieve effecten. Hoe zich dat laat terugvinden in de Omgevingsvisie – en hoe dan voor die tijd werd gedacht over de toekomst – bleef echter volledig onbeantwoord.

Samenwerken

De omgevingsvisie is gebaseerd op inbreng van meerdere partijen. Bij de energietransitie ''omdat er bij de overheden heel weinig mensen zijn te vinden die van deze thema’s verstand hebben.'' Ook hier een indicatie voor een veranderende rol: de overheid meer als coördinator/stimulator van kennis en deskundigheid dan als allesbepalende planner.

De vraag naar belangen en verantwoordelijkheid wordt dan essentieel. Samengaan van de regio in één (bestuurlijk) orgaan is dan niet aantrekkelijk ''de afzonderlijke gemeenten bewaken ook eigen belangen. Daar hebben de anderen baat bij. Dat Wassenaar Wassenaar wil blijven en verder niets, levert (het voortbestaan van) de landgoederen op. Dat Voorschoten baat had bij verdieping van de Rijnland Route en daar als een leeuw voor vocht, is ook een voordeel voor de anderen.''

Visie

De Omgevingsvisie lijkt te gaan over de omgeving, maar er is dus meer. Je vindt er – weinig ingevuld – informatie over het bewaken van de identiteit van de afzonderlijke gemeenten, over hun wensen. Maar, zoals iemand vaststelde, ''visie mis ik. Het is toch geen visie 'de Rijn loopt door het gebied en verbindt'. Keuzes zijn impliciet gemaakt.'' Komt erfgoed onder druk te staan? Wat betekent het dat de regio 'verstedelijkt langs de Rijnoevers'? 'Groen de stad in trekken', wat betekent dat? Slopen? Minder vanzelfsprekend volbouwen en wellicht inderdaad soms slopen, bleek het antwoord.

Laudy had gelijk toen hij opmerkte dat ''jullie wel een veeleisende groep zijn'' (met die (gedetailleerde) vragen, red.), want veel ís nog onduidelijk. Dat bleek ook de makke aan de promotiefilm die werd getoond: veel losse oneliners en vrome intenties, maar weinig concreet.

Hitte

Veel in de Omgevingsvisie is beïnvloedbaar door de regio zelf. Eén niet. Dat is ook degene die duidelijk maakte dat een omgevingsvisie ook keuzes maken behelst en dus ook verandering in de vorm van opoffering, afbraak, aanpassing. De regio, zo wordt verwacht, zal zelf voldoende energie moeten opwekken voor de eigen behoefte.

Dat doorrekenend en -redenerend leidt tot de conclusie dat dat kan, maar dat dan wel ook álle mogelijkheden maximaal moeten worden benut. Van windmolen tot álle huizen maximaal energiezuinig en van bollenvelden, meren en plassen met enorme velden zonne-energie-collectoren tot overkapte snelwegen. Dan kán het. Net. Nú beginnend kan de regio het net redden.

Nieuw is het niet. Maar in 2040 is het hier wel tropisch warm (gemiddeld 30 graden), staat het water hoger en de grond ingeklonken lager, en wordt leefbaarheid daardoor een nieuwe invulling gegeven. Over 25 jaar is Leiden een heel andere stad in een heel andere regio geworden. Juist dat is het onderwerp van de Omgevingsvisie en juist dat zou veel meer mensen moeten raken.

Tip de redactie