Van der Sluis verdiept zich in zorgboerderij Van Velsen in Zoeterwoude

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer verdiept reisde hij af naar (zorg)boerderij Van Velsen in Zoeterwoude.

Er zijn 75 melkkoeien, 40 stuks jongvee, 17 schapen, 100 kippen, 10 konijnen, een stuk of tien katten, een heel oude hond te vinden. Maar ook vier ouderen die er drie dagen in de week óók zijn en meehelpen op het niveau dat ze aankunnen.  De plek is (zorg)boerderij Van Velsen in Zoeterwoude waar Cees en Lia (58), met achterwacht Marian (58), dagopvang bieden aan ouderen en dementerenden.

Wat Leiden mist

'Onbekend maakt onbemind' luidt het spreekwoord. In Leiden geldt dat blijkbaar voor zorgboerderijen voor ouderen en dementerenden. In een samenleving waarin de oudere een steeds groter aandeel krijgt, wordt ook alles wat voor die groep gedaan kan worden belangrijk om van op de hoogte te zijn. Het zou jammer zijn als inwoners van Leiden verstoken blijven van de toch wel bijzondere mogelijkheid die een zorgboerderij biedt.

Een échte boerderij

Het is een echt boerenbedrijf. Niets wordt opgetuigd, noch in stand gehouden, vanwege ‘de zorg’. Bij de Van Velsens schuiven de gasten aan in het dagelijks leven op de boerderij. “We zijn als zorgboerderij bewust kleinschalig. Onze gasten zien mij iedere keer en niet een wisselende groep vrijwilligers. En iedereen doet wat hij of zij kan en leuk vindt om te doen, van kippen verzorgen tot taarten bakken of helpen bij het koeien en kalveren voeren.” Lia weet waarover ze het heeft. Ze is ervaren in de verpleging en verzorging én boerin “en we zijn uiteraard aangesloten bij onze branchevereniging en hebben het kwaliteitskeurmerk ‘Kwaliteit laat je zien’. Maar de levensvreugde, het plezier en de tevredenheid van onze gasten zijn leidend”.

Welkom!

Iedere geïnteresseerde kan een rondleiding krijgen op de boerderij. Wat opvalt, is dat het een échte boerderij is. Lia is drie dagen per week volledig zorgboerin, maar echtgenoot Cees en één van de zoons (Jan) zijn 100% boer. Het is mooi te zien hoe de gasten zich daardoor serieus genomen voelen. “Je doet écht mee, met een taak(je) en verantwoordelijkheid. En met activiteiten die er toe dóen”. In de keuken wordt gezamenlijk koffie gedronken en gegeten, maar kan ook de veearts of de kalverhandelaar aanschuiven als dat zo uitkomt.

Als dagopvang niet past

Je kunt je goed voorstellen dat bij sommige mensen de muren op ze af vliegen. Die moeten iets doen, om handen hebben. Gerrit zorgt voor de kippen (inclusief schoonmaken van de rennen), zelfstandig. Hij heeft een progressieve vorm van dementie, maar dat betekent niet dat hij vanaf nu niets meer zou kunnen. Piet had zelf koeien op z’n boerderij, kreeg een ongeluk en was daarna slecht ter been: hij kan úren praten over koeien. Standaard dagopvang is niets voor hem. Dat geldt eigenlijk voor alle gasten: ze moeten iets kunnen doen en dan niet ‘om bezig te worden gehouden’. “We hebben een mevrouw die eenzaamheidsproblemen heeft. Die bloeit op, want niet alleen heeft ze iets zinvols te doen maar ze heeft er ook een clubje vrienden bij. Met de beide dames maken we met z’n drieën de middagmaaltijd. En bakken ook lekkers als gevulde speculaas. Eén van hen kon dat echt goed. Wel moet ik, onopvallend, de hoeveelheden gebruikte ingrediënten in de gaten houden”.

Gást

“Als iemand nieuw komt, loop ik een dag mee om te kijken wat iemand kan en wil. Daarna neem ik wat afstand, ook omdat ik merkte dat mensen soms behoefte hebben zelfstandig iets te doen of alleen te zijn”. Ver weg is ze echter nooit. ‘Naar vermogen’ is dus wisselend “we hebben ook iemand te gast gehad die door een herseninfarct eigenlijk niets meer kon. Die man leefde helemaal op van úren naar de koeien kijken en een sigaret roken. Ook dat kan”. Niet voor niets vermijdt Lia woorden als ‘patiënt’ of ‘cliënt’ “Dat is teveel instellingstaal. Een wereld die ook niet stimulerend (meer) is voor deze mensen”.

Uniek

Zorgboerderij Van Velsen is een prima toevoeging aan de mogelijkheden die mantelzorgers, thuiszorg, gemeente en verzorgings- en verpleeghuizen hebben.  Die zullen dan wel moeten ontdekken dat een boerderij niet synoniem is met ‘vies en gevaarlijk’. Die zullen ook moeten ontdekken dat er boerderijen zijn waar een veestapel(tje) “als een kinderboerderij” een speel- en knuffelrol heeft. Die zullen vooral moeten ontdekken dat er ook échte boerderijen zijn waar een unieke balans tussen zorg, wonen en thuisgevoel is gevonden.

Bijdrage

Het vinden van zulke zorgboerderijen gaat niet zonder slag of stoot. Er is een landelijke vereniging en een provinciale. Maar de grootste drempels zijn eigenlijk de foute beelden wat een boerderij is, de administratieve  rompslomp en het eigenbelang. "Voordat Gerrit hier kon komen, zijn er acht maanden voorbij gegaan. Acht maanden: dat is idioot lang voor iemand als hij. De familie, ik en zeker ook een zorgmanager van de instelling hebben veel energie in zijn plaatsing hier gestoken. Nu hebben we inmiddels een tweede bewoner uit dat huis. Men weet nu wat ze aan ons hebben. Maar omdat de húizen ons uit hun budget (de bewonersbijdrage, JvdS) moeten betalen, zijn ze terughoudend. Tot ze de voordelen van rustiger en tevredener cliënten ervaren."

Ondernemen

Een zorgboerderij beginnen doe je niet zomaar, alhoewel Lia de eerste stappen spontaan zette. "De kinderen werden groter. Ik wilde weer de zorg in. Toen zag ik een documentaire over zorgboerderijen en heb meteen gebeld. Dít was wat ik zocht. Natuurlijk doe je het met je hele gezin en moeten ook zij er achter staan. Vandaar ook die drie dagen. Ook de boerderij en het gezin hebben aandacht nodig”.  Lia is nu dan wel ondernemer – “maar ze kan enorm goed organiseren", zegt Marian –  maar zorgen staat voorop. "Publiciteit, marketing, administratie: het zijn nog steeds niet mijn grote liefdes."

Rompslomp

De groeiende administratie ontlokt. "Als ik nu had moeten beginnen, was ik misschien nooit begonnen." Dat mogen overheden en instanties zich aantrekken. Zij vragen nogal wat, en met de komst van de WMO niet mínder maar meer. "We hebben nu per gemeente andere eisen. Bij de één moet ik een urenoverzicht, een factuuroverzicht en een totaalfactuur maken én sturen aan drie verschillende mensen. Bij de volgende moet ik mijn gegevens in hun computersysteem invoeren. Het kost me inmiddels wel een groot deel van de ‘vrije’ niet-vergoede vrijdag. "

Wachtlijst

Inmiddels is de zorgboerderij een succes. "We hebben een wachtlijst. Maar bij drie mensen op die wachtlijst sluit ik ‘m, want ik vind het veel te vervelend voor mensen de indruk te hebben dat er op korte termijn een plek zou zijn." Het is de paradox die blijft: een groeiende behoefte, een succes-formule, en tegelijk beperkte zelf opgelegde mogelijkheden omdat de kleinschaligheid en persoonlijke aandacht de gouden formule vormen. Dat is vervelend voor Leiden waar men laat de zorgboerderij op de gemeentegrens ontdekte.

Tip de redactie