Half november staat de Robijnhof halfleeg

De Robijnhof is ongeschikt voor zorg. "Het kan hier niet meer", zegt Sjors Gerritsen. Hij is projectleider Robijnhof en vanuit Libertas belast met de coördinatie van (de weg naar) de oplossing. Libertas heeft daarvoor zo’n zeven jaar nodig. 

 Alle plannen moeten nog worden ontwikkeld. Maar per half november worden de bewoners van het zorgdeel al verhuisd naar Rijn en Vliet. Vanaf dat moment zou een deel van de Robijnhof voor zo’n zeven jaar leeg staan.

"En dat willen we niet." Vandaar dat vergunning is gevraagd dat deel onder de Leegstandswet te verhuren. Afgelopen woensdagavond was er daarom weer een informatieavond voor de buurtbewoners. Een prettige, positief-kritische bijeenkomst, zo bleek. De vraag die boven het hele verhaal blijft hangen, is waarom Libertas dit hele proces nu pas start als feitelijk al langer duidelijk werd dat zorg onder deze condities niet mogelijk is.

Nieuwe huurders

Libertas gaat vanaf 1 januari, "maar liefst al vanaf Kerst", de tachtig zorgeenheden verhuren. Niet willekeurig, maar aan specifieke doelgroepen: "studenten (20 stuks), statushouders (30) en mensen met een lichte begeleidingsvraag (30)." "Die huren wel zelfstandige woonruimte, met eigen huisnummer, en dus recht op huursubsidie", zegt Gerritsen.

Die huur, schat hij, zal zo’n €300 per maand bedragen. Kleine, goedkope ‘eenkamerappartementen’ van zo’n 20m2, met douche en toilet. "Die moeten we wel weer bruikbaar maken."

Maar er is ook een maar: de huurder verplicht zich tot "maatschappelijke inzet, binnen het huis of in de buurt. Zo’n twee uur per week." De huurder zal ook moeten tekenen voor het naleven van het huishoudelijk reglement, dat zich vooral richt op het voorkómen van overlast. Want dat is wat Libertas keer op keer benadrukte: géén overlast.

Chrissy, bedankt!

Libertas overviel begin 2016 de buurt tactisch heel onhandig met dit idee. Gerritsen erkent dat ook. Inmiddels zijn de gemoederen bedaard en de partijen alweer geruime tijd on speaking terms. Een klankbordgroep van zo’n 27 bewoners volgt het project. Dat er harde woorden moeten zijn gevallen, dat achterdocht en scepsis een rol speelden, blijkt uit de dank die één van de klankbordgroepleden uitspreekt: "Dank aan de gemeente Leiden in de rol van middelaar. Dank aan jou, Chrissy." Die Chrissy is Chrissy van der Meijden, wijkregisseur.

Toch zijn er nog vragen en vraagtekens. Die gaan deels over de verhuizing en toekomst van de huidige bewoners, deels over de situatie de komende zeven jaar. De vragen vertellen dat zich een breinbreker heeft aangediend. Wie komen hier uiteindelijk te wonen? De uiteindelijk veertig zorgeenheden zijn bedoeld voor psychogeriatrische bewoners.

Wat is de toekomst voor het huidige woondeel, dat Libertas momenteel niet vol krijgt? "Er staan zo’n 30 van de 120 eenheden leeg." Er schemert iets door van een mogelijkheid ook dáár andere bewoningsvormen en bewoners te krijgen. "Uiteindelijk is het ook een zakelijke afweging."

Als de zorg vanaf november weg is, wat is dan de terugval voor de achterblijvende bewoners? Het ‘aanleunen': tegen wat? Het niet-permanent aanwezige thuiszorgteam? En voor de intensievere zorg? De alarmering, "moet dat 112 bellen zijn?" (ja).

De Zonnebloem kaart aan hoe en waar de kerstviering moet worden gevierd als de ene helft van de deelnemers in Rijn en Vliet en de andere helft nog in de Robijnhof zit. Een tweedeling die, zo fluistert iemand, ook nu al in de Robijnhof bestaat. Wat gebeurt er met de maaltijdvoorziening en de dagbesteding? "Die komen in principe terug, maar het zal af en toe – en zeker de eerste twee maanden – improviseren worden." Gerritsen kan niet worden verweten onduidelijk te zijn: veel is ongewis.

Tijdelijke bewoners

De vragen over de tijdelijke bewoning bleken vooral praktisch. Wat gebeurt er met het extra huisvuil? "Iedere zelfstandige woning krijgt een eigen pasje en er zijn extra ondergrondse containers aangevraagd." En de parkeeroverlast? "We gaan uit van weinig auto’s en van bewoners die vooral zullen fietsen."

Hoe is de verhuizing van de huidige bewoners geregeld? Doet de familie dat? Vrijwilligers? (In de spreekwoordelijke wandelgang blijkt men zich zorgen te maken over de inzet van familie en de daaruit volgende druk op vrijwilligers.)

"Nee, er komen geen verslaafden, geen overlastgevers, geen gezinnen" sluit aan bij de eis ‘geen overlast’. "En na minimaal zes maanden evalueren we. Dat is een vergunningeis. Doen we het niet goed, dan wordt de vergunning ingetrokken."

Huis(ch)meesters

Libertas is geen (maatschappelijk) vastgoedbeheerder. Daarvoor is De Huischmeesters ingehuurd, een jonge – in 2012 gestarte – onderneming die groeit als kool. De Huischmeesters maken werk van het (tijdelijk) benutten van incourante objecten als lege kantoorgebouwen, kazernes en dus ook zorginstellingen voor woondoeleinden.

Operationeel directeur Ronald Hanssen legt uit dat het niet zozeer over technisch beheer gaat, maar vooral sociaal beheer dat hen interessant maakt. Het voorkomen van overlast en het activeren van huurders om maatschappelijk actief te zijn, is een belangrijke taak voor De Huischmeesters.

"We zoeken daarvoor dan ook mensen die kunnen luisteren en weten wanneer te zwijgen, maar die ook kunnen optreden. Mensen die iets weten van recht én van gebouwen. Mensen met levenservaring vooral. Voor dit project zijn we daarover nu in gesprek met DZB."

Idealisme

De lat is door Libertas hoog gelegd. ‘Geen overlast’ is al absoluut. Gerritsen ‘verraadt’ nog een ambitie: "We willen dat mensen uit heel Nederland komen kijken hoe we dit doen, met diverse huurdersgroepen, met de buurt. Het is nog nergens zo gedaan." Tegelijk spreekt er ook enige idealistische ambivalentie, tegenstrijdigheid uit het verhaal.

"We willen een dynamische omgeving, met een gemengde huurdersgroep" wordt gepaard aan een hoge mate van controle. "Het mag geen rommeltje worden met fietsen. Die moeten aan de straat in twee daarvoor vrij te maken parkeerplaatsen worden gestald."

Spannend wordt ook hoe de relatie met de buurt en De Huischmeesters kan worden opgebouwd als het verloop onder huurders vrij hoog is. De eenkamerappartementen zijn klein. Voor een langdurige huurrelatie zullen de huurders toch snel zoeken naar iets groters, iets minder kamerbewoning.

Er zou ook sprake zijn van het stimuleren van bedrijvigheid. "Winkeltjes op de begane grond." Maar hoe de komst van klanten zich precies verhoudt tot ‘geen overlast’?! Het kan allemaal, maar het kan net zo goed niet; alsof de Robijnhof een vriendelijke, vreedzame, overlastvrije omgeving móet worden.

Tip de redactie