Stadslab vindt bijna de ziel van Leiden

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer ging hij met Stadslab op zoek naar 'de ziel van Leiden'.

Het wordt lastig voor Stadslab om 'de ziel van Leiden' te vinden. Ook tijdens de, volgens de projectleider, zevende bijeenkomst bleef die ziel mysterieus verscholen. Zo'n vijftien Leidenaren waren, namens een achttal Leidse wijken, op de uitnodiging van Stadslab in gegaan om kort uiteen te zetten (‘pitchen’) wat de ziel van hún wijk is.

Sociale structuur

Als er één ding duidelijk werd, is het wel dat de ziel van een wijk en van de stad moet worden gezocht in de sociale structuur. Een open, maar hechte wijk lijkt een ziel te hebben. De Zeeheldenbuurt is daarvan hét voorbeeld. Als één blok achter een actief wijkbestuur is de wijk opgetrokken tegen bedreigende ontwikkelingen.

"We hebben ons bemoeid met alles wat ook effect heeft óp de wijk, van Rijnland Route tot Singelpark. Dat is ook óns park en het effect van het verkeer op de Sumatrastraat en de Zijlsingel is ook óns belang."

Dat de wijk kracht heeft, wordt nog het mooist geïllustreerd door de zelf onwikkelde wijkvisie – en de daarna beschikbaar gestelde twee miljoen voor de realisatie – terwijl de "wijk eigenlijk was afgeschreven. Die kon worden gesloopt. Er woonden al mensen. Maar dat werd niet gezien door de gemeente."

Aanpassen

De Zeeheldenbuurt nuanceert ook het beeld dat niet De Kooi, maar de Stevenshof de honkvaste wijk is en 'dus' de hechtste. "Wij lossen het zelf wel op. Er zijn al drie wijkagenten gewieberd, niet nodig. En nieuwe bewoners, ook hoger opgeleide, passen zich vanzelf aan aan de wijk."

Het was de enige keer dat 'de ziel' even zichtbaar was. Het was ook het moment waarop duidelijk werd dat die ziel heel moeilijk te pakken is. Dat het niet lukt door verhuisbewegingen in kaart te brengen, werd wel duidelijk.

Langzaam

Sociale structuur, ze bleek ook nu, is iets wat langzaam groeit, maar snel kan worden afgebroken. Uit het Noorderkwartier kwam de vaststelling dat "de ziel er bijna uit is" en "dat er geen tijd is geweest om weer iets op te bouwen."

 Veel veranderingen hebben de wijk sociaal ontworteld. Van de andere kant wordt dat bevestigd vanuit de wijken die (relatief) nieuw zijn en waarvan de vertegenwoordiger een zwakke(re) sociale structuur zag. In de Merenwijk ontbreekt "het middensegment, het hart. Fysiek, maar ook in leeftijdsopbouw en inkomen."

In Roomburg is "het mooi wonen, groen, planmatig met strakke straten, maar weinig buurtbemoeienis. Appels en peren (uit de openbare straatbomen) vallen nu op de grond, maar niemand doet er wat mee." 

Ook Nieuw Leyden bevestigt de bepalende rol van de sociale structuur. "Sommige blokken kozen voor sámen bouwen en inrichten. Dat kostte energie, maar anderzijds kennen we elkaar nu goed. Niet iedereen hield rekening met buren. Op andere plekken staan dan ook losse woningen en kent men elkaar niet (goed)."

Voortrekkers

Een hechte wijk bestaat bij de gratie van actieve bewoners. Vallen zij weg, dan zakt de wijk in. Noorderkwartier is daarvan een voorbeeld, maar "klautert, samen met heel Leiden Noord, langzaam weer op, hoor,"

Een initiatief waaraan alle wijkbewoners kunnen en mogen meedoen, blijkt een probaat bindmiddel. Tuinstad-Staalwijk, met een wijkvereniging én een Wijklab, is een wijk met "een hoge bewonersparticipatie". Wijktuinen, Galerie Tuinstaal, een speeltuin, maken het "een wijk met een dorpse uitstraling." Dat de Herenstraat in de oorspronkelijke Retailvisie was weggedacht, leidde in de wijk tot actie en een terugkeer van de Herenstraat in de uiteindelijke Retailvisie.

Fysieke omgeving

Pikant is dat het merendeel van de uiteenzettingen ging over 'de wijk als (woon)omgeving'. Het Waardeiland is "een groene, rustige" plek om te wonen. Maar het is ook een plek "waar we nogal op onszelf zijn" en "waar voorzieningen ontbreken. Er is zelfs geen glascontainer." 

Om het Waardeiland een identiteit, een ziel te geven, heeft de wijk een centraal ontmoetingspunt nodig.

Film Goeie Mie

Hoe het met de ziel van Tussen de Rijnen (Havenwijk en Pancras Oost) zit, is niet helemaal duidelijk geworden. Wél dat daar een project is gedaan waaraan heel veel bewoners meededen en waar ook iedereen kón meedoen: hun film over Goeie Mie (de tweede 'wijkfilm', na Tussen de Rijnen en naast een wijkdocumentaire).

Zo’n vijftig wijkbewoners hebben eraan meegewerkt "en hebben allemaal veel nieuwe contacten opgedaan." Zo kan het dus ook. De film gaat overigens 30 oktober tijdens het LIFF in première in Trianon (en reist daarna door de stad en verder. Voor wie dat allemaal misloopt: er komt daarna ook een DVD).

Onvindbaar

Het wordt nog spannend hoe het stripverhaal er gaat uitzien. Misschien dat de historische stad Leiden niet teveel moet terugvallen op de geschiedenis. De zoektocht van de vroege Middeleeuwers naar de plaats van 'de ziel' in een menselijk lichaam leverde niets op, weten we.

De ziel van Leiden is eenzelfde lot beschoren, zo ziet het uit. Niet op de een of andere plek te vinden, noch binnen een of andere groep. Een belangrijk begrip voor de ziel zal zijn 'samen'. Dat doen de wijken immers ook. "Eigenlijk zijn alle wijken leuk", vond Nieuw Leyden ("maar wij zijn de leukste").

Gratis stripboek

Half januari is het stripboek klaar en wordt het huis-aan-huis verspreid. Nog één bijeenkomst op 12 november – thema 'Leiden, stad van vluchtelingen' – en dan zit de zoektocht er op. Een kniesoor stelt vast dat "aanstaande dinsdag starten met instrueren van tekenaars" op basis van verhaallijnen misschien ook betekent dat het stripverhaal het verhaal van de mákers is, en minder van de stad.

Tip de redactie