Hoe leuk kan kunst zijn

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer verdiept hij zich in de Kunstroute.

De Kunstroute in Leiden is een mooie gelegenheid een rond te snuffelen in de wereld van de beeldende kunst. Om te beginnen is die mogelijk al veel groter dan je dacht; dit jaar deden 123 individuele kunstenaars en 49 galeries mee. Veel te veel om in één dag, of zelfs een heel weekeinde, te behappen. Dat wordt dus kiezen. Organisator stedelijk museum De Lakenhal ondersteunt je daarbij: met een “app” (die ik niet kon vinden in Apple’s Appstore), een website en een echt hebbeding, een blokvormig-dik boekje. Om eens een andere invalshoek te kiezen, namen we ons voor vooral de minder voor de hand liggende locaties te bezoeken. De conclusie: kunst is leuk.

Marktsteeg
Er is zoveel om uit te kiezen. In de Marktsteeg vind je zowel Scheltema als het nieuwe pand van Casper Faassen (en Michaël Roumen), en, terzijde, ditzelfde weekeinde ook een kleding kilo-verkoop in De Nobel. Leven genoeg dit weekeinde, maar of het genoeg zal zijn om de balans te laten doorslaan van ‘uitgaanskwartier’ naar ‘cultuurkwartier’ valt te betwijfelen. De Kunstroutekaart laat zien dat dat nog steeds de Pieterswijk is, alhoewel de kaart geen onderscheid maakt naar grootte van locaties. Faassens pand zal in het voorjaar van 2017 gereed zijn. Dat betekent ateliers en kantoor, maar ook een publieke ontmoetingsruimte op de begane grond. Roumen ziet al lezingen, vernissages, boekbesprekingen, een galerie voor zich. Leiden zal er in 2017 dus nog een “ontmoetingsplaats voor creatieven” bij hebben. De 25ste september is het oude fabriekspand nog te bekijken; samen met werk van Faassen, waaronder een zusterwerk van het fotowerk dat in de Leidse Trouwzaal hangt.

Fotowerk
Ongetwijfeld toeval, maar veel van het werk dat wij zagen, is foto(gebaseerd). dat het manipuleren van foto’s tot kunst kan leiden, wordt wel duidelijk. Faassens subtiel onscherpe mensen zijn, voorzien van geaderd glas, meteen fascinerend. Dat geldt ook voor het werk van bijvoorbeeld Marlies van Boekel (Kaasmarktschool) die zich baseert op foto’s om het vervormende spel van water, licht en wind op een lichaam met verf weer te geven. Dat leidt tot beelden die ‘herkenbaar abstract’ zouden kunnen heten.

Kostbaar
Techniek blijkt een belangrijke factor voor fotografen. Van Boekel maakt bijvoorbeeld ook werk waarbij een fotografisch beeld op een dunne (doffe) aluminium plaat wordt geëtst. Daardoor lijken lucht en water tot leven te komen. Een paar honderd meter verder, in het Sijthoffpand in de Doezastraat, exposeren Jan Kleingeld en Menso van Reij. Een bijzonder duo, want ze contrasteren. Ook voor Van Reij is techniek belangrijk. Hij maakt – Japans aandoende – sobere abstracten; door in vellen A4papier te knippen, te snijden, ze te buigen, uit te lichten en dan te fotograferen. Prachtige beelden, maar omdat ook hier wordt gewerkt met dure techniek – fotopapier op aluminium en daarna gecoat – is de aanschaf vrij begrotelijk. En eigenlijk zou een serieus liefhebber een série moeten aanschaffen, omdat juist dan de subtiliteit van de verschillende foto’s zichtbaar wordt.

Kleingeld
In Sijthoff wordt duidelijk hoe twee kunstenaars twee werelden tevoorschijn kunnen toveren. Letterlijk tegenover het abstracte werk van Van Reij hangt het sterk emotionele van Jan Kleingeld. Dat hij mensen beroerd, kan haast niet worden betwijfeld: veruit het meeste van zijn werk is voorzien van een rode sticker, verkocht. Kleingeld toont series gezichten, op handzaam formaat getekend en ingekleurd. Zijn werk, de diversiteit verraadt een goed waarnemer. En wie niet in de gelukkige omstandigheid verkeert een echte Kleingeld te (kunnen) kopen: er blijkt ook een zeer mooi expositieboekje te bestaan, dat haast wedijvert met de originelen! Een boekje dat overigens ook een context biedt voor Kleingelds huidige werk; een context die er toe doet.

Feng
Bijna alle kunstenaars proberen die context te duiden, aan ons uit te leggen. De sculpturen van Feng (Kaasmarktschool) zijn op zich sprekend genoeg, met een zekere vrolijke noot. Bij alle werken blijkt de inspiratie te liggen: een gedicht. Jammer dat veel werk, ook van anderen, zich slecht verdraagt met de maten van een standaardhuiskamer. Gelukkig blijkt Feng op YouTube te vinden, ook met het werk van deze Kunstroute.

Old School
Zoekend naar een cultuurkwartier is Old School (Pieterskerkplein) eigenlijk wel het beste kristallisatiepunt daarvoor, in een omgeving die van oudsher al als ‘artistiek’ wordt ervaren. Old School is in elk geval een ‘niet te missen plek’ tijdens de Kunstroute. De combinatie van muziek – zaterdagmiddag speelde ‘t Valies, buiten onder de bomen – koffie – of fris – en kunst – mét zonodig een knipoog – maakt Old School niet direct een tegenhanger van ‘gevestigde kunst’, maar wel een kwajongen die streken uithaalt waar je even over moet nadenken. Je zou het ‘ambient art’, omgevingskunst, kunnen noemen, maar “de plant stond al in het pand en de kraan was er ook al” zegt Gideon Roggeveen, theatermaker en initiator van Old School. Een knipoog, maar ook nadenkertjes. Een dorre plant ónder een kraan? Of: “een onderzetter die je niet ergens onder zet, maar ergens tegen aanhangt is geen onderzetter maar een tegenhanger. Tegenhanger van de kunst”. Die “tegenhanger” kost je €75. Of lees deze twee mededelingen eens:

Alles is lol? Nee, zeker niet. Ook in Old School wordt het werk van de kunstenaar serieus genomen, zie Lokaal 5.

Gebruik álle creatieven
Wie de Kunstroute ‘doet’, spreekt haast gegarandeerd wel één of twee kunstenaars. Dat op zich is ook de moeite waard. Geert van der Velden (artistiek leider Fields of Wonder, Kaasmarktschool) blijkt zich te verbazen over gemiste kansen, zoals “waarom de Grote Optocht niet eens laten vormgeven door kunstenaars?”. Mogelijk een grote schok voor de stad, maar de intentie is glashelder: werk samen en spreek meer creatief talent aan dan de ‘usual suspects’.

Paper Poetry
Op de valreep van de zaterdag was er Paper Poetry (Koddesteeg) van Pink&Peter. Ook hun werk past prima in de ‘knipoog’lijn, want de gedichten van Pink zijn door Peter gebruikt in een bouwplatenlijn. Het heeft hem maanden puzzelen gekost, maar de bouwer-knipper-plakker is er “zo’n twintig minuten mee bezig”. Zes stuks zijn er inmiddels, maar “er volgen er meer” volgens Peter. Basismateriaal heeft hij genoeg, want zaterdag presenteerde Pink haar nieuwste dichtbundel: Hooked, een chronologie van emoties. Daarin staan 23 gedichten, maar Pink máákte er in het anderhalf jaar dat ze samen zijn 108. Pepijn Smit en zijn man Tijs Huys namen het eerste exemplaar in ontvangst, als zijnde “pril geluk” volgens Peter die hen toewenste er “inspiratie in te vinden….. of niet natuurlijk”.

Tip de redactie