Recensie: Overtuigende toneelpremière Theater ins Blau

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer bezocht hij de voorstelling 'Crashtest Ibsen: ik zie spoken' in Theater Ins Blau.

De eerste indruk na het zien van Crashtest Ibsen: ik zie spoken is positief. De toneelpremière van de voorstelling in theater Ins Blau in Leiden leidde tot een staande ovatie in de uitverkochte zaal, en terecht. Nog voordat Ins Blau officieel was heropend – de verbouwing in de foyer is nog niet afgerond - scoort het theater met een opvallende voorstelling.

Trailer van de voorstelling.

Moeilijk wordt makkelijk

Ibsen heeft het imago één van die niet-eenvoudige toneelschrijvers te zijn met zware onderwerpen die veel eisen van de kijker. Moeremans&Sons en het Noord Nederlands Toneel slaan dat beeld aan diggelen door de karakters uit Ibsens werk over zichzelf en hun rol te laten spreken en denken, door continue de verhaallijn te moderniseren met hedendaagse termen en jargon en door diezelfde karakters geregeld hun positie en rol te laten uitleggen.

Continue wordt de vierde wand, waarmee de kijker van het toneel wordt afgescheiden, aangetast en doorbroken doordat de kijker direct wordt aangesproken.

Vanuit 1881 kijken naar nu

Die aanpak eist nogal wat. Eén stap te ver en het spel wordt een klucht. Het getuigt van de kwaliteiten van de spelers, regisseur Sarah Moeremans én van schrijver Joachim Robbrecht dat dat nergens gebeurt. Natuurlijk wordt er geregeld gelachen.

Het ís vervreemdend dialogen van 135 jaar geleden te horen, doorspekt met modieuze hedendaagse termen. Al gauw dringt tot de toeschouwer door dat continue de vraag "is het zo geworden als Ibsen (en tijdgenoten) dachten?" wordt gesteld. "Daar in 2016 zit je grote, blije familie op de tribune. Singles, ongehuwde koppels, alleenstaande moeders, vaders, homohuwelijken, abortussen, hondenliefhebbers en driehoeksverhoudingen (…) Een dobberend vlot onthechte zielen zie ik, in een poel van verderf."

Deze woorden worden uitgesproken door een dominee die zijn entree als volgt maakt: "Godverdomme. Godverdomme. Die engelenpis. (…) Ja, Regina, ook de Heer moet tot bezinning worden geroepen bij dergelijk noodweer! En bovendien wil ik hier bij mijn eerste entree meteen de schijn opwekken niet van het oubollige slag te zijn. Dat begrijp je. Anders sta ik sowieso al één-nul achter in dit goddeloze tijdperk."

Opstand tegen de schrijver

Het stuk staat bol van dit soort van nadenkers. Oubolligheid is meteen één-nul achter? De karakters verschuilen zich soms achter de schrijver ("Ik mag niet van de auteur, Henrik Ibsen. Hij heeft een andere rol voor me weggelegd",) en spreken soms héél modern “(no way, (…) de carrièretijger in me staat natuurlijk open voor andere job-opportunities (…)”).

Soms parachuteren zij en passant ook nadenkertjes ("Dat is in het algemeen ook zo ingewikkeld aan de mensheid, dat zij altijd dan spreekt wanneer zij de mond had moeten houden en, omgekeerd, zwijgt wanneer zij zou moeten praten”) of revolteren tegen het verhaal ("135 Jaar zet je elke opgevoerde avond mijn weeshuis in lichterlaaie, maar vandaag zal het anders gaan want ik ben namelijk verzekerd.")

Levensles

"Dit is het leven, Helene, een verhaal dat met houtjes en touwtjes aan elkaar is geknoopt". Eén van de momenten waar de toeschouwer wordt gewezen op het onplanbare en ongrijpbare van het leven.

Waar Ibsen, volgens Moeremans, "een schrijver was die foto’s van zijn tijd maakte met behulp van woorden" kleurt zij zijn 'foto’s' opnieuw in, voor een moderne kijker. Dat levert een fotoalbum op dat verrassend modern blijkt te kunnen zijn.

Tip de redactie