Qbus start met Dany Lademacher’s Wild Romance prima

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer dook het het Leidse nachtleven in.

De manager is kaal, heet Koos, en was ooit de manager van Herman Brood. De nummers zijn nieuw, én oud uit de tijd met Herman Brood. Op de tourbus prijkt de naam Wild Romance (tm), óók Brood. Je bent heel snel geneigd de band die vrijdagavond in het Leidse Qbus speelde te vergelijken met de illustere band waarmee Herman Brood naam maakte.

Het ís ook die band, met namen als David Hollestelle, Dany Lademacher en Rudy Englebert. En toch is het een andere band, eentje die na al die jaren op eigen (muzikale) kwaliteiten moet worden beoordeeld en niet als ‘de begeleidingsband van…’. In Qbus rockte die band er op los met de ‘typische Wild Romance blues-rock’.

Herinneringen

Herman Brood mag dan wel dood en begraven zijn; zijn geest, de sfeer is er zeker nog steeds. Daar hoort zeker de podium act van Dany Lademacher’s Wild Romance – want zó heten ze nu – bij. Veel en uitbundig gitaargeweld, gespeeld door mannen in skinny jeans, met gympen en spichtig haar (hier en daar wel wat dunner en kalend). Maar eerlijk is eerlijk, zoals de band op het podium van Qbus stond had ze net zo goed járen geleden kunnen staan. Voor heel veel van de bezoekers was dit dan ook een walk on memory lane, vol met herinneringen.

Sfeertje

Qbus was aardig vol. Zo’n honderdvijftig mensen namen de moeite te komen. Voor Qbus is dat een mooi aantal: je kunt zonder veel moeite alles zien en ook nog rondlopen, het wordt net zó warm als bij een concert van een groep als deze hoort – licht zweten – en je staat zowat op de lip van die illustere namen.

Wild Romance is een band waar de muziek nog centraal staat. Een hyperdynamische lichtshow pas daar niet bij (en ook niet in Qbus). Wat er wel bij past, is die sfeer van mannen glimmend van het zweet op het podium die af en toe solerend los leken te komen van de werkelijkheid. Rock op z’n best, hardwerkend en gierend. De blikken van Hollestelle deden vermoeden dat ook de band af en toe herinnerde, maar vooral lól had.

Aanstekelijk

Misschien dat de muziek een kleiner publiek aanspreekt dan in de hoogtijdagen, maar feit blijft dat de Qbus van begin tot eind stond te bewegen, dansen of met de voeten mee te tikken. Lademacher’s Wilde Romance blijft aanstekelijk. Het aantal foto’s moet enorm zijn; en de gelukzaligheid ook, gelet op de gezichtsuitdrukkingen in het publiek.

Voor deze band lijkt het clubcircuit ideaal omdat de intensiteit en het contact met publiek groter zijn dan in de grotere, afstandelijke zalen. Je mist daar toch al die kleine details die een concert als dit extra interessant maken: de glimlachjes op gezichten, de mond die nét te ver van de zangmicrofoon is om backing vocal te zijn, de parelende zweetdruppels, Engleberts gewoonte(?) tijdens het bassen af en toe even aan de vingers te likken.

Prima start

Nummers als Eileen, Never Be Clever, Skid Row, Still Believe en Sleepin’ Bird staan nog steeds als een huis. Goed, de zangstem is niet die karakteristieke van Hermman Brood, maar die van Dirk Vermeij. Da’s toch anders. En het enorme tempo waarmee de nummers vroeger zonder enige pauze aaneen werden geregen, is een ietsiepietse rustiger. Maar niet heel veel, want de dynamiek op en vanaf het podium is niet minder.

Maar Hans van Polanen op zijn kruk bij de ingang van Qbus – het ís en blijft een gezellige, informele ‘niet moeilijk doen’-sfeer – kan tevreden terugkijken op de start van een nieuw muziekseizoen in Qbus. Goede band, prima sfeer, genoeg bezoekers. Wat wil een mens nog meer?

Tip de redactie