Leids College fietst door Leiden Noord

Gewapend met pen en papier trekt schrijver Jan van der Sluis regelmatig Leiden in om vast te leggen wat er in de stad gebeurt. Dit keer letterlijk. Hij fietste mee met het college


Zo’n namiddag dat zelfs de verschrikkelijkste plek er nog vriendelijk uit ziet: dat was de dinsdagmiddag die het College van B&W was toegevallen om Leiden Noord te verkennen. Alle wethouders – eentje moest zich nog haasten om net niet op tijd te komen, de burgemeester en een entourage aan ambtenaren fietste min of meer gezamenlijk door de buurten en wijken die samen Leiden Noord vormen.

Op zich wellicht een vreemde actie, want hoort B&W zijn eigen stad niet vanzelfsprekend te kennen? Het was ook geen kennismaking. Niet alleen kennen de collegeleden de stad, ook het tempo maakte de rondrit eerder de indruk van een groep Japanse toeristen die in hoog tempo een programma afwerken. Goodwill en bekendheid verkrijgen, wat is er eigenlijk op tegen?

Grassroots

De groep begon nog vrij homogeen in de Hansenstraat en omgeving. Meet&Greet, als voorbeeld van grassroots-initiatief, was het startpunt. Greet Meesters heeft daar een buurt-ontmoetingsplaats, náást haar betaalde werk. Initiatieven zoals dat van haar oogsten vaak lof en waardering vanwege hun functie in de buurt.

Maar Greet maakte glashelder dat er grenzen zijn: Meet&Greet is financieel niet meer te handhaven. Ze steekt er veel te veel eigen geld in. Haar vraag aan het college is dan ook financiële ondersteuning, zónder afbreuk te doen aan het karakter van dit soort van initiatieven. Een lastige vraag. Maar anderzijds zelf duizenden euro’s er in steken, is ook niet vol te houden.

Neveneffect

Grassroots-initiatieven kwam het College vaker tegen. De binnentuin aan de Robert Kochplaats (zijstraat Hansenstraat) is zo een. Een paar jaar geleden nog een nietszeggend binnenplein waarmee niemand zich verwant voelde. Nu een aantrekkelijke binnentuin waar bewoners zelf het onderhoud doen in samenwerking met de gemeentelijke dienst Groen “dat kostte wel gewenning, maar nu gaat het prima”.

Neveneffect is dat het pleintje nu ook veel minder uitnodigt tot overlast. Het ziet er leuker uit, wordt gebruikt en de bewoners spreken nu wél overlastgevers aan.

Drakentuin

Het wordt ook wel place making genoemd: omwonende burgers die zelf gebruik van hun omgeving benoemen en ook onderhouden. Ook Leiden kent die plekken. De Drakentuin naast het voormalig PTTgebouw aan de Willem de Zwijgerlaan is er zo een.

Een groot groen veld “groen asfalt” dat vooral werd benut als hondenuitlaatgebied, werd deels omgevormd tot ‘tuin’. Een bijzondere tuin, met een prieel en draak van wilgentenen en bedden met bloeiende én eetbare planten. De Ankerplaats leverde en levert een belangrijke bijdrage aan deze plek die uitnodigt even te gaan zitten en je te verbazen over al dat groen om je heen.

Tuin van Noord

Een heel ander karakter heeft de Tuin van Noord: een brede strook groen met speelvoorzieningen, een theehuis en volks- en schooltuinen parallel aan de Willem de Zwijgerlaan. Ook hier een belangrijke rol voor de bewoners zelf, maar het karakter is anders. Het College amuseerde zich prima. Een enkele wethouder waagde zich boven het water. De burgemeester testte, enigszins besmuikt want volwassenen mochten er eigenlijk niet op, de grond-trampoline.

Hij was ook degene die tot verbeelding sprak. “Is de burgemééster hier? Wie is dat?” was de vraag waarmee twee jochies zich naar voren wurmen en meteen met hem op de foto willen. ‘De burgemeester in de straat’ spreekt tot de verbeelding. En burgemeester Lenferink is benaderbaar. Hij praat net zo makkelijk met de jochies “jij hebt het niet koud, want ik zie geen kippenvel” als met wijkbestuurders.

Theorie en praktijk

Iedere stop was niet veel langer dan drie tot vijf minuten, en dus rept het gezelschap zich naar het volgend adres, de Margrietstraat. Die tussenliggende routes zijn eigenlijk ook informatief. We fietsen over groene grasveldjes omdat er geen fietspad dichtbij is en op de Willem de Zwijgerlaan staan we erg lang te wachten op het verkeerslicht om ook nog ‘s op de middenberm te stranden.

Betere voorbeelden van de scheiding tussen theorie van de tekentafel en de praktijk zijn er in Leiden vast te vinden, maar deze voldoen ook prima. Dat gebeurde overigens ook in de Hansenstraat waar een projectplan voor fietsparkeerplaatsen min of meer verdwenen bleek in de ambtelijke molen. Of ze nu waren opgenomen in andere plannen of echt verdwenen, bleef ook de wethouders even onduidelijk. Maar het zijn juist die momentjes die hen de ogen kunnen openen voor ambtelijke onvolkomenheden.

‘wij’ en ‘zij’

Leiden Noord gaf ook voorbeelden prijs van de scheiding tussen gevestigden en buitenstaanders. De nieuwe bewoners waarmee de al twintig jaar in de straat wonende Margrietstraatbewoners weinig contact hebben, of de Willemstraat die overduidelijk een jongegezinnenstraat is geworden ten koste van ‘oorspronkelijke’ bewoners. Da’s een proces van alle tijden en alle plekken, maar desalniettemin wél bepalend voor sociale cohesie en burenhulp waar de overheid zo op hoopt.

Met name dit onderwerp leent zich niet voor drieminutensnuffelsessies of “speed dates”. Ook de oprechte vraag “wat zou u veranderd willen zien in de straat?” levert dan weinig anders op dan overrompeling bij degene zonder ervaring met politiek of ambtelijk apparaat. Waar de Willemstraatbewoners een pleidooi afsteken voor het handhaven van hun “pleintje”, een verbreed stuk stoep, in de straat, komen de nog steeds aanwezige bovengrondse vuilcontainers rond de Margrietstraat niet echt aan de orde.

De hele stad

Wie een gesprek wil over de toekomst van een wijk, zal eigenlijk structureel met die wijk in gesprek moeten zijn. Deels is dat ook de functie van ‘de politiek’. Dat het Leids College een tour door de stad maakt, is wat dat betreft een stap in de goede richting. In de komende maanden zullen ook de andere wijken in de stad worden aangedaan.

Tip de redactie